• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is wezenlijk voor het moederschap dat het betrekking heeft op personen. Het vormt steeds een unieke en onherhaalbare relatie van twee personen: van de moeder met het kind en van het kind met de moeder. Ook als eenzelfde vrouw moeder is van vele kinderen, dan kenmerkt toch haar persoonlijke relatie met ieder van hen wezenlijk het moederschap. Want ieder kind is op unieke en onherhaalbare wijze ter wereld gebracht en dit geldt zowel voor de moeder als voor het kind. Ieder kind wordt op diezelfde wijze omringd met de moederlijke liefde waarop zijn opvoeding en rijping in menselijkheid gebaseerd zijn.

Men kan zeggen dat het moederschap ”in de orde van de genade” de gelijkenis behoudt met wat ”in de orde van de natuur” de band van de moeder met het kind kenmerkt. In dit licht wordt het begrijpelijker dat in het testament van Christus op Golgota het nieuwe moederschap van zijn Moeder uitgedrukt is in het enkelvoud tegenover één mens: ”Zie daar uw zoon”.

Men kan bovendien zeggen dat in die woorden ook volledig het motief aangegeven wordt voor de mariale dimensie van het leven van de leerlingen van Christus: niet allen van Johannes die op dat uur samen met de Moeder van zijn Meester onder het kruis stond, maar van iedere leerling van Christus, van iedere christen. De Verlosser vertrouwt zijn Moeder aan de leerling toe en geeft haar tegelijk als moeder aan hem. Het moederschap van Maria dat een erfenis wordt voor de mens is een gave: een geschenk dat Christus persoonlijk aan ieder mens geeft. Zoals de Verlosser Maria toevertrouwt aan Johannes, zo vertrouwt Hij tegelijk Johannes toe aan Maria. Aan de voet van het kruis begint de speciale toewijding van de mens aan de Moeder van Christus die vervolgens in de geschiedenis van de Kerk op verschillende wijzen in praktijk gebracht en uitgedrukt is. Als de apostel en evangelist na de woorden weergegeven te hebben die Jezus aan het kruis tot de moeder en tot hemzelf richtte, eraan toevoegt: ”En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich” (Joh. 19, 27), dan wil dit ongetwijfeld zeggen dat aan de leerling de taak van zoon werd gegeven en dat hij de zorg voor de moeder van zijn geliefde Meester op zich nam. Daar Maria aan hem persoonlijk als moeder gegeven werd, duidt het, zij het indirect, datgene aan wat de intieme band van een kind met zijn moeder uitdrukt. En dit alles kan begrepen worden in het woord ”overgave”. De overgave is het antwoord op de liefde van een persoon en in het bijzonder op de liefde van de moeder.

De mariale dimensie van het leven van een leerling van Christus drukt zich op speciale wijze uit juist door zo’n kinderlijke overgave aan de Moeder van God, welke zijn oorsprong heeft in het testament van de Verlosser op Golgota. Als de christen zich kinderlijk aan Maria toevertrouwt, ”neemt” hij de Moeder van Christus ”op in het zijne” Zoals bekend de uitdrukking “εßς τα úδ<α” in de Griekse tekst meer dan het opnemen van Maria door de leerling in de zin van het alleen meer verlenen van materieel onderdak en gastvrijheid in zijn huis; zij duidt veeleer een gemeenschap van leven aan die tussen de twee is gevormd krachtens de woorden van de stervende Christus Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 119, 3: CCL 36, 659: “Hij naam haar op, niet op zijn landgoed want dat bezat hij niet, maar in zijn zorgen, waaraan hij zich vol overgave wijdde”, zoals de apostel Johannes gedaan heeft, en leidt hij haar binnen in heel de ruimte van zijn eigen innerlijke leven, d.w.z. in zijn menselijke en christelijke “ik”: ”Hij nam haar bij zich”. Zo streeft hij ernaar binnen te treden in de straal van werking van de ”moederlijke liefde” waarmee de Moeder van de Verlosser ”zorg draagt voor de broeders van haar Zoon” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62 ”tot wier geboorte en opvoeding zij bijdraagt” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63, overeenkomstig de maat van de gave die aan ieder eigen is door de kracht van de Geest van Christus. Zo ontplooit zich ook het moederschap naar de geest dat de taak van Maria is geworden onder het kruis en in het cenakel.

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam