• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Toen Elisabet haar jonge bloedverwante die uit Nazareth gekomen was, begroet had, antwoordde Maria met het Magnificat. In haar groet had Elisabet Maria eerst vanwege de ”vrucht van haar schoot” ”gezegend” genoemd en vervolgens ”zalig” vanwege haar geloof Vgl. Lc. 1, 42.45 . Deze tweevoudige zegen had direct betrekking op het moment van de boodschap. Nu de groet van Elisabet bij het bezoek getuigt van dat hoogtepunt, wordt het geloof van Maria nog bewuster en drukt het zich opnieuw uit. Wat op het ogenblik van de boodschap verborgen was gebleven in de diepte van de ”gehoorzaamheid van het geloof” bevrijdt zich nu om zo te zeggen als een heldere, levenwekkende vlam van de geest. De woorden die Maria gebruikt heeft op de drempel van het huis van Elisabet vormen een geïnspireerde belijdenis van haar geloof, waarin het antwoord op het woord van de openbaring zich uitdrukt door de religieuze en dichterlijke verheffing van heel haar wezen tot God. In die verheven woorden, die tegelijk zo eenvoudig zijn en geheel ingegeven door de gewijde teksten van het volk van Israël Zoals bekend bevatten de woorden van het Magnificat talrijke teksten van het Oude Testament of toespelingen daarop., schijnt de persoonlijke ervaring van Maria door, de extase van haar hart. Er schittert een straal in van het mysterie van God, de heerlijkheid van zijn onuitsprekelijke heiligheid, de eeuwige liefde die in de mensgeschiedenis binnentreedt als een definitieve gave.

Maria heeft als eerste deel aan deze nieuwe openbaring van God en hierin aan deze nieuwe ”zelfgave” van God. Daarom roept zij uit: ”Hij deed aan mij zijn wonderwerken . . . heilig is zijn Naam”. Haar woorden weerspiegelen de vreugde van de geest welke zich moeilijk laat uitdrukken: “Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder”. Want ”de meest innerlijke waarheid, zowel over God als over het heil van de mens, . . . verschijnt ons in Christus die tegelijk de Middelaar en de volheid van de gehele openbaring is” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 2. In haar geestdrift belijdt Maria dat zij zich in het hart zelf van deze volheid van Christus bevindt. Zij is er zich van bewust dat de belofte die aan de vaders en vooral ”aan Abraham en zijn geslacht voor eeuwig” is gedaan, in haar vervuld wordt: dat dus in haar als Moeder van Christus de gehele heilseconomie uitmondt, waarin zich ”van geslacht tot geslacht” diegene openbaart die als God van het Verbond ”zijn barmhartigheid gedachtig is”.

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam