• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Zoals het Concilie zegt: ”Maria is in het hart van de heilsgeschiedenis binnengetreden . . . Wanneer zij dus het voorwerp is van verkondiging en verering, roept zij de gelovigen op naar haar Zoon en zijn offer en naar de liefde tot de Vader” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 65. Daarom wordt het geloof van Maria op grond van het apostolische getuigenis van de Kerk op zekere wijze onophoudelijk het geloof van het volk Gods onderweg: van de personen en gemeenschappen, van de standen en verenigingen, van de verschillende groepen die samen de Kerk vormen. Het is een geloof dat door kennis en tegelijk door het hart wordt overgedragen. Het wordt voortdurend verworven of herwonnen door het gebed. ”Daarom ook ziet de Kerk bij haar apostolisch werk terecht op naar haar die Christus ter wereld bracht; die juist van de heilige Geest werd ontvangen en uit de Maagd geboren om door de Kerk ook in de harten van de gelovigen te worden geboren en te groeien” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 65

Nu wij op deze pelgrimstocht van het geloof thans het einde van het tweede christelijke millennium naderen, richt de Kerk door middel van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie de aandacht op wat zij in zichzelf ziet, als ”het ene volk van God . . . dat bij alle volkeren van de aarde is gevestigd”, en op de waarheid volgens welke alle gelovigen, ook al zijn zij ”over de gehele aardbol verspreid, door de heilige Geest in gemeenschap blijven met elkaar” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13 , zodat men kan zeggen dat in deze gemeenschap het mysterie van Pinksteren zich voortdurend voltrekt. Tegelijkertijd blijven de apostelen en de leerlingen van de Heer in alle naties van de aarde ”volharden in het gebed samen met Maria de Moeder van Jezus” Vgl. Hand. 1, 14 . Zij vormen van geslacht tot geslacht het ”teken van het Koninkrijk” dat niet van deze wereld is Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13 en zij zijn zich ook bewust dat zij midden in deze wereld moeten verenigen met de Koning aan wie de volkeren tot erfdeel zijn gegeven Vgl. Ps. 2, 8 , aan wie de Vader ”de troon van zijn vader David” heeft geschonken, zodat Hij “in eeuwigheid Koning is over het huis van Jakob en aan zijn koningschap nooit een einde zal komen”.

In deze vigilietijd is Maria door hetzelfde geloof dat haar vooral vanaf het ogenblik van de boodschap zalig maakte, aanwezig in de zending van de Kerk, aanwezig in het werk van de Kerk waardoor het rijk van haar Zoon een aanvang neemt in de wereld Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13. Deze aanwezigheid van Maria vindt heden ten dage veelvuldige uitdrukkingsmiddelen, zoals in heel de geschiedenis van de Kerk. Zij is ook in vele vormen verspreid: door middel van het geloof en de vroomheid van de afzonderlijke gelovigen, door middel van de tradities van de christelijke gezinnen of “huiskerken”, van de parochie- en missiegemeenschappen, van de kloosterinstellingen, van de bisdommen, door middel van de aantrekkings- en uitstralingskracht van de grote heiligdommen waar niet alleen individuen of plaatselijke groepen maar soms gehele naties en continenten de Moeder van de Heer zoeken te ontmoeten, haar die zalig is omdat zij geloofd heeft, die de eerste onder de gelovigen is en daarom Moeder van de Immanuël is geworden. Dat is de roep van het land Palestina, het geestelijke vaderland van alle christenen omdat het het vaderland is van de redder van de wereld en van zijn Moeder. Dat is de roep van de vele heiligdommen die het christelijk geloof in de loop der eeuwen heeft opgericht te Rome en overal in de wereld. Dat is de roep van plaatsen zoals Guadaloupe, Lourdes, Fatima en van de andere die verspreid zijn in de diverse landen, waaronder – hoe zou ik het niet kunnen vermelden – Jasna Gora in mijn geboorteland. Men zou wellicht kunnen spreken van een specifieke ”geografie” van het geloof en de mariale vroomheid die al deze bijzondere bedevaartplaatsen van het volk Gods bevat, dat de Moeder van God zoekt te ontmoeten om in de uitstraling van de moederlijke aanwezigheid van ”haar die geloofd heeft” de versterking van het eigen geloof te vinden. Want door het geloof van Maria reeds bij de boodschap en definitief aan de voet van het kruis is van de kant van de mens de innerlijke ruimte heropend waarin de eeuwige Vader ons kan overladen ”met elke geestelijke zegen”: de ruimte ”van het nieuwe altijddurende Verbond” Vgl. Romeins Missaal, formule van de consecratie van de wijn in de Eucharistische Gebeden. Deze ruimte bestaat in de Kerk die in Christus ”een sacrament van de innige vereniging met God en van de eenheid van het menselijk geslacht “ is. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1 In het geloof dat Maria als ”dienstmaagd des Heren” bij de boodschap beleed en waarin zij voortdurend het volk Gods onderweg op aarde ”voorgaat”, ”streeft de katholieke Kerk er . . . zonder ophouden naar heel de mensheid . . . weer samen te brengen onder Christus als hoofd, in de eenheid van zijn Geest”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam