• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Nu aan de dageraad van de Kerk, aan het begin van de lange geloofstocht die met Pinksteren te Jeruzalem aanving, was Maria samen met allen die de kiem van het ”nieuwe Israël” vormden. Zij was in hun midden als een uitzonderlijke getuige van het mysterie van Christus. En de Kerk was ijverig in het gebed samen met haar en ”beschouwde haar tegelijk in het licht van het mensgeworden Woord”. Zo zou het steeds zijn. Inderdaad, wanneer de Kerk ”verder doordringt in het diepste mysterie van de incarnatie”, denkt zij met grote verering en eerbied aan de Moeder van Christus Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 65. Maria hoort onverbrekelijk bij het mysterie van Christus en ook, van het begin af, bij het mysterie van de Kerk, vanaf de dag van haar geboorte. Aan de basis van wat de Kerk vanaf het begin is, van wat zij voortdurend moet worden, van geslacht tot geslacht, temidden van alle volkeren der aarde, staat zij ”die geloofd heeft dat to vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer is gezegd” (Lc. 1, 45). Juist dit geloof van Maria dat het begin betekent van het nieuwe altijddurende Verbond van God met de mensheid in Jezus Christus, dit heldhaftige geloof “gaat” het apostolische getuigenis van de Kerk ”voor” en blijft in het hart van de Kerk, verborgen als een speciale erfenis van Gods openbaring. Allen die van geslacht tot geslacht het apostolische getuigenis van de Kerk aanvaarden en deelhebben aan die mysterievolle erfenis nemen in zekere zin deel aan het geloof van Maria.

De woorden van Elisabet ”zalig zij die geloofd heeft” blijven de Maagd ook op Pinksteren vergezellen; zij volgen haar van eeuw tot eeuw daar waar door het apostolische getuigenis en het dienstwerk van de Kerk de kennis van het heilsmysterie van Christus zich verbreidt. Zo wordt de voorspelling van het Magnificat vervuld: ”Elk geslacht prijst mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is, en heilig is zijn Naam” (Lc. 1, 48-49). Waarlijk op de kennis van het mysterie van Christus volgt de zaligprijzing van zijn Moeder in de vorm van speciale verering voor de Theotókos. Maar in deze verering is steeds de zaligprijzing van haar geloof begrepen, want de Maagd van Nazareth is zalig geworden vooral door dit geloof, overeenkomstig de woorden van Elisabet. Zij die in elk geslacht onder de verschillende volken en naties van de aarde het mysterie van Christus, het mensgeworden Woord en de Verlosser van de wereld, in geloof aannemen richten zich niet alleen met verering tot Maria en nemen niet alleen met vertrouwen hun toevlucht tot haar als tot zijn Moeder, maar zoeken in haar geloof steun voor hun eigen geloof. En precies deze levende deelname aan het geloof van Maria is beslissend voor haar speciale aanwezigheid op de pelgrimstocht van de Kerk als het nieuwe volk van God op de gehele aarde.

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam