• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
”Aan de openbare God moet de mens ‘de gehoorzaamheid van het geloof’ (Rom. 16, 26) Vgl. Rom. 1, 5 Vgl. 2 Kor. 10, 5-6 betonen, waardoor hij zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwt”, leert het Concilie 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5. Het geloof zoals het hier beschreven wordt, heeft in Maria een volmaakte verwezenlijking gevonden. Het ”beslissende” ogenblik was de boodschap, en de woorden van Elisabet: “Zalig zij die geloofd heeft” hebben op de eerste plaats juist op dit moment betrekking H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. 33: SC 62, 83-86; Dit is een klassiek thema dat reeds door de H. IRENEUS uiteengezet is: “Zoals door wat een maagd deed die ongehoorzaam was, de mens getroffen werd, viel en stierf, zo werd ook door wat de Maagd deed die gehoorzaam was aan het woord van God, de mens weer tot leven gewekt en ontving hij door het leven het leven . . . Want het was passend en juist . . . dat Eva ‘gerecapituleerd’ werd in Maria, opdat een maagd die pleitbezorgster werd van een maagd, de ongehoorzaamheid van een maagd zou vernietigen en opheffen door de gehoorzaamheid van een maagd” Vgl. H. IreneĆ¼s van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. V, 19, 1: SC 153, 248-250.

Want bij de boodschap heeft Maria zich volledig aan God toevertrouwd en ”de gehoorzaamheid van het geloof” betoond aan Hem die door zijn bode tot haar sprak, en de ”volledige onderdanigheid van verstand en wil” bewezen 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5. Zij heeft dus met heel haar menselijke, vrouwelijke “ik” geantwoord. Dit geloofsantwoord bevatte een volmaakte medewerking met “de voorkomende en helpende genade van God en een volmaakte beschikbaarheid voor de werking van de heilige Geest die ”voortdurend het geloof vervolmaakt door zijn gave” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 5 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56.

Het woord van de levende God dat door de engel aan Maria verkondigd werd betrof haarzelf ”Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen” (Lc. 1, 31). Maria die deze boodschap aannam moest de “Moeder van de Heer” worden en in haar moest het goddelijke mysterie van de menswording in vervulling gaan: “De Vader van barmhartigheid heeft gewild dat aan de menswording de aanvaarding zou voorafgaan door haar die voorbestemd was de moeder van Jezus te worden” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. En Maria geeft deze instemming, na alle woorden van de bode aanhoord te hebben. Zij zegt: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Dit fiat van Maria - ”mij geschiede” - heeft van de menselijke kant beslist over de vervulling van het goddelijke mysterie. Er is volledige overeenkomst met de woorden van de Zoon, die volgens de brief een de Hebreeën bij zijn komst in de wereld tot de Vader zegt: ”Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid . . . Hier ben Ik . . . gekomen . . . om uw wil te doen” (Heb. 10, 5-7). Het mysterie van de menswording is vervuld toen Maria haar fiat heeft uitgesproken: ”Mij geschiede naar uw woord” en de verhoring van de wens van haar Zoon heeft mogelijk gemaakt, voorzover dit van haar afhing in het goddelijk plan.

Maria heeft dit fiat uitgesproken door het geloof. Zij heeft zich door het geloof zonder voorbehoud aan God toevertrouwd en ”zich als dienstmaagd des Heren geheel en al gewijd aan de persoon en het werk van haar Zoon” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. En zij heeft deze Zoon, zoals de kerkvaders leren, alvorens Hem in haar schoot te ontvangen in haar geest ontvangen: juist door het geloof! Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 53 Vgl. H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. III, 3: PL 40, 398 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 215, 4: PL 38, 1074 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 196, I: PL 38, 1019 Vgl. H. Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum ad Marcellinum. I, 29, 57: PL 44, 142 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 25, 7: PL 46, 937v. Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Tractatus. I: CCL 138, 86. Elisabet prijst dus Maria terecht: ”Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is”. Deze woorden zijn reeds in vervulling gegaan: Maria van Nazaret verschijnt op de drempel van het huis van Elisabet en Zacharias als Moeder van Gods Zoon. Fat is de blijde ontdekking van Elisabet: “De moeder van mijn Heer komt naar mij toe”!

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam