• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Onmiddellijk na het verhaal van de boodschap voert de evangelist Lucas ons achter de schreden van de Maagd van Nazaret aan naar “een stad in Judea” (Lc. 1, 39). Volgens de geleerden zou deze stad het huidige Ain-Karim zijn, dat niet ver van Jeruzalem in de bergen ligt. Maria gaat daar ”met spoed” naar toe om Elisabeth, haar bloedverwante, te bezoeken. De reden voor het bezoek moet ook gezocht worden in het feit dat Gabriël bij de boodschap op veelzeggende wijze Elisabeth genoemd had die op gevorderde leeftijd van haar man Zacharias een zoon ontvangen had, door Gods kracht: ”Elisabeth, uw bloedverwante, heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen en, ofschoon zij ontvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk” (Lc. 1, 36-37). De goddelijke bode had zich beroepen op wat met Elisabet gebeurd was om te antwoorden op de vraag van Maria: ”Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” (Lc. 1, 34). Zie, het zal kunnen geschieden juist door de kracht van de Allerhoogste”, zoals en nog meer dan in het geval van Elisabeth.

Door liefde gedreven begeeft Maria zich dus naar het huis van haar bloedverwante. Als zij er binnentreedt, beantwoordt Elisabeth haar groet en voelt zij het kind in haar schoot opspringen. ”Vervuld met de heilige Geest groet zij op haar beurt Maria met luider stemme: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot Vgl. Lc. 1, 40-42 . Deze uitroep of toejuiching van Elisabeth zou later opgenomen worden in het Weesgegroet, als vervolg op de groet van de engel, en zo één van de meest voorkomende gebeden van de Kerk worden. Maar nog meer betekenis hebben de woorden van Elisabeth in de vraag die volgt: ”Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?” (Lc. 1, 43). Elisabeth legt getuigenis af over Maria: zij erkent en verklaart dat voor haar Moeder van de Heer staat, de Moeder van de Messias. Ook de zoon die Elisabeth in haar schoot draagt neemt deel aan dit getuigenis: “Het kind sprong van vreugde in mijn schoot” (Lc. 1, 44). Het kind is de toekomstige Johannes de Doper die bij de Jordaan Jezus als de Messias zal aanwijzen.

Ieder woord in de groet van Elisabeth is vol betekenis, maar wat zij op het eind zegt lijkt van fundamentele betekenis: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is” (Lc. 1, 45) Vgl. H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. III, 3: PL 40, 398 Vgl. H. Augustinus, Sermones. 25, 7: PL 46, 937v.. Deze woorden kunnen geplaatst worden naast de benaming “Begenadigde” van de groet van de engel. In beide teksten wordt een wezenlijk matiologische inhoud uitgedrukt, namelijk de waarheid over Maria die werkelijk binnengetreden is in het mysterie van Christus, juist omdat zij “geloofd heeft”. De volheid de genade die de engel aangekondigd heeft betekent de gave van God zelf; het geloof van Maria, dat Elisabeth geprezen heeft bij het bezoek, geeft aan hoe de Maagd van Nazareth geantwoord heeft op deze gave.

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 4 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam