• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Tenslotte moet ik nog in het kort iets zeggen over het probleem van de migratie omwille van de arbeid. Migratie is wel een eeuwenoud verschijnsel, dat zich niettemin telkens weer herhaalt en ook nu wijd verspreid is vanwege de ingewikkelde situatie van het moderne leven. De mens heeft het recht om vanwege allerlei redenen zijn geboorteland te verlaten – en er weer naar terug te keren – om in een andere streek betere levensomstandigheden te zoeken. Hieraan zijn zeker allerlei moeilijkheden verbonden; vóór alles betekent het meestal een verlies voor het emigratieland. Er gaat immers een mens weg die tevens lid is van een heel grote gemeenschap die een geheel geworden is op grond van geschiedenis, traditie en cultuur, om een ander leven te beginnen binnen een maatschappij die door een andere cultuur en vaak door een andere taal een geheel vormt. In dit geval is daarom een subject van de arbeid afwezig, namelijk iemand die door zijn geestelijke en lichamelijke arbeid iets aan de algemene welvaart van zijn land kan bijdragen; maar deze arbeid komt nu ten goede aan een andere gemeenschap, die er in zekere zin minder recht op heeft dan het vaderland waar hij geboren is.

Maar toch, hoewel migratie in zeker opzicht een kwaad is, is dit kwaad in bepaalde omstandigheden een zogezegd noodzakelijk kwaad. Wel moet alles in het werk gesteld worden – en er gebeuren ongetwijfeld al veel dingen op dit gebied – dat dit kwaad in materiële zin geen groter kwaad in morele zin met zich meebrengt, ja zelfs dat het – voor zover mogelijk is – ook welvaart brengt voor het privé-, gezins- en sociale leven van de emigrant, zowel voor het land waarheen hij geëmigreerd is als voor het land dat hij verlaten heeft. Zeer veel hangt op dit gebied af van rechtvaardige wetten, vooral als het gaat om de rechten van de arbeider. Het is duidelijk dat dit probleem vooral om deze reden in mijn beschouwing is opgenomen.

Het is dus voornamelijk van belang dat de mens die, hetzij blijvend hetzij tijdelijk, buiten zijn geboorteland werkt, geen nadeel ondervindt wat betreft zijn arbeidsrechten ten opzichte van andere arbeiders van een staat. Migratie omwille van de arbeid mag dus nooit iets worden waardoor men mensen financieel of sociaal aan winst koppelt. Met betrekking tot de relatie tussen arbeid en de geïmmigreerde arbeider moeten dezelfde regels gelden die voor alle andere arbeiders van die gemeenschap van kracht zijn. Het loon voor de arbeid moet met dezelfde maat gemeten worden, zonder rekening te houden met verschil in nationaliteit, godsdienst of ras. Nog schandelijker is het misbruik te maken van de noodtoestand waarin de emigrant verkeert. Want al deze omstandigheden moeten onvoorwaardelijk wijken voor het wezenlijke goed van de arbeid, dat met de waardigheid van de menselijke persoon samenhangt, met inachtneming natuurlijk van de speciale omstandigheden van deze arbeiders. Eens te meer moet de nadruk gelegd worden op het hoofdbeginsel: de hiërarchie van waarden en de diepe betekenis van de arbeid eisen dat het kapitaal de arbeid dient en niet de arbeid het kapitaal.

Document

Naam: LABOREM EXERCENS
Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1981
Copyrights: © 1985, Stg. Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam