• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Na op deze manier de persoonlijke dimensie van de menselijke arbeid te hebben bevestigd, moet ik mij gaan bezighouden met een tweede geheel van waarden, dat wezenlijk met deze dimensie samenhangt. De arbeid is immers de grondslag om een gezin op te bouwen, dat toch een natuurrecht en een roeping van de mens is. Deze twee groepen van waarden – de ene die tot de arbeid behoort en de andere die uit het wezen van het menselijke gezinsleven voortkomt – moeten op de juiste manier met elkaar verbonden worden en elkaar wederzijds doordringen. De arbeid is in zekere zin de voorwaarde om een gezin te kunnen stichten, omdat dit levensnoodzakelijke middelen nodig heeft, die de mens zich normaal verwerft door te werken. Arbeid en werklust beïnvloeden ook het hele opvoedingsproces in het gezin, en wel om die reden dat iedereen onder andere met behulp van de arbeid “mens wordt”; en dit “mens worden” geeft het voornaamste doel aan van het hele opvoedingsproces. Zoals duidelijk is, dragen beide facetten van de arbeid hier in zekere zin toe bij: het ene, dat nodig is voor het levensonderhoud en om het gezinsleven een basis te geven; het ander, waardoor de doelstellingen van het gezin bereikt worden, vooral de opvoeding. Niettemin houden deze beide facetten van de arbeid onderling verband en vullen zij elkaar op allerlei punten aan.

Ik moet er in het algemeen aan herinneren en bevestigen dat het gezin één van de allerbelangrijkste punten is waarop de sociaal-ethische orde van de menselijke arbeid gericht moet worden. Bij het doorgeven van haar leer richt de Kerk haar aandacht altijd op bijzondere wijze op dit probleem, en ook in deze encycliek zal ik er nog op moeten terugkomen. Want in feite is het gezin zowel de gemeenschap die met behulp van de arbeid gesticht kan worden als de eerste huiselijke scholing in de arbeid voor ieder mens.

Een derde reeks van waarden die bij deze beschouwing – die handelt over het subject van de arbeid – naar voren komt, heeft betrekking op die grote maatschappij waarvan de mens deel uitmaakt krachtens heel bijzondere banden die door de cultuur van de menselijke geest en de geschiedenis geschapen zijn. Deze maatschappij – ook al is ze nog niet uitgegroeid tot de rijpe vorm van een natie – is niet alleen de grote opvoedster van de mens, zij het op indirecte wijze (omdat iedereen in het gezin die goederen en waarden in zich opneemt waaruit de hele menselijke cultuur van een natie bestaat), maar ook de edele uiting, op historisch en sociaal gebied, van de arbeid die door alle generaties verricht is. Hieruit volgt dat de mens zijn meest wezenlijke menselijke identiteit verbindt met zijn lidmaatschap van een natie en dat hij wil dat zijn arbeid ook een bijdrage zal zijn voor het gemeenschappelijke goed, de algemene welvaart, waarnaar hij samen met zijn landgenoten moet streven, en dat hij zich zo bewust wordt dat op deze manier zijn arbeid ertoe dient het erfgoed van de hele menselijke samenleving, van alle mensen die de hele wereld bevolken, te vergroten.

Deze drie groepen van waarden bewaren altijd hun grote betekenis voor de menselijke arbeid in zijn subjectieve dimensie. Deze dimensie, d.w.z. de op de realiteit berustende waarheid van de arbeidende mens, is belangrijker dan de objectieve dimensie. Want in deze subjectieve dimensie komt vooral die “heerschappij” over de natuur tot uitdrukking waartoe de mens al van het begin af aan volgens de woorden van het boek Genesis geroepen wordt. Als deze daad van “onderwerping van de aarde”, d.w.z. de arbeid – rekening houdend met de technische middelen, in de loop van de geschiedenis van de mensheid en vooral in de laatste eeuwen – opvallend en belangrijk is door de toename van de productiemiddelen, dan is dit iets nuttigs en positiefs, mits de objectieve dimensie van de arbeid niet de overhand heeft over de subjectieve dimensie, door de mens te beroven van zijn waardigheid en onvervreemdbare rechten, of door deze te degraderen.

Document

Naam: LABOREM EXERCENS
Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 september 1981
Copyrights: © 1985, Stg. Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 22 februari 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam