• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GEBODEN 12. - NIET STELEN
Catecesereeks over de geboden - Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

We gaan voort met de verklaring van de Tien Geboden. Vandaag gaat het over het zevende gebod: Niet stelen.

Wanneer we dit gebod horen, denken we aan het thema van de diefstal en aan de eerbied voor andermans eigendom. In geen enkele cultuur is diefstal of misbruik van goederen geoorloofd. De gevoeligheid van mensen op het vlak van de verdediging van het bezit is erg groot. Het loont de moeite stil te staan bij een ruimere lezing van dit gebod door de aandacht te richten op het benaderen van de eigendom van goederen in het licht van de christelijke wijsheid.

In de sociale leer van de Kerk wordt gesproken over de universele bestemming van de goederen. Wat betekent dit? De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
zegt het als volgt:

In den beginne heeft God aan de menselijke gemeenschap het gezamenlijk beheer van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen toevertrouwd om er zorg voor te dragen, om ze door haar arbeid te onderwerpen en om van haar vruchten te genieten. De goederen van de schepping zijn bestemd voor de hele mensheid Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2402

En ook:

De universele bestemming van de aardse goederen blijft de voornaamste norm, zelfs als het bevorderen van het algemeen welzijn de eerbiediging van het privébezit vereist, zowel wat het recht op privébezit betreft, als het gebruik ervan Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2403 Vgl. Paus Franciscus, Encycliek, 'Wees geprezen' - over de zorg voor het gemeenschappelijke huis, Laudato Si' (24 mei 2015), 68. Iedere gemeenschap kan van het goede van de aarde nemen wat zij nodig heeft om te overleven, maar ze heeft ook de plicht om de aarde te beschermen en haar vruchtbaarheid voor de toekomstige generaties te verzekeren. Want ‘aan de Heer behoort de aarde’ (Ps. 24, 1), aan hem behoort ‘de aarde met al wat er op is’ (Deut. 10, 14). God verwerpt dus alle aanspraak op absoluut eigenaarschap: ‘Verkoop van land mag terugkoop niet uitsluiten, want het land behoort aan Mij; u bent er vreemdelingen en gasten (Lev. 25, 23).

De Voorzienigheid heeft geen “geijkte” wereld gewild. Er bestaan verschillen, verschillende situaties, verschillende culturen. Op die wijze kan men leven door voor elkaar te zorgen. De aarde is rijk aan grondstoffen zodat aan allen de basisgoederen kunnen verzekerd worden. En toch leven velen in stuitende armoede en takelen de grondstoffen af, door gebruik zonder beleid. Er is echter maar één enkele wereld! Er bestaat maar één enkele mensheid! Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 17. “Ieder mens is echter lid van de maatschappij: hij behoort tot de gehele mensheid. Niet alleen deze of die mens, maar alle mensen zijn geroepen tot deze volledige ontplooiing. (...) Voortbouwend op de vroegere generaties en profiterend van het werk van onze tijdgenoten hebben wij verplichtingen jegens allen en kunnen zij die na ons de kring van de mensenfamilie komen uitbreiden, ons niet onverschillig laten. De universele solidariteit, die een feit is en een weldaad voor ons, is ook een plicht”. De rijkdom van de wereld, vandaag, is in handen van een minderheid, weinigen. De armoede, ja de ellende en het lijden is het lot van velen, van de meerderheid.

Op deze aarde heerst honger, niet omdat het voedsel ontbreekt! Integendeel, soms wordt het omwille van de markt vernietigd en weggeworpen. Wat echter ontbreekt, is een vrij en vooruit denkend ondernemerschap dat zorgt voor een voldoende productie en een solidaire aanpak die een billijke verdeling waarborgt. De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
zegt ook:

“Wat het gebruik betreft van de aardse goederen die de mens rechtmatig bezit: hij mag deze niet uitsluitend beschouwen als zijn privé-eigendom, maar evenzeer als gemeenschappelijk bezit, in deze zin dat ze niet alleen hemzelf maar ook de anderen tot voordeel kunnen strekken.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2404 

Elke rijkdom, wil hij goed zijn, moet ook sociaal zijn.

In dit perspectief wordt de positieve en brede betekenis duidelijk van het gebod “Niet stelen”.

“Iemand die een goed in eigendom bezit, is als het ware een rentmeester van de voorzienigheid.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2404

Niemand is absolute eigenaar van de goederen. Men is rentmeester van goederen. Bezit is een verantwoordelijkheid. “Ik ben rijk…” dat is een verantwoordelijkheid die je toevalt. Elk goed, onttrokken aan Gods voorzienigheid is verraad. Verraad in de meest diepe betekenis. Waarvan ik echt eigenaar ben dat is wat ik weet te delen. Dit is een maatstaf om te bepalen hoe ik rijkdom weet te beheren, goed of slecht. Dit is een belangrijk gegeven: wat ik echt bezit, is wat ik weet te delen. Als ik deel, ben ik open. Dan ben ik rijk niet slechts door wat ik bezit maar ook door vrijgevigheid. Vrijgevigheid is de plicht rijkdom te delen zodat allen kunnen deelhebben. Als ik niet kan geven, betekent dit dat de dingen mij overheersen. Ze hebben mij in hun macht. Ik ben er de slaaf van. Het bezit van goederen is een mogelijkheid om ze creatief te vermenigvuldigen en ze edelmoedig te gebruiken om zo te groeien in liefde en vrijheid. Christus, ook al was Hij God, “heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil. 2, 6-7). Hij heeft ons rijk gemaakt door zijn armoede. Vgl. 2 Kor. 8, 9

Terwijl de mensheid zich uitslooft om meer te hebben, wordt zij door God verlost doordat Hij zich arm maakt. Die gekruisigde Mens heeft voor allen een onmetelijk losgeld betaald aan God Vader, “die rijk is aan erbarming” (Ef. 2, 4). Vgl. Jak. 5, 11 Wat ons rijk maakt, is niet het bezit, maar de liefde. Talloze malen hebben we gehoord wat het volk van God zegt: “De duivel komt binnen langs de zakken”. Het begint met de liefde voor het geld, de honger om te hebben. Daarna komt de ijdelheid: “Ik ben rijk en ik ga er prat op”. Tenslotte komen trots en hoogmoed. Zo gaat de duivel met ons tewerk. De toegangsdeur echter zijn de zakken.

Geliefde broers en zussen, opnieuw onthult Jezus Christus ons de volle betekenis van de heilige Schrift. “Niet stelen” wil zeggen: heb lief door middel van je goederen. Gebruik je middelen om lief te hebben zoveel je kunt. Dan word je leven, goed en word je bezit waarlijk een gave. Leven is niet de tijd om te hebben, maar om te beminnen. Dankjewel.

Document

Naam: GEBODEN 12. - NIET STELEN
Catecesereeks over de geboden - Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 7 november 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 8 oktober 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam