• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE VERERING VAN MARIA
Fragment van de preek in Castel Gandolfo

Op 15 augustus heeft de H. Vader de H. Mis gecelebreerd in de parochiekerk van Castel Gandolfo. Hij heeft er een homilie uitgesproken, waarin hij als volgt het „waarom" en het „hoe" heeft uiteengezet van de Mariaverering, welke onafscheidelijk verbonden is met die van Christus.

... Waarom moeten wij aldus Maria vereren? Het antwoord is gemakkelijk. De Heer is de eerste geweest om haar eer te betuigen. Maria is de Moeder van Christus. De plannen van God zijn door haar gegaan.

De voorzienigheid heeft deze uitverkoren vrouw in het middelpunt geplaatst van haar heilsplan met de wereld. Wij zullen nooit grondig genoeg deze wonderbare werkelijkheid kunnen bestuderen, welke God in Maria vervuld heeft. Wanneer wij onze gedachten laten gaan over de wijze, welke de Heer gekozen heeft om geheel het mensdom te verlossen, dan ontmoeten wij Maria. Het zal werkelijk een heerlijke overweging zijn om te trachten de gedachte van God te ontdekken over de nederige en grote Maagd van Nazareth, in wie het licht, de gaven en de verdiensten zo buitengewoon zijn, dat zij ons begrip te boven gaan.

De Mariaverering

Dit is voldoende voor ons om met zekerheid de tweede vraag te beantwoorden: Hoe de H. Maagd te eren? Het antwoord – en dit is een eerste grondslag – staat in wezenlijk verband met de bewonderenswaardige verhouding van licht en genade welke bestaat tussen de Almachtige en de Onbevlekt Ontvangene. Het aantal en de verscheidenheid van eerbewijzen, die ontspruiten aan het hart van de Kerk om Maria waardig te vieren, tonen ons de lijnen aan, die ons moeten leiden en die zeker onze vroomheid zullen aanwakkeren zonder deze te verminderen.

Wij erkennen allen – en juist vandaag moeten wij het voor ons en voor de anderen uitroepen – dat aan Maria een bijzondere, uitzonderlijke verering verschuldigd is. Een verering van hyperdulia, zegt de Catechismus. Dit woord drukt iets uit, dat de gewone maat wel verre overtreft. Daarom zullen wij nooit volledig aan onze plicht van Mariaverering kunnen voldoen, want haar recht op zulke eerbewijzen gaat onze begrensde mogelijkheden te boven.

Wij staan dus voor een religieus gebod, dat ons op een geheel bijzondere wijze verplicht.

Zie ook:
2e Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
nr. 66

Hyperdulia is een speciale verering van de drie niveau's van verering die tijdens het aardse leven mogelijk zijn.
Latria is gereserveerd voor God alleen, hyperdulia is gereserveerd voor de Maagd Maria, dulia is gereserveerd voor alle overige hemelse heerscharen.

"Ad Jesum per Maria"

Het tweede criterium, dat deze devotie onderscheidt en dat haar de waarde geeft die haar toekomt, wordt uit het volgende fundamentele princiep afgeleid: wij mogen nooit de verering van Maria scheiden van die, welke wij aan haar goddelijke zoon Jezus, onze Heer, moeten schenken. Anders zou het zijn alsof men een lamp wil zien zonder rekening te houden met haar licht. De lamp is prachtig, als zij haar licht geeft; het licht van Maria is Christus, die zij voor ons gedragen en gebaard heeft. Als wij Maria van Christus zouden scheiden, dan zou de Mariaverering haar reden van bestaan verliezen. In plaats van Maria van Jezus te scheiden moeten wij haar waardigheid zien als voortkomend uit Christus zelf; zij ontleent aan Hem de motieven die haar zo voortreffelijk maken juist wegens de verheven eer, die zij heeft om Moeder van Christus te zijn, om met Hem verbonden te zijn door vitale verhoudingen, namelijk door de Menswording, het mysterie dat het princiep van geheel ons geloof is. Maar in onze eerbetuigingen zullen wij haar nooit op een lijn mogen plaatsen met Christus.

Sommige eenvoudige zielen beschouwen Maria als barmhartiger dan de Heer. Langs een kinderlijke redenering komen zij ertoe om de Heer voor strenger te houden dan haar en om te denken dat men zich tot de H. Maagd moet wenden, want anders zullen wij gestraft worden door de Heer. Zeker, een verheven taak van voorspraak is aan Maria toevertrouwd, maar de bron van alle goedheid is de Heer.

Christus is de enige middelaar, de enige bron van genade. Maria zelf is alles, wat zij bezit, aan Christus verschuldigd. Zij is de „Moeder van de goddelijke genade" omdat zij deze genade van de Heer ontvangt. Het is dus noodzakelijk om deze twee begrippen met elkaar weten te verenigen: de eenheid van Maria met Christus, een eenheid die uitzonderlijk, buitengewoon vruchtbaar en mooi is; en de verhevenheid van Christus, zelfs betrekking tot Maria. Dit heeft zij zelf in haar eeuwige zang uitgeroepen: „De Almachtige heeft aan mij grote dingen gedaan", „Hij heeft neergezien op Zijn nederige dienstmaagd en van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen". Maria is voor ons een voorbeeld van nederigheid tot in en juist in de verhevenheid van haar glorie.

Hieruit volgt dat onze devotie geordend en geleid moet worden door de theologie, namelijk door de waarheid; niet door een of ander sentiment, maar door wat God Zelf gevestigd heeft. Wij zullen dan zien dat onze devotie tot Maria ook groot en bewonderenswaardig wordt en tevens goed geordend zal zijn, daar zij gebaseerd is op een totale harmonie van de waarheden en realiteiten van onze godsdienst.

Document

Naam: DE VERERING VAN MARIA
Fragment van de preek in Castel Gandolfo
Soort: Z. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: Z. Paus Paulus VI
Datum: 15 augustus 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief jrg 19, nr. 40, blz.1022-1023
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam