• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het migratieverschijnsel breidt zich steeds verder uit, en vormt tegenwoordig een belangrijk element in de toenemende onderlinge afhankelijkheid van de volkeren die kenmerkend is voor de globalisering. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Jezus Christus, levend in Zijn Kerk, bron van hoop voor Europa, Ecclesia in Europa (28 juni 2003), 8 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Bisschoppen, Pastores Gregis (16 okt 2003), 69.72 Deze heeft wel markten maar niet grenzen geopend, ze heeft de toegang geopend voor het vrije verkeer van informatie en kapitaal, maar niet in dezelfde mate voor het vrije verkeer van mensen. Geen enkele staat is hoe dan ook gevrijwaard van de gevolgen van een of andere vorm van migratie, die vaak met negatieve factoren verbonden is. Daaronder valt de verandering in de samenstelling van de bevolking in landen die het eerst geïndustrialiseerd werden, de groeiende ongelijkheid tussen Noord en Zuid, het bestaan van protectionistische belemmeringen in het internationaal handelsverkeer, waardoor de jonge landen hun producten niet tegen concurrerende prijzen kunnen afzetten op de markten van de landen in het Westen, en ten slotte het groeiend aantal conflicten en burgeroorlogen. Al deze gegevens zullen in de komende jaren even zovele factoren zijn die de migrantenstromen sneller zullen doen toenemen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Jezus Christus, levend in Zijn Kerk, bron van hoop voor Europa, Ecclesia in Europa (28 juni 2003), 87 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Bisschoppen, Pastores Gregis (16 okt 2003), 67, ofschoon het opkomend internationaal terrorisme aanleiding kan zijn tot het nemen van maatregelen om veiligheidsredenen. Deze maatregelen zullen onvermijdelijk leiden tot indamming van de stroom migranten die ervan dromen werk en veiligheid te vinden in de zogeheten welvarende landen, die hen als arbeidskrachten nodig hebben.

Het is daarom niet verwonderlijk dat migratie voor de migranten, vroeger en ook nu nog, allerlei ontberingen en lijden met zich meebrengt. Toch wordt met name in de laatste tijd en in bepaalde omstandigheden tot migreren aangespoord om de economische ontwikkeling te bevorderen van het gastland of van het land van herkomst (met name door het geld dat de emigranten overmaken). Veel volkeren zouden niet zo ver gekomen zijn als waar ze nu staan, zonder de bijdrage die miljoenen immigranten hebben geleverd.

De emigratie van gezinnen en de steeds toenemende emigratie van vrouwen gaan met veel leed gepaard. Vaak worden ze als ongeschoold personeel (hulp in het huishouden) in dienst genomen, en werken ze illegaal. Vaak missen ze de meest elementaire mensen- en vakbondsrechten, zo ze al niet simpelweg slachtoffer zijn van ‘mensenhandel’, die zelfs kinderen niet ontziet. Dat is een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de slavenhandel.

Ook al komt het niet tot dergelijke uitersten, toch moet men bedenken dat buitenlandse arbeiders niet beschouwd mogen worden als koopwaar of enkel maar arbeidskracht; ze mogen dus niet behandeld worden als zo maar een of andere productiefactor. Iedere migrant geniet onvervreemdbare fundamentele rechten die steeds geëerbiedigd dienen te worden. Bovendien hangt de bijdrage die de migranten aan het gastland kunnen leveren af van de mogelijkheid die ze in hun werk hebben om hun verstand en talenten te gebruiken.

Wat dit betreft werd op 1 juli de Internationale Conventie van kracht voor de Rechtsbescherming van alle Gastarbeiders en hun Gezinsleden; Paus Johannes Paulus II Vgl. Paus Johannes Paulus II, Angelus Domini van zondag 6 juli 2003, in: OR 7-8 juli 2003, 1 heeft sterk aangedrongen op de ondertekening daarvan. Hierin vindt men een samenvatting van de rechten De Conventie verwijst ook naar andere reeds bestaande Conventies in internationaal verband en waarvan de beginselen en rechten heel logisch toegepast kunnen worden op migranten. De Conventie herinnert met name aan de Conventies over slavernij, tegen discriminatie op het gebied van het onderwijs en opvoeding en tegen iedere vorm van rassendiscriminatie, de internationale verdragen over burger- en politieke rechten en die welke betrekking hebben op economische, sociale en culturele rechten, alsmede de Conventie tegen vrouwendiscriminatie, de Conventie tegen martelingen en andere wrede, onmenselijke en vernederende behandelingen. Ook wordt er verwezen naar de Conventie over de rechten van het kind en naar de Manilla Verklaring van het Vierde Verenigde Naties-Congres over Misdaadpreventie en de Behandeling van Wetsovertreders. Verder moet erop gewezen worden dat zelfs landen die de internationale Conventie over de rechtsbescherming van alle gastarbeiders en hun gezinsleden niet hebben ondertekend, toch verplicht zijn zich te houden aan bovengenoemde Conventies, natuurlijk in het geval dat zij die hebben ondertekend en er volledig mee akkoord zijn gegaan. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 23. Deze als voorbeeld wat betreft het standpunt van de Kerk aangaande de rechten van de migranten in de maatschappij waardoor het de migranten mogelijk wordt gemaakt een dergelijke bijdrage te leveren. Daarom verdient ze de instemming met name van de staten die het meest profiteren van de migratie. Daartoe stimuleert de Kerk de ratificatie van de internationale juridische instrumenten die de rechten van migranten, van vluchtelingen en van hun gezinnen waarborgen. Door tussenkomst van haar verschillende ter zake kundige instellingen en verenigingen (centra voor migrantenhulp, migrantentehuizen, bureaus voor sociale diensten, documentatie en bijstandverlening enzovoort) biedt de Kerk ook de in deze tijd steeds meer nodige bijstand aan. Vaak zijn migranten slachtoffer van illegaal dienstverband en kortlopende arbeidscontracten met armzalige werk- en levensomstandigheden, waarbij zij lichamelijk, verbaal en zelfs seksueel misbruik moeten ondergaan, lange uren moeten werken, vaak verstoken blijven van de normale gezondheidszorg en de normale sociale voorzieningen.

Maar terwijl deze precaire situatie van zoveel vreemdelingen iedereen tot solidariteit zou moeten bewegen, verwekt ze daarentegen bij veel mensen angst en vrees; ze ervaren de immigranten als een last, beschouwen hen met achterdocht en zien hen als een bedreiging en gevaar. Dit leidt vaak tot uitingen van onverdraagzaamheid, vreemdelingenangst en racisme. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Boodschap voor de 90ste Werelddag voor Migranten en Vluchtelingen (2004), Migratie met het oog op de vrede (15 dec 2003)

De aanwezigheid van een groeiend aantal moslims, en trouwens ook van aanhangers van andere godsdiensten, in landen waar de inwoners van oudsher in meerderheid christen zijn, maakt deel uit van het brede en ingewikkelde hoofdstuk van de ontmoeting tussen verschillende culturen en van de dialoog tussen de godsdiensten. Overigens woont een aanzienlijk aantal christenen in sommige landen met een bevolking die in meerderheid moslim is.

Het migratieverschijnsel heeft tegenwoordig heel andere aspecten dan in het verleden; politiek op louter nationaal niveau heeft daarom weinig zin. Geen enkel land kan thans in de waan verkeren dat het de emigratievraagstukken op eigen kracht kan oplossen. Nog minder succesvol zouden puur restrictieve politieke maatregelen zijn; ze zouden nog negatiever gevolgen hebben, met het risico dat het aantal illegale binnenkomers zou toenemen en de activiteit van criminele organisaties in de hand zou worden gewerkt.

De internationale migratie wordt terecht beschouwd als een belangrijk structureel onderdeel van het sociaal, economisch en politiek gebeuren in de huidige wereld. Omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn, is een nauwe samenwerking vereist tussen de landen vanwaar zij komen en de gastlanden; ook dient er een geëigende regelgeving tot stand te komen waardoor de verschillende juridische structuren met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht. Wat beoogd wordt, is de behoeften en rechten te beschermen van de emigranten en hun gezinnen, en ook die van het gastland.

Tegelijk wordt door de migratie een echt ethische kwestie aan de orde gesteld, namelijk het zoeken naar een nieuwe internationale economische orde om te komen tot een rechtvaardiger verdeling van de aardse goederen. Dit zou op niet geringe wijze bijdragen tot het verminderen en duidelijk matigen van een groot deel van de stroom migranten uit bevolkingsgroepen in nood. Daaruit volgt de noodzaak zich sterker in te zetten voor het scheppen van scholings- en pastorale systemen om de mensen te vormen op ‘wereldwijde schaal’, dat wil zeggen, hun een nieuwe kijk bij te brengen op de wereldgemeenschap en deze te zien als een volkerenfamilie voor wie de goederen van de aarde uiteindelijk bedoeld zijn, met als uiteindelijk doel het algemeen gemeenschappelijk welzijn.

De huidige migraties stellen de christenen daarnaast ook voor nieuwe opdrachten tot evangelisering en solidariteit, en vragen van hen dieper in te gaan op waarden die zij delen met andere religieuze of lekengroepen en die onmisbaar zijn om zonder wanklank samen te kunnen leven. De overgang van monoculturele samenlevingen naar multiculturele samenlevingen kan zo een teken worden van Gods levende tegenwoordigheid in de geschiedenis en in de mensengemeenschap, want ze biedt een providentiële gelegenheid om Gods plan van een universele verbondenheid ten uitvoer te leggen. De nieuwe historische situatie wordt feitelijk gekenmerkt doordat de ander zich aan ons in allerlei gedaanten vertoont, en in tegenstelling met vroeger is deze verscheidenheid in veel landen iets heel gewoons geworden. Vandaar dat de christenen geroepen zijn om niet alleen een geest van verdraagzaamheid uit te dragen en in praktijk te brengen – wat een grote verworvenheid is niet alleen in politiek en cultureel maar ook in godsdienstig opzicht – maar ook om andermans identiteit te respecteren. Zo kunnen zij, wanneer het mogelijk is en gelegen komt, stappen ondernemen om tot uitwisseling te komen met mensen die een andere afkomst en cultuur hebben, ook om ‘op respectvolle wijze hun geloof te verkondigen’. We worden dus allen uitgenodigd tot een cultuur van solidariteit, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22.30-32 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1.7.13 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 14 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 11 Pauselijke Raad ‘Cor Unum’ en Pauselijke Raad voor Migratie en Toerisme, De asielzoekers, een uitdaging tot solidariteit, in: EV 13 (1991-1993), 1019-1037; Pauselijke Commissie voor Vrede en Gerechtigheid, Self-reliance: rekenen op zichzelf, in: EV 6 (1977-1979), 510-563 Pauselijke Raad "Justitia et Pax", De Kerk en het rascisme: naar een meer broederlijke samenleving (3 nov 1988). in: KD 17/4 (april 1989), 295-322. die door het Magisterium zo vaak is aanbevolen, om samen te komen tot een echte en onvervalste mensengemeenschap. Dit is de, weliswaar moeilijke, weg die de Kerk ons wil laten gaan.

Document

Naam: ERGA MIGRANTES CARITAS CHRISTI
De liefde van Christus jegens de migranten
Soort: Pauselijke Raad v Pastorale Zorg v Migranten&Reizigers
Auteur: Stephen Fumio Kardinaal Hamao
Datum: 1 mei 2004
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam