• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

9. EER UW VADER EN UW MOEDER
Catechesereeks over de geboden - Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters,

Tijdens de reis door de Tien Geboden komen we vandaag aan het gebod over vader en moeder. Het gaat over de eer, verschuldigd aan de ouders. Wat is deze “eer”? De Hebreeuwse term verwijst naar de eer, de waarde, letterlijk “het gewicht”, de gedegenheid van iets. Het gaat dus niet over de uiterlijke verschijning van iets maar over zijn waarheid. In de Schrift betekent God eren, zijn aanwezigheid erkennen, rekening houden met zijn aanwezigheid. Dat wordt uitgedrukt door riten maar het betekent vooral aan God zijn ware plaats in het bestaan toekennen. Vader en moeder eren wil dus zeggen: hun belangrijkheid erkennen door concrete daden van toewijding, liefde en zorg. Toch gaat het niet uitsluitend hierover.

Het vierde gebod heeft een eigen kenmerk: het is een gebod met een uitkomst. Het luidt immers: “Eer uw vader en moeder, zoals Jahwe uw God u heeft geboden. Dan zult ge lang leven en gelukkig zijn op de grond die Hij u schenkt” (Deut. 5, 16). De ouders eren leidt tot een lang gelukkig leven. In de Tien Geboden komt het woord “geluk” alleen voor in verband met de relatie tot de ouders.

Deze eeuwenoude wijsheid vertolkt wat de menswetenschap slechts sinds iets meer dan een eeuw hebben gevonden: de kindertijd tekent heel het leven. Vaak is dat makkelijk te verstaan wanneer iemand is opgegroeid in een gezonde en evenwichtige omgeving. Maar evenzeer moet men vaststellen dat iemand ervaringen van verwaarlozing en geweld heeft meegemaakt. De kindertijd is als een onuitwisbare inkt. Men vindt haar terug in smaken en gedragingen ook al tracht men de littekens van de eigen oorsprong te verbergen.

Het vierde gebod zegt nog meer. Het handelt niet over de goedheid van de ouders. Het vraagt niet dat vaders en moeders zouden volmaakt zijn. Het gaat over het gedrag van de kinderen met voorbijzien aan de verdiensten van de ouders. Het zegt iets buitengewoons en bevrijdends: ook al zijn niet alle ouders goed, ook al verloopt niet elke kindertijd rustig, toch kunnen alle kinderen gelukkig worden, omdat het bereiken van een vol en gelukkig leven afhangt van de erkentelijkheid ten aanzien van hen die ons het leven schonken.

We denken hier aan de opbouwende waarde van dit Woord voor de vele jongeren die een verleden van lijden achter de rug hebben en voor allen die in hun eigen jeugd geleden hebben. Veel heiligen – en zeer veel christenen – hebben na een pijnlijke kindertijd een lichtend leven geleid omdat zij zich, door de genade van de Heer Jezus Christus, met het leven verzoend hebben. We denken aan die jonge man die nu nog zalig is maar volgende maand heilig wordt verklaard, Sulprizio, die op 19 jarige leeftijd zijn leven heeft beëindigd verzoend met veel lijden en andere dingen, omdat zijn hart helder was en omdat hij nooit zijn ouders had afgewezen. We denken aan de heilige Camillo de Lellis die na een jeugd in wanorde, een leven van liefde en dienstbaarheid leefde. We denken aan de heilige Josephina Bakhita, opgegroeid in verschrikkelijke slavernij. We denken aan de zalige Carlo Gnocchi, wees en arm. We denken aan de heilige Johannes Paulus II die getekend was door het verlies van zijn moeder op jeugdige leeftijd.

Elke mens, met welke achtergrond ook, wordt door dit gebod op Christus georiënteerd: in Hem, wordt de ware Vader zichtbaar, die ons roept “tot wedergeboorte uit water en geest”. Vgl. Joh. 3, 3-8 De raadsels van onze levens lichten op wanneer men ontdekt dat God ons, al van altijd, voorbereidt op een leven als zijn kinderen waardoor elke daad een zending wordt van Hem ontvangen.

Onze wonden beginnen mogelijkheden te worden wanneer we door genade ontdekken dat het ware raadsel niet meer is “waarom?” maar “voor wie?”, voor wie is mij dit overkomen. Met het oog op welk werk heeft God mij doorheen mijn geschiedenis gesmeed? Alles wordt omgekeerd, alles wordt kostbaar, alles wordt bouwsteen. Voor wie wordt mijn ervaring, hoe droevig en pijnlijk ook, in het licht van de liefde, een bron van verlossing? Dan kunnen we onze ouders beginnen eren met de vrijheid van volwassen kinderen en met barmhartige aanvaarding van hun beperktheden. Vgl. H. Augustinus, Rede over Matteüs, 72, A, 4: “Christus leert de ouders te verlaten en tegelijk ze te beminnen. Ouders worden op passende wijze en in een geest van geloof bemind, wanneer men ze niet boven God verkiest. De Heer zegt: wie vader en moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. Het lijkt wel of Hij ons waarschuwt ze niet te beminnen; maar het tegendeel is waar: Hij spoort je aan ze te beminnen. Hij had inderdaad kunnen zeggen: “Wie vader of moeder bemint, is Mij niet waardig”. Maar zo heeft Hij niet gesproken om niet in te gaan tegen de Wet die Hij had afgekondigd. Door middel van zijn dienaar Mozes gaf Hij de Wet waar geschreven staat: Eer uw vader en uw moeder. Hij heeft geen tegengestelde wet afgekondigd, maar ze wel bevestigd. Verder heeft Hij je de opdracht gegeven, zonder de plicht tot liefde voor de ouders op te heffen: bemin vader en moeder maar niet meer dan Mij. Je moet ze dus beminnen, maar niet meer dan Mij. God is God, mens is mens. Heb je ouders lief, gehoorzaam je ouders, eer je ouders. Maar als God je roept tot een belangrijke zending, waarbij de liefde voor de ouders een hinderpaal zou kunnen zijn, gehoorzaam dan de opdracht, zonder de naastenliefde op te geven”

De ouders eren die ons het leven schonken! Als je weggegaan bent van je ouders, doe een inspanning en keer terug bij hen. Misschien zijn ze oud… Ze schonken je het leven. En verder, geen lelijke dingen zeggen, niet schelden… Alsjeblieft, beledig nooit, nooit de ouders van iemand. Nooit, nooit de moeder beledigen, nooit vader beledigen. Nooit! Nooit! Maken jullie allen deze inwendige afspraak: vanaf vandaag zal ik de moeder of vader van iemand niet meer beledigen. Ze hebben het leven geschonken. Ze mogen niet beledigd worden.

Dit wonderbaarlijke leven is ons geschonken, niet opgelegd. In Christus herboren worden, is een genade die men vrij aanneemt. Vgl. Joh. 1, 11-13 Dat is de schat van ons doopsel waardoor, door het werk van de Heilige Geest, één onze Vader is, die in de hemel. Vgl. Mt. 23, 9 Vgl. 1 Kor. 8, 6 Vgl. Ef. 4, 6 Bedankt!

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie dossier Catecheses over de Geboden

Document

Naam: 9. EER UW VADER EN UW MOEDER
Catechesereeks over de geboden - Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 19 september 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 1 november 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam