• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Onder de deugden die voor de bediening van de priesters het meest noodzakelijk zijn, moet genoemd worden de voortdurende innerlijke bereidheid om niet hun eigen wil te zoeken, maar de wil van Hem die hen gezonden heeft. Vgl. Joh. 4, 34 Vgl. Joh. 5, 30 Vgl. Joh. 6, 38 Want het goddelijk werk waartoe zij door de Heilige Geest geroepen zijn Vgl. Hand. 13, 2 , gaat alle menselijke krachten en menselijke wijsheid te boven; want “wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen” (1 Rom. 1, 27). In het besef dus van zijn eigen zwakheid werkt de echte dienaar van Christus in alle nederigheid, zoekt hij naar wat God behaagt Vgl. Ef. 5, 10 en laat hij zich, als het ware gebonden door de Geest Vgl. Hand. 20, 22 , in alles leiden door de wil van Hem, die wil, dat alle mensen gered worden. Deze wil kan hij ontdekken en ten uitvoer brengen in de dagelijkse levensomstandigheden, door nederig dienstbaar te zijn aan allen, die hem in zijn ambt en in de vele voorvallen van zijn leven door God zijn toevertrouwd.

Maar het priesterlijk dienstwerk, als zijnde het dienstwerk van de Kerk zelf, kan slechts in de hiërarchische gemeenschap van het gehele lichaam worden vervuld. De herderlijke liefde eist daarom, dat de priesters bij hun werk in deze gemeenschap hun eigen wil door de gehoorzaamheid ten offer brengen aan de dienst van God en hun broeders. Zij moeten in de geest van geloof aanvaarden en uitvoeren al wat door de paus en hun eigen bisschop en door andere oversten wordt voorgeschreven of aanbevolen; en graag zullen zij alles besteden en zichzelf erbij Vgl. 2 Kor. 12, 15 in iedere bediening, die hun wordt opgedragen, ook al is ze gering en onbeduidend. Want op deze wijze bewaren en versterken zij de noodzakelijke eenheid met hun broeders in het ambt, vooral met degenen, die de Heer geeft aangesteld tot zichtbare leiders van zijn Kerk, en werken zij aan de opbouw van het Lichaam van Christus, dat “door allerlei stuttende geledingen” tot groei komt. Vgl. Ef. 4, 11-16 Deze gehoorzaamheid, waardoor zij de rijpere vrijheid krijgen van kinderen Gods, eist uiteraard dat de priesters, wanneer zij bij de vervulling van hun ambt, gedrongen door de liefde, verstandig naar nieuwe wegen zoeken tot groter welzijn van de Kerk, hun initiatieven met vertrouwen voorleggen en met klem de noden van hun gelovigen uiteenzetten, maar altijd met de bereidheid zich te onderwerpen aan het oordeel van hen die een leidende functie vervullen in het bestuur van de Kerk Gods.

Door deze nederigheid en verantwoordelijke en vrijwillige gehoorzaamheid worden de priesters gelijkvormig aan Christus en maken zij zich de gezindheid van Christus Jezus eigen, die “zichzelf ontledigd heeft door het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen... door gehoorzaam te worden tot de dood” (Fil. 2, 7-9), en die door deze gehoorzaamheid de ongehoorzaamheid van Adam heeft overwonnen en verlost zoals de apostel zegt: “Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd” (Rom. 5, 19).

Document

Naam: PRESBYTERORUM ORDINIS
Over het leven en dienst van de priester
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0797, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 1 oktober 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam