• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Omdat de mensen in de wereld van onze tijd zozeer met werkzaamheden zijn overladen en overstelpt worden met zoveel verschillende problemen, die vaak om een snelle oplossing vragen, lopen zij maar al te dikwijls gevaar innerlijk verdeeld te worden door zoveel verschillende dingen. Ook bij de priesters, totaal in beslag genomen en verstrooid door de talrijke verplichtingen van hun ambt, kan de angstige vraag opkomen hoe zij hun innerlijk leven in harmonie kunnen brengen met hun uiterlijke activiteit. Deze eenheid van leven kan niet alleen maar door een uiterlijk program van werkzaamheden en ook niet alleen maar door een geregeld verrichten van godsvruchtige oefeningen tot stand komen, al zijn deze zaken daarvoor zeer nuttig. Maar wel kunnen de priesters tot deze eenheid komen door bij de vervulling van hun bediening het voorbeeld te volgen van Christus de Heer, wiens spijs het was, de wil te doen van Degene, die Hem gezonden had om zijn werk te volbrengen. (Joh. 4, 34)

Het is inderdaad Christus die zich van zijn dienaars bedient om voortdurend in de wereld de wil van zijn Vader te verwezenlijken door de Kerk, en daarom blijft altijd het beginsel en de bron van de eenheid in hun leven. De priesters zullen daarom tot deze eenheid geraken door zich met Christus te verenigen in het kennen van de wil van de Vader en in het wegschenken van zichzelf voor de hun toevertrouwde gelovigen. Vgl. 1 Joh. 3, 16 Zo zullen zij, door de Goede Herder te vertegenwoordigen, juist in de uitoefening van de herderlijke liefde de band van priesterlijke volmaaktheid vinden, die eenheid schept tussen hun leven en hun activiteit. Deze herderlijke liefde H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 123, 5: P.L. 35, 1967; “Het is een taak van liefde, de kudde van de Heer te leiden” vindt allereerst haar oorsprong in het eucharistisch offer, dat daarom het middelpunt en de wortel is van heel het leven van de priester, zodat het priesterleven zich beijvert te weerspiegelen wat op het offeraltaar plaats heeft. Dit is echter niet mogelijk zonder dat de priesters steeds dieper in het geheim van Christus doordringen door het gebed.

Willen zij de eenheid van hun leven ook correct verwezenlijken, dan moeten zij al hun initiatieven beschouwen in het licht van Gods wil Vgl. Rom. 12, 2 en zich afvragen in hoever deze initiatieven in overeenstemming zijn met de normen van de evangelische zending van de Kerk. Want de trouw jegens Christus is onafscheidelijk verbonden met de trouw jegens zijn Kerk. De herderlijke liefde vraagt daarom dat de priesters, wil hun arbeid niet vergeefs zijn Vgl. Gal. 2, 2 , altijd werken in nauwe verbondenheid met de bisschoppen en met hun medebroeders in het priesterschap. Aldus zullen de priesters de eenheid van hun leven vinden in de eenheid zelf van de zending van de Kerk, en zó zullen zij verenigd blijven met hun Heer en door Hem met de Vader in de Heilige Geest, zodat zij met troost vervuld kunnen worden en hun blijdschap overvloedig kan zijn. Vgl. 2 Kor. 7, 4

Document

Naam: PRESBYTERORUM ORDINIS
Over het leven en dienst van de priester
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0797, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 13 februari 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam