• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Redenen en noodzakelijkheid van de missieactiviteit

De grond van deze missieactiviteit ligt in de wil van God, die "wil, dat alle mensen gered worden en tot de kennis der waarheid komen. Want God is één, één is ook de Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich gegeven heeft als losprijs voor allen" (1 Tim. 2, 4-6), "en in niemand anders ligt de redding" (Hand. 4, 12). Allen moeten dus, wanneer zij Hem door de prediking van de Kerk hebben erkend, zich tot Hem bekeren en zich door het doopsel laten inlijven bij Hem en de Kerk, die zijn lichaam is. Want Christus zelf heeft "door uitdrukkelijk het geloof en het doopsel als noodzakelijk te verklaren Vgl. Mc. 16, 16 Vgl. Joh. 3, 5 , tevens de noodzakelijkheid bevestigd van de Kerk, waarin de mensen door de deur van het doopsel binnengaan. Daarom kunnen die mensen niet gered worden, die weten, dat de katholieke Kerk door God, door middel van Jezus Christus, als noodzakelijk is gesticht en toch weigeren, in haar binnen te gaan, of lid van haar te blijven" Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14. Ofschoon dus God langs wegen die Hem bekend zijn, de mensen, die buiten hun schuld het Evangelie niet kennen, tot het geloof kan brengen zonder hetwelk het onmogelijk is, Hem te behagen (Hebr. 11, 6), toch heeft de Kerk de dwingende plicht Vgl. 1 Kor. 9, 16 en tevens het heilige recht, het Evangelie te verkondigen. Daarom behoudt de missieactiviteit ten volle haar zin en noodzakelijkheid tegenwoordig even goed als altijd.

Door de missieactiviteit bundelt en ordent het mystieke Lichaam van Christus onophoudelijk zijn krachten tot zijn eigen groei Vgl. Ef. 4, 11-16 . Tot de uitoefening ervan worden de leden van de Kerk gedreven door de liefde, waarmee zij God beminnen en die hen doet verlangen om samen met alle mensen te delen in de geestelijke goederen van het tegenwoordige en toekomstige leven. Door deze missieactiviteit tenslotte wordt God volledig verheerlijkt, doordat de mensen bewust en ten volle zijn heilswerk aanvaarden, dat Hij in Christus heeft voltrokken. Door de missieactiviteit wordt dus het plan van God voltooid, waaraan Christus zich in een geest van gehoorzaamheid en liefde heeft gewijd tot verheerlijking van de Vader, die Hem gezonden heeft Vgl. Joh. 7, 18 Vgl. Joh. 8, 30.44 Vgl. Joh. 8, 50 Vgl. Joh. 17, 1 , nl. de vorming van de gehele mensheid tot één volk Gods, haar éénwording in het éne Lichaam van Christus en haar opbouw tot de éne tempel van de Heilige Geest. Dit alles bevordert de broederlijke eendracht en beantwoordt daarom aan het diepste verlangen van alle mensen. Zo tenslotte wordt ook inderdaad het plan verwezenlijkt van de Schepper, die de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis, wanneer allen, die deel hebben aan de menselijke natuur, in Christus door de Heilige Geest herboren en eensgezind de glorie van God beschouwend, kunnen zeggen: "Onze Vader" Zie voor dit samenvattende idee de leer van S. Ireneüs omtrent het herstel: Vgl. H. Hippolytus, Over de Antichrist. 3: Door zijn liefde voor allen en zijn verlangen om allen te redden, door zijn wil om allen tot kinderen Gods te maken en door alle heiligen te roepen tot één volmaakte mens ...: P.G. 10, 732; G.C.S. Hippolytus I, 2, p. 6 Vgl. H. Ireneüs van Lyon, Benedictiones Iacob. 7: T.U., 38, 1, p. 18, lin. 4 vv. Vgl. Origenes van Alexandrië, Commentaria in Ioannem. tom. 1, n. 16: "Want dan zullen allen één zijn in het kennen van God, allen, die tot God zijn gekomen onder de leiding van het Woord, dat bij God is, zodat alle kinderen een nauwkeurige kennis zullen hebben van de Vader, zoals nu alleen de Zoon de Vader kent": P.G. 14, 49; G.C.S. Orig. IV, 20 Vgl. H. Augustinus, Sermones. De Sermone Domini in monte, I, 41: "Laten wij alles liefhebben wat met ons geroepen is tot dat koninkrijk, waar niemand zegt "Mijn Vader", maar waar allen tot de éne God zeggen "Onze Vader": P.L. 34, 1250 Vgl. H. Cyrillus van Alexandrië, Commentaar op het Evangelie volgens Johannes, Commentarium in Joannis Evangelium. I: "Wij zijn immers allen in Christus en de gezamenlijke mensheid komt in hem weer tot leven. Juist daarom is hij ook de nieuwe Adam genoemd . . . Want in ons heeft hij gewoond, die krachtens zijn natuur Zoon is en God; daarom roepen wij in zijn Geest: Abba, Vader! Het Woord woont in allen als in een tempel, die hij nl. om onzentwille en uit ons heeft aangenomen, om zo allen in zich op te nemen en allen, gelijk Paulus zegt, in één lichaam met de Vader te verzoenen.

Document

Naam: AD GENTES DIVINITUS
Over de missie-activiteit van de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0798, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam