• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De missieplicht van de Instituten van volmaaktheid
De religieuze instituten, contemplatieve en actieve, hadden tot nu toe en hebben nog steeds het grootste aandeel in de evangelisatie van de wereld. De heilige Synode erkent graag hun verdiensten en dankt God voor de vele offers, die zij hebben gebracht voor de eer van God en de dienst aan de mensen; en zij spoort hen aan, het ondernomen werk onvermoeid voort te zetten in het besef, dat de deugd van liefde, die zij krachtens hun roeping op een meer volmaakte wijze moeten beoefenen, hen stuwt en verplicht tot een echt katholieke geest en arbeid`. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 44.

De instituten met contemplatief leven zijn door hun gebeden, boetedoeningen en lijden van de grootste betekenis voor de bekering van de mensen; want het is God, die, als men Hem erom vraagt, arbeiders zendt om te oogsten Vgl. Mt. 9, 38 , die de harten van de niet-christenen ontvankelijk maakt voor de boodschap van het Evangelie Vgl. Hand.16,14, en die het woord van het heil in hun harten wasdom geeft Vgl. 1 Kor. 3, 7 . Deze instituten worden zelfs uitgenodigd, huizen te stichten in de missiegebieden, gelijk verschillende reeds hebben gedaan, om daar te leven op een wijze, die is aangepast aan de echt godsdienstige tradities van die volken en zó te midden van de niet-christenen een prachtig getuigenis te zijn van de majesteit en de liefde van God en van de eenheid, die tot stand komt in Christus.

De instituten met actief leven, of zij nu een strikt missionair doel hebben of niet, dienen zich ernstig voor God af te vragen, of zij hun activiteit voor de uitbreiding van het Koninkrijk Gods onder de volken niet zouden kunnen intensiveren; of zij sommige taken niet aan anderen zouden kunnen overlaten, zodat zij hun eigen krachten aan de missies kunnen wijden; of zij een arbeid in de missies zouden kunnen beginnen door een aanpassing, zo nodig, van hun constituties, altijd natuurlijk in de geest van hun stichter. Zij moeten overwegen, of hun leden werkelijk zich met al hun krachten inzetten voor het missiewerk en of hun levenswijze een getuigenis is voor het Evangelie, een getuigenis, dat aangepast is aan de aard en de situatie van het volk.

Omdat tenslotte onder de werking van de Heilige Geest de seculiere instituten in de Kerk steeds toenemen, kunnen deze onder het gezag van de bisschop op velerlei wijze vruchtbaar werken in de missies, als een teken van de volledige toewijding aan de evangelisatie van de wereld.

Document

Naam: AD GENTES DIVINITUS
Over de missie-activiteit van de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0798, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam