• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De missieplicht van de bisschoppen
Alle bisschoppen, als zijnde leden van het bisschoppencollege, dat de opvolger is van het college van de apostelen, zijn gewijd niet alleen voor een bepaald diocees, maar voor het heil van heel de wereld. De opdracht van Christus om het Evangelie te verkondigen aan heel de schepping Vgl. Mc. 16,15 , gaat allereerst en onmiddellijk hén aan samen met Petrus en onder leiding van Petrus. Daaruit ontstaat die gemeenschap en samenwerking van de Kerken, die tegenwoordig zo noodzakelijk is om het werk van de evangelisatie voort te zetten. Krachtens deze gemeenschap hebben de afzonderlijke Kerken de zorg voor alle andere, maken de Kerken elkaar haar noden bekend, delen zij elkaar mee van haar goederen; de uitbreiding immers van het Lichaam van Christus is de taak van het gehele bisschoppencollege. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23-24.

De bisschop stelt, wanneer hij in zijn diocees, waarmee hij één geheel vormt, het missiewerk op gang brengt, stimuleert en leidt, de missiegeest en de missie-ijver van het volk Gods tegenwoordig en maakt die als het ware zichtbaar, zodat heel het diocees missionair wordt.

Het is de taak van de bisschop, onder zijn volk, vooral onder de zieken en lijdenden, mensen te vinden, die edelmoedig hun gebed en boete aan God opdragen voor de evangelisatie van de wereld; hij zal de roepingen van jonge mensen en clerici tot de missie-instituten van harte aanmoedigen en dankbaar zijn, als God sommigen uitkiest voor het missiewerk van de Kerk. Hij zal de diocesane congregaties aansporen en helpen om een eigen aandeel in het missiewerk te aanvaarden. Hij zal de werken van de missie-instituten onder zijn gelovigen steunen, vooral echter de Pauselijke missiewerken. Want aan de laatstgenoemde moet terecht de eerste plaats worden gegeven, omdat ze het middel zijn om de katholieken vanaf hun jeugd te bezielen met een echt universele en missionaire geest en om op doelmatige wijze de financiële steun te stimuleren ten bate van alle missies, overeenkomstig de noden van elke missie. Vgl. Paus Benedictus XV, Apostolische Brief, Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld, Maximum Illud (30 nov 1919), 34-38 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de Katholieke Missie, Rerum Ecclesiae (28 feb 1926), 71-73 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 65 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957), 28.

Omdat echter de behoefte aan arbeiders in de wijngaard des Heren met de dag toeneemt en ook de diocesane priesters steeds meer verlangen, deel te nemen aan de evangelisatie van de wereld, wenst de heilige Synode, dat de bisschoppen met het oog op het enorme priestergebrek, waardoor de evangelisatie van talrijke gebieden wordt belemmerd, enkele van hun beste priesters, die zich voor het missiewerk aanbieden, na een behoorlijke voorbereiding uitzenden naar priesterarme diocesen om daar, tenminste voor een zekere tijd, in een geest van dienstbaarheid een missietaak te vervullen.Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957), 30.

Voor een beter resultaat van de missieactiviteit van de bisschoppen ten bate van de gehele Kerk, is het gewenst, dat de bisschoppenconferenties leidend optreden in alles wat betrekking heeft op een geordende samenwerking in hun eigen gebied. In hun conferenties zullen de bisschoppen spreken over

  • het bestemmen van priesters uit de diocesane geestelijkheid voor de evangelieprediking onder de volken;
  • over een vaste bijdrage, die elk diocees naar verhouding van zijn inkomsten jaarlijks moet geven voor het missiewerk Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 6;
  • over de regeling en de organisatie van de methoden en middelen, die een rechtstreekse steun aan de missie tot doel hebben;
  • over de hulp aan de missie-instituten en aan de seminaries van de diocesane geestelijkheid voor de missies en zo nodig;
  • over de oprichting ervan;
  • over een nauwer contact tussen dergelijke instituten en de diocesen.

Het is eveneens de taak van bisschoppenconferenties, werken te stichten en te bevorderen, waardoor mensen, die om redenen van arbeid en studie uit de missielanden overkomen, broederlijk worden opgenomen en een passende pastorale begeleiding ontvangen. Door hen immers komen de verre volken als het ware nabij en krijgen de vanouds christelijke gemeenschappen een prachtige gelegenheid, een dialoog aan te gaan met de volken, die het Evangelie nog niet hebben vernomen, en door een dienst van liefde en hulp hun het ware gelaat van Christus te tonen. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957), 29.

Document

Naam: AD GENTES DIVINITUS
Over de missie-activiteit van de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0798, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam