• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De doctrinaire en apostolische vorming

"Zij, die naar de verschillende volken worden gezonden, moeten als goede dienaars van Christus doortrokken zijn van de beginselen van het geloof en de goede leer" (1 Tim. 4, 6); zij zullen deze vooral putten uit de H. Schrift door dieper door te dringen in het geheim van Christus, wiens herauten en getuigen zij moeten zijn.

Daarom moeten alle missionarissen, priesters, broeders, zusters en leken, ieder overeenkomstig zijn mogelijkheden, worden voorbereid en gevormd om opgewassen te zijn tegen de eisen van toekomstige arbeid Vgl. Paus Benedictus XV, Apostolische Brief, Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld, Maximum Illud (30 nov 1919), 2 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 21. Vanaf het eerste begin moet hun doctrinaire vorming zó worden opgezet, dat ze zowel op de universaliteit van de Kerk als op de verscheidenheid van de volken is gericht. Dit geldt voor alle vakken, die behoren tot de voorbereiding op hun dienstwerk, en ook voor de andere wetenschappen, die voor hen van nut kunnen zijn om een algemene kennis op te doen van volken, culturen en godsdiensten, en dit niet alleen met het oog op het verleden, maar ook op het heden. Wie immers naar een ander volk wil gaan, moet hoge waardering hebben voor het erfgoed, de taal en de gewoonten van dat volk. De toekomstige missionaris dient zich heel bijzonder toe te leggen op de missiologie, d.w.z. hij moet de leer en de richtlijnen van de Kerk omtrent de missieactiviteit leren kennen; hij moet weten, welke wegen de Evangelieverkondigers in de loop van de eeuwen hebben gevolgd; eveneens moet hij op de hoogte zijn van de huidige situatie van de missies en van de methodes, die men tegenwoordig het meest doeltreffend acht Vgl. Paus Benedictus XV, Apostolische Brief, Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld, Maximum Illud (30 nov 1919), 22 Decreet van de Congregatie voor de Voortplanting van het geloof van 20 mei 1923: A.A.S. 15 (1923) 369-370 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Bij gelegenheid van de 800e verjaardag van de onafhankelijkheid van Portugal, Saeculo Exeunte Octavo (13 juni 1940), 28 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 21 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, De Opperherder - over de missionerende taak van de Kerk bij de 40e verjaardag van de Apostolische Brief Maximum Illud van Paus Benedictus XV, Princeps Pastorum (28 nov 1959), 16.

Ofschoon heel deze opleiding gedragen behoort te worden door een pastorale bewogenheid, moet toch een speciale en goed gerichte apostolische vorming worden gegeven zowel theoretisch als praktisch.Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 19-21 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over het religieuze leven, Sedes Sapientiae (31 mei 1956). A.A.S. 48 (1956) 354-365 (Eccl. Doc. 0788).

Een zo groot mogelijk aantal van broeders en zusters moet een degelijke opleiding en voorbereiding ontvangen in de catechetiek om met nog meer vrucht te kunnen deelnemen aan het apostolaat.

Ook zij, die slechts tijdelijk een taak vervullen in het missiewerk, moeten een aangepaste vorming krijgen.

Al deze soorten van opleiding moeten in de missielanden zelf zo worden aangevuld, dat de missionarissen een grondige kennis opdoen van de geschiedenis, de sociale structuur en de gewoonten van de verschillende volken, en dat zij een inzicht krijgen in de moraal, de godsdienstige leer en in de eigenlijke inhoud van de voorstellingen, die deze volken volgens hun heilige tradities hebben over God, wereld en mens. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 59-60. De talen moeten zij zo beheersen, dat zij er zich vlot en correct van kunnen bedienen en zó gemakkelijker toegang krijgen tot de geest en het hart van de mensen. Vgl. Paus Benedictus XV, Apostolische Brief, Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld, Maximum Illud (30 nov 1919), 23 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 21 Bovendien moeten zij behoorlijk worden ingeleid in de bijzondere pastorale noden.

Sommigen onder hen moeten een nog meer gespecialiseerde opleiding ontvangen aan instituten voor missiologie of aan andere faculteiten of universiteiten om met meer succes speciale functies te kunnen vervullen.Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de toestand van de Afrikaanse missie, Fidei donum (21 apr 1957), 11 en door hun wetenschap de andere missionarissen van dienst te kunnen zijn bij het missiewerk, dat vooral in onze tijd zoveel moeilijkheden met zich meebrengt, maar ook zoveel mogelijkheden biedt. Bovendien is het zeer gewenst, dat de regionale bisschoppenconferenties een aantal van dergelijke deskundigen tot hun beschikking hebben om van hun kennis en ervaring te kunnen profiteren bij de eisen, die aan hun ambt worden gesteld. Ook moeten er experts aanwezig zijn voor het benutten van de techniek en van de publiciteitsmiddelen, waarvan allen het belang hoog moeten aanslaan.

Document

Naam: AD GENTES DIVINITUS
Over de missie-activiteit van de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0798, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam