• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De groei van de jonge Kerken

Het werk van de vestiging der Kerk in een bepaalde mensengroepering komt tot een duidelijke afsluiting, wanneer de gemeenschap van gelovigen krachtig wortel heeft geschoten in het sociale leven, zich enigszins heeft aangepast aan de plaatselijke cultuur en zo een zekere stabiliteit en hechtheid heeft gekregen, wanneer ze nl. voorzien is van een eigen, zij het nog ontoereikende groep van landeigen priesters, religieuzen en leken, en wanneer zij de functies en instellingen bezit, die noodzakelijk zijn, wil het volk Gods zijn leven kunnen leiden en ontwikkelen onder het bestuur van de eigen bisschop.

In deze jonge Kerken moet het leven van het volk Gods tot rijpheid komen op alle gebieden van het christelijk leven, dat zich moet vernieuwen volgens de richtlijnen van dit Concilie: de groepen van gelovigen worden steeds meer bewust levende gemeenschappen van geloof, liturgie en liefde; de leken streven ernaar om door hun maatschappelijke en apostolische activiteit een orde van liefde en rechtvaardigheid te vestigen in de samenleving; van de publiciteitsmiddelen wordt een nuttig en verstandig gebruik gemaakt; de gezinnen worden door een echt christelijk leven een school van lekenapostolaat en een bron van roepingen tot het priester -en kloosterleven. Het geloof tenslotte is het voorwerp van een aangepast catechetisch onderricht, het wordt gevierd in een liturgie, die de volksaard aanspreekt; en door een wijze canonieke wetgeving doordringt het de gezonde menselijke instellingen en de plaatselijke gewoonten.

De bisschoppen moeten, samen met hun priestercollege, zich steeds meer afstemmen op Christus en de Kerk, en meevoelen en meeleven met de universele Kerk. De jonge Kerken moeten in nauwe gemeenschap blijven met de gehele Kerk, en zij moeten de elementen van haar traditie verbinden met haar eigen cultuur om zo als door een wisselwerking van krachten het leven van het mystieke Lichaam te verhogen. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, De Opperherder - over de missionerende taak van de Kerk bij de 40e verjaardag van de Apostolische Brief Maximum Illud van Paus Benedictus XV, Princeps Pastorum (28 nov 1959), 9. Daarom moet men de theologische, psychologische en menselijke elementen cultiveren, die een bijdrage kunnen leveren tot het ontwikkelen van deze geest van gemeenschap met de universele Kerk.

Deze Kerken nu, die zeer dikwijls gelegen zijn in de armste delen van de wereld, hebben meestal nog een groot gebrek aan priesters en aan materiële hulpmiddelen. Daarom is een ononderbroken missieactiviteit van de gehele Kerk hoog nodig om hun de vereiste steun te verlenen vooral met het oog op de ontwikkeling van de plaatselijke Kerk en de uitbloei van het christelijk leven. Deze missieactiviteit moet haar hulp ook uitstrekken tot Kerken, die reeds lang bestaan, maar in een toestand van achteruitgang of verzwakking geraakt zijn.

Toch moeten deze Kerken komen tot een gemeenschappelijke pastorale aanpak en tot doelmatige initiatieven om het aantal roepingen voor de diocesane geestelijkheid en de religieuze instituten te doen toenemen, beter te selecteren en vruchtbaarder te ontwikkelen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 11 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2, zodat zij geleidelijk in hun eigen behoeften kunnen voorzien en hulp kunnen verlenen aan anderen.

De missieactiviteiten van de particuliere Kerken

Omdat de particuliere Kerk een zo volmaakt mogelijk beeld moet zijn van de universele Kerk, moet zij er zich goed van bewust zijn, dat zij gezonden is ook tot de andere inwoners van dat gebied, die niet in Christus geloven, om door het getuigenis van het leven van de afzonderlijke gelovigen en van de gemeenschap als geheel een teken te zijn, dat hen heen wijst naar Christus.

Bovendien is de bediening van het woord noodzakelijk, wil het Evangelie alle mensen kunnen bereiken. De bisschop moet eerst en vooral een heraut van het geloof zijn, die nieuwe leerlingen tot Christus brengt Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25. Voor het goed vervullen van dit verheven ambt moet hij nauwkeurig op de hoogte zijn van de omstandigheden van zijn gelovigen en van datgene, wat zijn medeburgers nu eigenlijk denken over God. Daarbij moet hij terdege rekening houden met de velerlei veranderingen als gevolg van de urbanisatie, de migratie en de godsdienstige onverschilligheid.

De landeigen priesters moeten in de jonge Kerken het werk van de evangelisatie met élan aanpakken en daarbij actief samenwerken met de buitenlandse missionarissen met wie zij één priestercollege zullen vormen, verenigd onder het gezag van de bisschop; en dit niet alleen met het oog op de leiding van de gelovigen en de viering van de goddelijke eredienst, maar ook met het oog op de prediking van het Evangelie aan hen, die nog buiten de Kerk staan. Zij moeten zich bereid tonen en eventueel zich edelmoedig aanbieden aan hun bisschop voor het missiewerk in afgelegen en verwaarloosde gebieden van hun eigen diocees of in andere diocesen.

Met diezelfde ijver moeten ook bezield zijn de mannelijke en vrouwelijke religieuzen en eveneens de leken ten opzichte van hun medeburgers, vooral de armen.

De bisschoppenconferenties zullen op bepaalde tijden cursussen laten geven, voor een Bijbelse, theologische, geestelijke en pastorale herscholing om zo bij alle veranderingen, die zich voordoen, aan de geestelijkheid de gelegenheid te bieden, zich vollediger op de hoogte te stellen van de theologische wetenschap en van de pastorale methodes.

Overigens moeten alle bepalingen van dit Concilie, vooral van het Decreet over de bediening en het leven van priesters, 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
, trouw worden onderhouden.

Voor een goede uitvoering van dit missiewerk van de particuliere Kerk zijn geschikte medehelpers nodig, die bijtijds een vorming moeten ontvangen op een wijze, die aangepast is aan de omstandigheden van iedere Kerk. Omdat echter de mensen zich steeds meer in groepen aaneensluiten, is het ten zeerste aan te bevelen, dat de bisschoppenconferenties een gezamenlijk plan opstellen voor de dialoog met deze groepen. Zijn er echter in bepaalde streken groepen van mensen, die weerhouden worden van het katholiek geloof vanwege de bijzondere vorm, die de Kerk daar heeft aangenomen en waaraan zij zich niet kunnen aanpassen, dan is het gewenst, dat voor deze situatie bijzondere maatregelen worden getroffen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 10, waarin voor de vergemakkelijking van bijzondere pastorale activiteiten voor verschillende sociale groepen gesproken wordt over de oprichting van persoonlijke prelaturen, in zover een succesvol apostolaat dit vereist, in de hoop, dat eens alle christenen één gemeenschap kunnen vormen. Als de apostolische Stoel voor dit doel missionarissen ter beschikking heeft, dan zullen de afzonderlijke bisschoppen dezen naar hun diocesen ontbieden of hen met graagte aannemen en hun initiatieven krachtig steunen.

Met het oog op de bloei van deze missie-ijver bij de eigen mensen zouden de jonge Kerken zo spoedig mogelijk actief deel moeten nemen aan de universele zending van de Kerk, door eveneens missionarissen uit te zenden om overal ter wereld het Evangelie te verkondigen, al zouden zij zelf ook lijden aan priestergebrek. Want de gemeenschap met de universele Kerk zal in zekere zin haar voltooiing bereiken, wanneer ook zij daadwerkelijk deelnemen aan de missionering onder andere volken.

De bevordering van het lekenapostolaat

De Kerk kan niet beschouwd worden als werkelijk gevestigd, als volop levend en als een volmaakt teken van Christus onder de mensen, zolang er niet naast de hiërarchie een echte lekenstand bestaat, die met haar samenwerkt. Het Evangelie kan immers niet diep doordringen in de mentaliteit, het leven en de arbeid van een volk zonder de actieve aanwezigheid van de leken. Daarom moet men reeds bij de vestiging van een kerk grote aandacht besteden aan de vorming van een rijpe christelijke lekenstand.

De lekengelovigen immers maken volledig deel uit én van het volk Gods én van de burgerlijke maatschappij. Zij behoren tot hun eigen volk, waarin zij geboren zijn, waarvan zij de cultuurrijkdom van het begin af door hun opvoeding in zich hebben opgenomen, met welks leven zij zijn verbonden door velerlei sociale banden, aan welks vooruitgang zij in hun beroep persoonlijk meewerken, waarvan zij de problemen beleven als hun eigen problemen en als zodanig trachten op te lossen. Zij behoren ook tot Christus, omdat zij door geloof en doopsel in de Kerk zijn herboren om door een nieuwe wijze van leven en werken van Christus te zijn Vgl. 1 Kor. 15, 23 , opdat in Christus alles onderworpen wordt aan God en eindelijk God alles moge zijn in allen Vgl. 1 Kor. 15, 28 .

Hun voornaamste taak, zowel van mannen als van vrouwen, is: een getuigenis te zijn voor Christus, een getuigenis, dat zij door hun leven en hun woord tot uitdrukking moeten brengen in hun gezin, in hun maatschappelijke stand, en in hun beroepsmilieu. In hen immers moet zich de nieuwe mens openbaren, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid Vgl. Ef. 4, 24 . Dit nieuwe leven nu moeten zij tonen binnen de maatschappij en de cultuur van hun land overeenkomstig hun nationale tradities. Zij dienen deze cultuur te kennen, te veredelen en te bewaren, haar tot ontwikkeling te brengen volgens de moderne omstandigheden en tenslotte haar te vervolmaken in Christus, zodat het geloof in Christus en het leven van de Kerk niet langer iets vreemds uitmaken in de maatschappij, waarin zij leven, maar deze kunnen gaan doordringen en omvormen. Zij moeten in oprechte liefde verbonden leven met hun medeburgers, zodat hun omgang de uitdrukking wordt van de nieuwe band van eenheid en algemene solidariteit, die voortvloeit uit het Christusmysterie. Laten zij ook het geloof van Christus verbreiden onder hen, met wij zij verbonden zijn in hun leven en in hun beroep. Deze plicht is daarom zo bijzonder dringend, omdat de meeste mensen de boodschap van het Evangelie slechts kunnen vernemen en Christus slechts kunnen kennen door middel van de leken in hun omgeving. Zelfs moeten de leken, zo mogelijk, bereid zijn om meer onmiddellijk met de hiërarchie samen te werken door het vervullen van een bijzondere zending, ter verkondiging van het Evangelie en ter verbreiding van de christelijke leer; zo geven zij steun aan de Kerk in haar eerste ontwikkeling.

De bedienaars van de Kerk zullen grote waardering hebben voor het actieve lekenapostolaat. Zij zullen de leken vormen tot het besef van hun verantwoordelijkheid, die op hen, als ledematen van Christus, rust ten opzichte van alle mensen. Zij zullen hun een diepe kennis bijbrengen van het mysterie van Christus, hen inwijden in de praktische pastorale methodes en hen in hun moeilijkheden bijstaan volgens de geest van de Constitutie over de Kerk en het Decreet over het lekenapostolaat.

Met eerbiediging dus van de eigen taken en verantwoordelijkheden van herders en leken moet heel de jonge Kerk één levend en krachtig getuigenis afleggen voor Christus, om zo een lichtend teken te worden van het heil, dat in Christus tot ons is gekomen.

Verscheidenheid in eenheid

Het woord Gods is een zaad, dat ontkiemt in goede aarde, die bevrucht wordt door hemelse dauw, dat het levenssap tot zich trekt, omvormt en in zich opneemt en tenslotte rijke vruchten voortbrengt. Inderdaad, naar het voorbeeld van de heilsorde der Menswording hebben de jonge Kerken, die in Christus zijn geworteld en gebouwd op het fundament van de apostelen, het wonderbaar vermogen om alle rijkdommen in zich op te nemen van de volken, die aan Christus tot erfdeel zijn gegeven Vgl. Ps. 2, 8 . Zij nemen uit de gewoonten en tradities, de wijsheid en de leer, de kunst en de wetenschap van hun eigen volk alle elementen over, die kunnen bijdragen tot de verheerlijking van de Schepper, tot een betere kennis van de genade van de Verlosser en tot de juiste ordening van het christelijk leven Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13.

De verwezenlijking van dit doel vereist binnen elk groot z.g. sociocultureel gebied het op gang brengen van een theologische benaderingswijze, die in het licht van de traditie der universele Kerk de feiten en woorden, die door God zijn geopenbaard, in de H. Schrift staan opgetekend en door de kerkvaders en het kerkelijk leerambt zijn verklaard, aan een nieuw onderzoek onderwerpt. Zo zal het duidelijker worden, langs welke weg het geloof, rekening houdend met de filosofie of de wijsheid van de volken, tot dieper inzicht kan komen en hoe de gewoonten, de levensopvatting en de maatschappelijke orde in overeenstemming kunnen worden gebracht met het zedelijk leven, zoals dat in de openbaring ligt opgesloten. Hierdoor staat de weg open naar een diepere aanpassing op heel het gebied van het christelijk leven. Zo zal iedere schijn van syncretisme en vals particularisme worden vermeden, het christelijk leven worden aangepast aan de geest en het karakter van iedere cultuur H. Paus Paulus VI, Homilie, "Wie zijn dat?" - bij de Heiligverklaring van de Martelaren van Oeganda, "Hi, qui amicti" (18 okt 1964), en zullen de bijzondere tradities, samen met de eigen waarden van iedere nationale gemeenschap, gelijk ze verlicht worden door het Evangelie, worden opgenomen in de katholieke eenheid. Tenslotte zullen de jonge particuliere Kerken met heel de rijkdom van hun tradities hun eigen plaats gaan innemen in de kerkelijke gemeenschap, met eerbiediging van het primaat van Petrus' Stoel, die de leiding heeft van de gehele liefdegemeenschap Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 13.

Het is daarom gewenst en ten zeerste aan te bevelen, dat de bisschoppenconferenties binnen de grenzen van elk groot sociocultureel gebied tot samenwerking komen om eensgezind en volgens gemeenschappelijke planning dit werk van aanpassing te kunnen uitvoeren.

Document

Naam: AD GENTES DIVINITUS
Over de missie-activiteit van de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0798, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 1 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam