• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De vrijheid of het vrij zijn van dwang in godsdienstige aangelegenheden, waarop de individuele personen recht hebben, moet hun ook gegeven worden, wanneer zij in gemeenschap optreden. Want godsdienstige gemeenschappen zijn een postulaat zowel van de sociale natuur van de mens als van de godsdienst zelf.

Zolang dus de rechtmatige eisen van de publieke orde niet worden aangetast, hebben deze gemeenschappen het recht, vrij te zijn van iedere dwang om zo zichzelf volgens eigen normen te kunnen besturen, de Godheid door een publieke eredienst te huldigen, hun leden te helpen in het beleven van hun godsdienst en hen door onderricht te steunen, alsmede allerlei instellingen in het leven te roepen, waarin de leden kunnen samenwerken om hun eigen leven in te richten volgens hun godsdienstige beginselen. De godsdienstige gemeenschappen hebben eveneens het recht om niet door wetten of door administratieve maatregelen van de burgerlijke overheid belemmerd te worden in de keuze, de opleiding, het benoemen en het verplaatsen van hun bedienaren, in het contact met godsdienstige autoriteiten en gemeenschappen elders ter wereld, in het zetten van gebouwen voor de godsdienst, en in het verwerven en genieten van de goederen, die ze nodig hebben.

De godsdienstige gemeenschappen hebben ook het recht om niet gehinderd te worden, publiek hun geloof te onderwijzen en te manifesteren, hetzij mondeling of schriftelijk. Maar bij de verbreiding van het geloof en de invoering van bepaalde godsdienstige praktijken, dient men zich altijd te onthouden van ieder optreden, dat zou kunnen lijken op dwang of op een ongepaste of minder juiste propaganda, vooral waar men te doen heeft met minder ontwikkelden of minder bedeelden. Zulk een handelwijze moet beschouwd worden als een misbruik maken van het eigen recht en als een inbreuk op het recht van anderen.

Verder vraagt de godsdienstvrijheid nog, dat men de godsdienstige gemeenschappen niets in de weg legt, wanneer ze de bijzondere kwaliteiten van hun leer willen tonen voor de organisatie van de samenleving en de inspiratie van heel de menselijke activiteit. Tenslotte: op de sociale natuur van de mens en op de aard zelf van de godsdienst is het recht van de mensen gebaseerd om overeenkomstig hun godsdienstige overtuiging vrij bijeenkomsten te houden of verenigingen te stichten op opvoedkundig, cultureel, charitatief en sociaal gebied.

Document

Naam: DIGNITATIS HUMANAE
Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1966, Ecclesia Docens 0747, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 13 januari 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam