• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wat is in onze beleving een “god”? Dat is wat in het centrum van het leven staat en van wie afhangt alles wat men doet en denkt. De Hebreeuwse Bijbel verwijst naar de Kananeese afgoderij met de term Ba’al wat betekent “heerschappij, hechte relatie, werkelijkheid waarvan men afhangt”. De afgod is dat wat zelfbeschikking ontneemt, de ziel bezet en de scharnier van het leven wordt (cfr Theological Lexicon of the Old Testament, vol 1, 247-251). Men kan opgroeien is een gezin dat bij name christelijk is, maar in werkelijkheid zich laat leiden door aandachtspunten die aan het Evangelie vreemd zijn. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2114. “De afgodendienst is een ontaarding van de godsdienstzin die de mens is aangeboren. Afgodendienaar is hij “die aan wat dan ook, in plaats van aan God, het onverwoestbare begrip ‘God’ toekent" Een mens leeft niet zonder centrum. Daarom biedt de wereld een “supermarkt” van afgoden en dat kunnen voorwerpen, beelden, ideeën of rollen zijn. Bijvoorbeeld ook het gebed. We moeten bidden tot God onze Vader. Ik herinner mij dat ik eens in Buenos Aires in een parochie moest voorgaan in de Mis en daarna in een nabijgelegen parochie het Vormsel gaan toedienen. Ik ben er te voet naar toe gegaan door een mooi park. In dat park stonden meer dan 50 tafeltjes met telkens twee stoelen en mensen die tegenover elkaar zaten. Wat deden ze? Kaarten leggen. Ze gingen daar tot hun “afgod” bidden. In plaats van te bidden tot God die voorzienigheid is, gingen ze daar kaarten lezen om de toekomst te kennen. Dat is een afgodendienst van onze tijd. Ik stel jullie de vraag: wie van jullie is gaan kaarten lezen om de toekomst te kennen? Wie van jullie heeft zich de hand laten lezen om de toekomst te kennen in plaats van tot God te bidden? Het verschil is dit: de Heer leeft, de andere zijn afgoden, afgoderijen die nergens toe dienen.

Hoe groeit afgodendienst? De Tien Geboden beschrijven verschillenden fasen: “Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen (…) Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen en hun geen goddelijke eer bewijzen” (Ex. 20, 4-5).

Het woord “afgod” komt in het Grieks van het werkwoord “zien”. Het Griekse eidolon, afgeleid van eidos, is van de stam weid die betekent zien (cfr Grande Lessico dell’ Antico Testamento, Brescia 1967, vol. III, p.127). Een afgod is een “visioen” dat de neiging heeft een fixatie, een obsessie te worden. De afgod is in werkelijkheid een projectie van jezelf in voorwerpen of in doelstellingen. Van deze dynamiek bedient zich, bijvoorbeeld, de reclame: ik zie het voorwerp zelf niet maar ik neem die wagen waar, die smartphone, die rol – of andere dingen – als middel tot zelfrealisatie en om aan mijn basisbehoeften te voldoen. Ik kijk ernaar uit, ik spreek er over, ik denk er aan. De idee om dat voorwerp te bezitten of dat project te realiseren of die positie te bereiken, lijkt een fantastische weg naar het geluk, een toren om in de hemel te komen. Vgl. Gen. 11, 1-9  Alles staat in dienst van dat doel.

Document

Naam: GEBODEN 4. - “GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN HEBBEN, TEN KOSTE VAN MIJ”
Catecheses over de geboden - Aula Paulus VI
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 1 augustus 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 4 december 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam