• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

4 “GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN HEBBEN, TEN KOSTE VAN MIJ”
Catecheses over de geboden - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

We hebben het eerste van de Tien Geboden gehoord: “Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij” (Ex. 20, 3). Het is goed stil te staan bij het thema van de afgodendienst dat een ruime draagwijdte heeft en zeer actueel is.

Het gebod verbiedt afgoden De term Pesel betekent “een godsbeeld dat oorspronkelijk uit hout of steen en vooral uit metaal werd gemaakt” (L. Koehler –W. Baumgartner, The Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament, vol. 3, p. 949). of beelden De term Temunah heeft een zeer brede betekenis die te maken heeft met “gelijkenis, vorm”. Het verbod is dus heel ruim en de beelden kunnen van elke soort zijn (L. Koehler –W. Baumgartner, o.c. vol 1, p. 504). te maken, van wat dan ook. Het gebod verbiedt niet de beelden op zich – God zelf zal immers aan Mozes de opdracht geven de gouden cherubijnen te maken voor op het deksel van de ark (Ex 25,18) en ook een bronzen slang (cfr Num 21,8) – maar verbiedt ze te aanbidden en te dienen, met andere woorden het hele proces om iets te vergoddelijken, niet alleen het namaken. Want alles kan gebruikt worden als afgod. We spreken hier over een menselijke neiging die eigen is zowel aan gelovigen als aan atheïsten. Bijvoorbeeld. Wij Christenen kunnen ons de vraag stellen: wie is waarlijk mijn God? Is dat de Drie-ene Liefde of is het mijn beeld, mijn persoonlijk succes, zelfs binnen de Kerk? “Met afgoderij worden niet enkel de verkeerde erediensten van het heidendom bedoeld. Afgoderij blijft een bestendige bekoring tegen het geloof. Ze bestaat erin te vergoddelijken wat geen God is.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2113

Wat is in onze beleving een “god”? Dat is wat in het centrum van het leven staat en van wie afhangt alles wat men doet en denkt. De Hebreeuwse Bijbel verwijst naar de Kananeese afgoderij met de term Ba’al wat betekent “heerschappij, hechte relatie, werkelijkheid waarvan men afhangt”. De afgod is dat wat zelfbeschikking ontneemt, de ziel bezet en de scharnier van het leven wordt (cfr Theological Lexicon of the Old Testament, vol 1, 247-251). Men kan opgroeien is een gezin dat bij name christelijk is, maar in werkelijkheid zich laat leiden door aandachtspunten die aan het Evangelie vreemd zijn. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2114. “De afgodendienst is een ontaarding van de godsdienstzin die de mens is aangeboren. Afgodendienaar is hij “die aan wat dan ook, in plaats van aan God, het onverwoestbare begrip ‘God’ toekent" Een mens leeft niet zonder centrum. Daarom biedt de wereld een “supermarkt” van afgoden en dat kunnen voorwerpen, beelden, ideeën of rollen zijn. Bijvoorbeeld ook het gebed. We moeten bidden tot God onze Vader. Ik herinner mij dat ik eens in Buenos Aires in een parochie moest voorgaan in de Mis en daarna in een nabijgelegen parochie het Vormsel gaan toedienen. Ik ben er te voet naar toe gegaan door een mooi park. In dat park stonden meer dan 50 tafeltjes met telkens twee stoelen en mensen die tegenover elkaar zaten. Wat deden ze? Kaarten leggen. Ze gingen daar tot hun “afgod” bidden. In plaats van te bidden tot God die voorzienigheid is, gingen ze daar kaarten lezen om de toekomst te kennen. Dat is een afgodendienst van onze tijd. Ik stel jullie de vraag: wie van jullie is gaan kaarten lezen om de toekomst te kennen? Wie van jullie heeft zich de hand laten lezen om de toekomst te kennen in plaats van tot God te bidden? Het verschil is dit: de Heer leeft, de andere zijn afgoden, afgoderijen die nergens toe dienen.

Hoe groeit afgodendienst? De Tien Geboden beschrijven verschillenden fasen: “Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen (…) Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen en hun geen goddelijke eer bewijzen” (Ex. 20, 4-5).

Het woord “afgod” komt in het Grieks van het werkwoord “zien”. Het Griekse eidolon, afgeleid van eidos, is van de stam weid die betekent zien (cfr Grande Lessico dell’ Antico Testamento, Brescia 1967, vol. III, p.127). Een afgod is een “visioen” dat de neiging heeft een fixatie, een obsessie te worden. De afgod is in werkelijkheid een projectie van jezelf in voorwerpen of in doelstellingen. Van deze dynamiek bedient zich, bijvoorbeeld, de reclame: ik zie het voorwerp zelf niet maar ik neem die wagen waar, die smartphone, die rol – of andere dingen – als middel tot zelfrealisatie en om aan mijn basisbehoeften te voldoen. Ik kijk ernaar uit, ik spreek er over, ik denk er aan. De idee om dat voorwerp te bezitten of dat project te realiseren of die positie te bereiken, lijkt een fantastische weg naar het geluk, een toren om in de hemel te komen. Vgl. Gen. 11, 1-9  Alles staat in dienst van dat doel.

Dan komt de tweede fase: “Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen”. Afgoden eisen een eredienst, rituelen. Men buigt voor hen en men offert hen alles. In de oudheid bracht men mensenoffers aan de afgoden, zo ook vandaag. Kinderen worden opgeofferd aan de carrière door ze te verwaarlozen of ze eenvoudigweg het leven niet te schenken. Schoonheid eist mensenoffers. Uren voor de spiegel. Hoeveel geeft men uit, sommige mensen, sommige vrouwen, om zich op te maken? Ook dat is afgodendienst. Het is niet slecht zich op te maken. Als het op normale wijze gebeurt, niet om als een godin te ogen. Schoonheid eist mensenoffers. Beroemdheid eist zelfvernietiging, verlies van onschuld en echtheid. Afgoden eisen bloed. Geld steelt het leven. Genot leidt tot eenzaamheid. De economische structuren offeren mensenlevens op om meer rendement te behalen. Denken we maar aan de vele mensen zonder werk. Waarom? Omdat het soms gebeurt dat ondernemers besloten hebben mensen te ontslaan om meer geld te verdienen. De afgod van het geld. Men leeft in schijn, door te doen en te zeggen wat anderen verwachten omdat de god van de zelfverwerkelijking dat eist. En men richt levens ten gronde, men vernietigt gezinnen en puur winstbejag levert jongeren uit aan dodelijke voorbeelden. Ook drugs zijn een afgod. Veel jongeren vernietigen hun gezondheid, zelfs hun leven, door die afgod van de drugs te vereren.

Dan komt het derde en meest tragische stadium: “… en hun geen goddelijke eer bewijzen”. Afgoden verslaven. Beloven geluk maar geven het niet. En toch leeft men voor dat ding of voor dat visioen, gewikkeld in een spiraal van zelfvernietiging, uitkijkend naar een resultaat dat nooit bereikt wordt.

Geliefde broers en zussen, afgoden beloven leven, maar in werkelijkheid ontnemen ze het. De ware God vraagt geen leven, maar geeft het, schenkt het. De ware God biedt geen projectie van ons succes, maar leert beminnen. De ware God vraagt geen kinderen, maar schenkt zijn enige Zoon voor ons. Afgoden spiegelen toekomsthypothesen voor en doen het heden verwaarlozen. De ware God leert ons de werkelijkheid van alledag beleven, concreet niet met begoochelingen over de toekomst, maar door vandaag, morgen en overmorgen de weg naar de toekomst te gaan. De vastheid van de ware God tegenover de onstandvastigheid van de afgoden. Vandaag nodig ik jullie uit hieraan te denken: hoeveel afgoden heb ik of welke afgod geniet mijn voorkeur? Want, de eigen afgoderij erkennen is het begin van de genade en zet op weg naar de liefde. Immers, liefde is onverenigbaar met afgoderij. Als iets absoluut en onaantastbaar wordt, dan is het belangrijker dan een echtgenoot, dan een kind, dan een vriendschap. De gehechtheid aan een ding of aan een idee maakt blind voor de liefde. En zo gebeurt het dat we door afgoden of een afgod na te lopen, er zelfs toe komen vader, moeder, kinderen, vrouw, man, gezin… het dierbaarste te verwaarlozen. Gehechtheid aan een ding of een idee maakt blind voor de liefde. Bewaar dit in je hart: afgoden beroven ons van de liefde; afgoden maken ons blind voor de liefde. Om echt lief te hebben moet je vrij zijn van elke afgod.

Wat is mijn afgod? Grijp hem vast en gooi hem door het raam!

Document

Naam: 4 “GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN HEBBEN, TEN KOSTE VAN MIJ”
Catecheses over de geboden - Aula Paulus VI
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 1 augustus 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 1 augustus 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam