• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Onder Oosters Patriarch verstaat men een bisschop, die jurisdictie heeft over alle bisschoppen, met inbegrip van de metropolieten, over de geestelijkheid en het volk van zijn eigen territorium of ritus, overeenkomstig het recht, en met eerbiediging van het primaat van de paus. Vgl. 1e Concilie van Nicea, Canons, Canones, 6. can. 6 Vgl. 1e Concilie van Constantinopel, Canones, 3. can. 3 Vgl. 4e Concilie van Constantinopel, 10e Zitting - Canones, 17. can. 17 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de Oosterse Ritus - Over de personen van de Oosterse Ritus, Cleri Sanctitati (2 juni 1957), 216. can. 216, par. 2, 1e.

Wordt ergens een Hiërarch van een bepaalde ritus aangesteld buiten de grenzen van het patriarchale territorium, dan blijft hij behoren tot de hiërarchie van het patriarchaat van die ritus, overeenkomstig de normen van het recht.

De Patriarchen van de Oosterse Kerken zijn, al is de een ook later in functie getreden dan de ander, toch allen gelijk in de patriarchale waardigheid, behoudens een wettig vastgestelde erevoorrang onder hen. Bij de oecumenische concilies van: Vgl. 1e Concilie van Nicea, Canons, Canones, 6. can. 6 Constantinopel I, can. 3 Vgl. 4e Concilie van Constantinopel, 10e Zitting - Canones, 21 Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 5. Over de waardigheid van de patriarchen, Caput 5. De dignitate Patriarcharum (11 nov 1215) Vgl. Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 8 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de Oosterse Ritus - Over de personen van de Oosterse Ritus, Cleri Sanctitati (2 juni 1957), 219. can. 219, enz.

Volgens de aloude traditie van de Kerk komt aan de Patriarchen van de Oosterse Kerken een bijzondere eer toe, omdat ieder van hen als vader en hoofd de leider is van zijn patriarchaat.

Daarom bepaalt dit heilig Concilie, dat hun rechten en privileges moeten worden hersteld volgens de oude tradities van de afzonderlijke Kerken en de decreten van de oecumenische concilies. Zie het eerste concilie van Nicea, can. 6; het eerste concilie van Constantinopel, can. 3; het vierde concilie van Constantinopel, can. 17; Pius XII, Motu propria Cleri sanctitati, can. 216, par. 2, 1e.

Deze rechten en privileges zijn die, welke golden ten tijde van de eenheid van het Oosten en het Westen, al is een zekere aanpassing aan de huidige omstandigheden noodzakelijk.

De Patriarchen met hun synoden vormen de hoogste instantie voor alle aangelegenheden van het Patriarchaat, met inbegrip van het recht om binnen de grenzen van het patriarchale territorium nieuwe eparchieën (bisdommen) op te richten en bisschoppen van de eigen ritus te benoemen, behoudens het onvervreemdbaar recht van de paus om in afzonderlijke gevallen tussenbeide te komen.

Wat van de Patriarchen is gezegd, geldt, overeenkomstig de normen van het recht, ook voor de OpperAartsbisschoppen, die aan het hoofd staan van een gehele particuliere Kerk of ritus. Zie het concilie van Efese, can. 8: Clemens VIII, Decet Romanum Pontificem van 23 februari 1596; Pius VII, Apostolische Brief In universalis Ecclesiae van 22 februari 1807; Pius XII, Motu proprio Cleri sanctitati van 2 juni 1957, can. 324-339; de Synode van Carthago van 419, can. 17.

Omdat het patriarchaal instituut in de Oosterse Kerken een traditionele bestuursvorm is, spreekt het heilig oecumenisch Concilie de wens uit, dat, zo nodig, nieuwe patriarchaten worden gesticht; maar de oprichting daarvan is voorbehouden aan een oecumenisch Concilie of aan de paus. De Synode van Carthago van 419, can. 17 en 57; het concilie van Chalcedon van 451, can. 12; de H. Innocentius I, Brief Et onus et honor, omstreeks 415: ,,Nam quid sciscitaris"; S. Nicolaus I, Brief Ad consulta vestra van 13 november 866: "A quo autem"; Innocentius lIl, Brief Rex regum van 25 februari 1214; Leo XII, Apostolische Constitutie Petrus Apostolorum Princeps van 15 augustus 1824; Leo XIII, Apostolische Brief Christi Domini van 1895 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de Oosterse Ritus - Over de personen van de Oosterse Ritus, Cleri Sanctitati (2 juni 1957), 159. can. 159

Document

Naam: ORIENTALIUM ECCLESIARUM
Over de Oosterse Kerken
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens 0717, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 28 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam