• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De heilige katholieke Kerk, het mystieke Lichaam van Christus, bestaat uit gelovigen, die organisch zijn verbonden door hetzelfde geloof, dezelfde sacramenten en hetzelfde bestuur, en die, aaneengesloten in verschillende hiërarchisch verbonden groeperingen, de particuliere Kerken of ritussen vormen. Tussen deze bestaat er een bewonderenswaardige gemeenschap, zodat de verscheidenheid in de Kerk aan haar eenheid geen afbreuk doet, maar deze juist beter laat uitkomen. Want het is de bedoeling van de katholieke Kerk, dat de tradities van iedere particuliere Kerk of ritus onaangetast blijven, en tevens wil zij haar levenswijze aanpassen aan de verschillende eisen van tijd en plaats. Vgl. Paus Leo IX, Brief, In Terra Pax (1 jan 1053). "Ut enim" Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 4. Over de hoogmoed van de Grieken ten opzichte van de Latijnen, Caput 4. De superbia Graecorum contra Latinos (11 nov 1215). "Licet Graecos" Vgl. Paus Innocentius III, Brief, Inter Quattuor (2 aug 1206). "Postulasti postmodum" Vgl. Paus Innocentius IV, Brief, Cum de Cetero (27 aug 1247) Vgl. Paus Innocentius IV, Brief, Aan de bisschop van Tusculum, Sub catholicae professione (6 mrt 1254). Inleiding Vgl. Paus Nicolaas III, Instructie, Istud Est Memoriale (9 okt 1278) Vgl. Paus Leo X, Apostolische Brief, Accepimus Nuper (18 mei 1521) Vgl. Paus Paulus III, Apostolische Brief, Dudum (23 dec 1534) Vgl. Paus Pius IV, Constitutie, Romanus Pontifex (16 feb 1564), 5 Vgl. Paus Clemens VIII, Constitutie, Magnus Dominus (23 dec 1595), 10 Vgl. Paus Paulus V, Constitutie, Solet Circumspecta (10 dec 1615), 3 Vgl. Paus Benedictus XIV, Encycliek, Demandatam (24 dec 1743), 3 Vgl. Paus Benedictus XIV, Encycliek, Over de observantie van de Oosterse Riten, Allatea Sunt (26 juli 1755), 3.6-19.32 Vgl. Paus Pius VI, Encycliek, Catholicae Communionis (24 mei 1787) Vgl. Z. Paus Pius IX, Brief, In Suprema (6 jan 1848). § 3 Vgl. Z. Paus Pius IX, Apostolische Brief, Ecclesiam Christi (26 nov 1853) Vgl. Z. Paus Pius IX, Constitutie, Romani Pontificis (6 jan 1862) Vgl. Paus Leo XIII, Apostolische Brief, Praeclara gratulationis publicae (20 juni 1894), 7 Vgl. Paus Leo XIII, Apostolische Brief, Orientalium Dignitas (30 nov 1894). Inleiding

Deze particuliere Kerken, zowel van het Oosten als van het Westen, verschillen weliswaar gedeeltelijk van elkaar op grond van de zogenaamde ritussen, namelijk de liturgie, de kerkelijke discipline en het geestelijk erfgoed, maar staan toch op gelijke wijze onder het herderlijk bestuur van de Bisschop van Rome, die van Godswege de opvolger is van de heilige Petrus in het primaat over de gehele Kerk. Zij genieten daarom alle een zelfde waardigheid, zonder dat een van haar boven de andere staat op grond van de ritus; en zij bezitten dezelfde rechten en hebben dezelfde plichten, ook met betrekking tot de prediking van het Evangelie over de gehele wereld Vgl. Mc. 16, 15 , onder de leiding van de bisschop van Rome.

Overal ter wereld moet dus worden gezorgd voor het behoud en de groei van alle particuliere Kerken. Daarom moeten parochies en een eigen hiërarchie worden opgericht, waar het geestelijk welzijn van de gelovigen dit vraagt. De hiërarchische leiders echter van de verschillende particuliere Kerken, die jurisdictie hebben in hetzelfde gebied, moeten door onderling overleg in geregelde bijeenkomsten, streven naar een eenheid van activiteit, en met vereende krachten hun gemeenschappelijke ondernemingen steunen, teneinde de godsdienstige belangen gemakkelijker te bevorderen en de juiste levenswijze van de clerus doeltreffender te verzekeren. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de Oosterse Ritus - Over de personen van de Oosterse Ritus, Cleri Sanctitati (2 juni 1957), 4 Alle clerici en kandidaten voor de heilige wijdingen moeten goed onderricht worden omtrent de ritussen en vooral omtrent de praktische richtlijnen inzake interrituele kwesties, en ook de leken moeten bij het catechetisch onderricht worden ingewijd in de ritussen en de betreffende richtlijnen. Tenslotte moeten alle katholieken zonder uitzondering, en ook de gedoopten van iedere niet-katholieke Kerk of gemeenschap, die toetreden tot de volheid van de katholieke gemeenschap, overal hun eigen ritus behouden, deze in ere houden en naar vermogen praktiseren Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de Oosterse Ritus - Over de personen van de Oosterse Ritus, Cleri Sanctitati (2 juni 1957), 8.11. Can. 8: "zonder verlof van de Apostolische Stoel", in aansluiting aan de praktijk van de voorafgaande eeuwen; eveneens wordt omtrent de niet-katholieke gedoopten in can. 11 bepaald: "zij kunnen de ritus aanvaarden, die zij verkiezen"; de voorgestelde tekst spreekt zich positief uit voor het onderhouden van de ritus, overal en voor iedereen, behoudens het recht om, in bijzondere gevallen betreffende personen, gemeenschappen of gebieden, zich te wenden tot de apostolische Stoel, die, als hoogste rechter in interkerkelijke betrekkingen, persoonlijk of door andere autoriteiten in oecumenische geest in de behoeften zal voorzien door geschikte richtlijnen, decreten of rescripten.

Document

Naam: ORIENTALIUM ECCLESIARUM
Over de Oosterse Kerken
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens 0717, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 8 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam