• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Kenmerkend voor de tekst van Johannes is dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest duidelijk als Personen aangeduid worden die van elkaar onderscheiden zijn. Als Jezus over de Geest-Helper spreekt, gebruikt Hij meermalen het persoonlijk voornaamwoord “Hij”. Tegelijk onthult Hij in de afscheidsrede de banden die de Vader, de Zoon en de Parakleet met elkaar verenigen. “De Geest gaat van de Vader uit” (Joh. 15, 26) en de Vader “geeft” de Helper (Joh. 14, 16). De Vader “zendt” de Geest in de naam van de Zoon (Joh. 14, 26), de Geest “legt getuigenis af” over de Zoon (Joh. 15, 26). De Zoon vraagt aan de Vader de Geest-Helper te zenden (Joh. 14, 16), maar bovendien verzekert en belooft Hij in verband met zijn “heengaan” door middel van het kruis: “Als Ik heengegaan zal zijn, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh. 16, 7). De Vader zendt dus de Heilige Geest uit kracht van zijn vaderschap, zoals Hij de Zoon gezonden heeft Vgl. Joh. 3, 16-18.34 Vgl. Joh. 6, 57 Vgl. Joh. 17, 3.18.23 , maar tegelijk zendt Hij Hem krachtens de verlossing die Christus bewerkt heeft – en in deze zin wordt de Heilige Geest ook door de Zoon gezonden: “Ik zal Hem tot u zenden”.

Hier dient opgemerkt te worden dat alle andere beloften tijdens het Laatste Avondmaal de komst van de Heilige Geest aankondigen na het heengaan van Christus, terwijl de belofte die vervat is in de tekst van Joh. 16, 7s., duidelijk ook de betrekking van wederkerige afhankelijkheid tussen hun openbaringen insluit en benadrukt, welke men oorzakelijk zou kunnen noemen: “Als Ik heengegaan zal zijn, zal Ik Hem tot u zenden”. De Heilige Geest zal komen, omdat Christus heen zal gaan door middel van het kruis: Hij zal niet alleen komen na maar ook vanwege de verlossing die Christus heeft bewerkt, krachtens de wil en de werking van de Vader.

Zo kunnen wij zeggen dat in de afscheidsrede het hoogtepunt bereikt wordt van de openbaring van de Drievuldigheid. Tegelijk staan wij op de drempel van beslissende gebeurtenissen en verheven woorden die tenslotte tot uitdrukking zullen komen in de grote zendingsopdracht die Jezus aan de apostelen gegeven heeft en door hen aan de Kerk: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen”, en die in zekere zin de trinitaire formule van het doopsel bevat: “en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest” (Mt. 28, 19). Deze formule weerspiegelt het innerlijke mysterie van God, van het goddelijke leven, dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, de goddelijke eenheid van de Drievuldigheid. Men kan de afscheidsrede ook lezen als een bijzondere voorbereiding op deze trinitaire formule, waarin de levendmakende kracht van het sacrament uitgedrukt wordt dat de deelname aan het leven van de drie-ene God uitwerkt, omdat het de heiligmakende genade als bovennatuurlijke gave aan de mens schenkt. Daardoor wordt de mens geroepen en “in staat” gesteld te delen in het ondoorgrondelijke leven van God.
In zijn innerlijke leven “is” God “liefde” Vgl. 1 Joh. 4, 8.16 , wezenlijke liefde die de drie goddelijke Personen gemeen hebben; de Heilige Geest is persoonlijke liefde, als Geest van de Vader en de Zoon. Daarom “doorgrondt Hij de diepste geheimen van God” Vgl. 1 Kor. 2, 10 , als ongeschapen Liefde-gave. Men kan zeggen dat in de Heilige Geest het innerlijke leven van de drie-ene God geheel en al gave wordt, een uitwisseling van wederzijdse liefde tussen de goddelijke Personen, en dat God door de Heilige Geest bestaat als gave. De Heilige Geest is de persoonlijke uitdrukking van dit geven, van dit liefde-zijn Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I qq. 37-38. Hij is Persoon-liefde. Hij is Persoon-gave. Wij staan hier voor de onpeilbare reikdom van de werkelijkheid en de onuitsprekelijke diepte van het begrip van persoon in God, die wij alleen uit de openbaring kennen.

Als één in wezen met de Vader en de Zoon in de godheid is de Heilige Geest tevens liefde en (ongeschapen) gave, waaruit als uit haar bron (fons vivus – levende bron) iedere schenking aan de schepselen voortkomt (geschapen gave): de gave van het bestaan aan alle dingen door middel van de schepping; de gave van de genade aan de mensen door middel van de gehele heilseconomie. Zoals de apostel Paulus schrijft: “Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom. 5, 5).

Document

Naam: DOMINUM ET VIVIFICANTEM
Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 mei 1986
Copyrights: © 1986 Stg. Verkondiging van het Bisdom Roermond
Bewerkt: 14 september 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam