• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De gedachte en het hart van de Kerk richten zich op de Heilige Geest op dit einde van de twintigste eeuw en in het vooruitzicht van het derde millennium vanaf de komst van Jezus Christus in de wereld, terwijl wij uitzien naar het grote jubileum waarmee de Kerk deze gebeurtenis zal vieren. De komst van Christus wordt vervolgens de menselijke tijdrekening gemeten als een gebeurtenis die tot de geschiedenis van de mens op aarde behoort. De algemeen gebruikelijke tijdmaat berekent de jaren, eeuwen en millennia als verlopen voor en na de geboorte van Christus. Maar mens moet niet vergeten dat deze gebeurtenis voor ons, christenen, volgens de apostel de “volheid van de tijd” betekent Vgl. Gal. 4, 4 , omdat daarmee de “maat” van God zelfvolledig in de mensengeschiedenis is doorgedrongen; een transcendente aanwezigheid in het eeuwige Nu. “Hij die is, die was en die komt”, Hij die “de Alfa en de Omega is, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde” (Apok. 1, 8)(Apok. 22, 13). “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3, 16). ”Maar toen de volheid van de tijd was gekomen, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw...opdat wij de rang van zonen zouden krijgen” (Gal. 4, 4s.). En deze menswording van de Zoon, het Woord, is geschied in de Heilige Geest. De twee evangelisten aan wie wij het verhaal van de geboorte en de jeugd van Jezus van Nazaret te danken hebben, spreken zich hierover op dezelfde wijze uit. Volgens Lucas vraagt Maria bij de aankondiging van de geboorte van Jezus: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man”, en ontvangt zij dit antwoord: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God” (Lc. 1, 34, s.). Mattheüs verhaalt rechtstreeks: “De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn Moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger van de Heilige Geest” (Mt. 1, 18). Jozef, die hierdoor ontsteld is, krijgt in de slaap de volgende uitleg: “Wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de Heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden” (Mt. 1, 20, s.).

Daarom belijdt de Kerk vanaf het begin het mysterie van de menswording, dit centrale mysterie van het geloof, onder verwijzing naar de Heilige Geest. De Geloofsbelijdenis
Twaalf artikelen van het geloof
Geloofsbelijdenis volgens de Romeinse doopritus
(31 juli 381)
zegt: “Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria”. En de Geloofsbelijdenis
Twaalf artikelen van het geloof
Geloofsbelijdenis volgens de Romeinse doopritus
(31 juli 381)
zegt eveneens: “Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria, en is mens geworden”. “Door de Heilige Geest is mens geworden Hij van wie de Kerk in dezelfde geloofsbelijdenis belijdt dat Hij de Zoon is die één in wezen is met de Vader: “God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen”. Hij is mens geworden “door het vlees aan te nemen uit de Maagd Maria”. Ziedaar wat er is geschied toen “de volheid was gekomen”.

Het grote jubileum dat het tweede millennium zal besluiten en waarop de Kerk zich reeds voorbereidt, heeft een direct christologisch karakter: het gaat immers om de viering van de geboorte van Jezus Christus. Het heeft tevens een pneumatologisch karakter, omdat het mysterie van de menswording geschied is, “door de Heilige Geest”. Het is “bewerkt” door de Geest die, één in wezen met de Vader en de Zoon, in het absolute mysterie van de drie-ene God de Persoon is die liefde is, de ongeschapen gave die de eeuwige bron is van iedere schenking welke van God komt in de orde van de schepping, en het onmiddellijk beginsel en in zekere zin het subject van de zelfmededeling van God in de orde van de genade. Het mysterie van de menswording vormt het hoogtepunt van deze schenking, van deze goddelijke zelfmededeling. De ontvangenis en de geboorte van Jezus Christus zijn het grootste werk dat de Heilige Geest verricht heeft in de geschiedenis van de schepping en van het heil: de hoogste genade – gratia unionis – genade van vereniging -, bron van alle genaden, zoals Sint Thomas verklaart Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III q. 2 aa. 10-12; q. 6a. 6; q. 7a. 13.. Het grote jubileum heeft betrekking op dit werk en ook – als wij tot het diepste ervan doordringen – op de bewerker van dit werk, op de Persoon van de Heilige Geest.

Aan de “volheid van de tijd” beantwoordt waarlijk een bijzondere volheid van de zelfmededeling van de drie-ene God in de Heilige Geest. “Door de Heilige Geest” voltrekt zich het mysterie van de hypostatische vereniging – dat wil zeggen van de vereniging van de goddelijke en de menselijke natuur, van de godheid en de mensheid, in de ene Persoon van het Woord, de Zoon, Toen Maria op het ogenblik van de aankondiging haar “fiat” uitsprak: “Mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38), ontving zij op maagdelijke wijze een mens, de Mensenzoon, die Zoon van God is. Door deze “vermenselijking” van het Woord, de Zoon, bereikt de zelfmededeling van God haar definitieve volheid in de geschiedenis van de schepping en van het heil. Deze volheid wordt bijzonder kernachtig en welsprekend uitgedrukt in de tekst van het evangelie van Johannes: “Het Woord is vlees geworden” (Joh. 1, 14). De menswording van God de Zoon betekent dat niet alleen de menselijke natuur in de eenheid met God wordt opgenomen, maar daarin in zekere zin alles wat “vlees” is: heel de mensheid, heel de onzichtbare en stoffelijke wereld. De menswording heeft dus ook kosmische betekenis, een kosmische dimensie. De “eerstgeborene van heel de schepping” (Kol. 1, 15) verenigt zich door in de individuele mensheid van Christus mens te worden op zekere wijze met de gehele werkelijkheid van de mens, die ook “vlees” is Vgl. Gen. 9, 11 Vgl. Deut. 5, 26 Vgl. Job 34, 15 Vgl. Ps. 145, 21 Vgl. Jes. 40, 6 Vgl. Jes. 52, 10 Vgl. Lc. 3, 6 Vgl. 1 Petr. 1, 24 , en daarin met alle “vlees”, met heel de schepping.

Dit alles voltrekt zich door de Heilige Geest en behoort dus tot de inhoud van het komende jubileum. De Kerk kan zich daarop niet anders voorbereiden dan in de Heilige Geest. Wat zich “op de volheid van de tijd” voltrokken heeft door de Heilige Geest, kan nu alleen door Hem oprijzen uit het geheugen van de Kerk. Door Hem kan het tegenwoordig gesteld worden in de nieuwe fase van de geschiedenis van de mens op aarde: het jaar tweeduizend na de geboorte van Christus.

Toen de Heilige Geest met zijn kracht het maagdelijke lichaam van Maria overschaduwde en in haar het goddelijk moederschap een aanvang nam, maakte Hij tegelijk haar hart volkomen gehoorzaam tegenover de zelfmededeling van God die alle begrip en alle mogelijkheden van de mens te boven gaat. “Zalig zij die geloofd heeft” (Lc. 1, 45): zo wordt Maria begroet door haar nicht Elisabet die ook “vervuld was met de Heilige Geest” Vgl. Lc. 1, 41 . In de begroetingswoorden tot haar die “geloofd heeft” lijkt zich een vaag (maar in werkelijkheid zeer strikt) contrast af te tekenen met allen van wie Christus zal zeggen dat “zij niet geloofd hebben” Vgl. Joh. 16, 9 . Maria is de geschiedenis van het heil van de wereld binnengegaan door de gehoorzaamheid van het geloof. En het geloof is in diepste wezen een openstaan van het mensenhart voor de gave: voor de zelfmededeling van God in de Heilige Geest. Sint Paulus schrijft: “De Heer is de Geest en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid” (2 Kor. 3, 17). Als de drie-ene God zich opent voor de mens in de Heilige Geest, dan openbaart en schenkt dit aan het schepsel, de mens, de volheid van de vrijheid. Deze heeft op zich sublieme wijze uitgedrukt door middel van het geloof van Maria, door middel van de “gehoorzaamheid van het geloof”: waarlijk “zalig zij die geloofd heeft” Vgl. Rom. 1, 5 .

Document

Naam: DOMINUM ET VIVIFICANTEM
Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 mei 1986
Copyrights: © 1986 Stg. Verkondiging van het Bisdom Roermond
Bewerkt: 14 september 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam