• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De weerstand tegen de Heilige Geest, waarvan Sint Paulus de innerlijke en subjectieve dimensie benadrukt als spanning, strijd en opstand in het menselijke hart, vindt helaas in de verschillende tijdperken van de geschiedenis en speciaal in het moderne tijdvak zijn uiterlijke dimensie, doordat hij concrete gestalte aanneemt als inhoud van cultuur en beschaving, als filosofisch systeem, als ideologie, als program van actie en van vorming van het menselijke gedrag. Hij vindt zijn voornaamste uitdrukking in het materialisme, hetzij in zijn theoretische vorm als denksysteem, hetzij in zijn praktische vorm als methode van lezing en beoordeling van de feiten en bovendien als programma van daarop afgestemd gedrag. Het systeem dat deze vorm van denken, ideologie en praktijk het meest ontwikkeld en tot zijn uiterste praktische consequenties doorgevoerd heeft, is het dialectisch en historisch materialisme dat nog steeds erkend wordt als de vitale kern van het marxisme.

Principieel en in feite sluit het marxisme radicaal de aanwezigheid en de werking van God die geest is, uit in de wereld en vooral in de mens, om de fundamentele reden dat het zijn bestaan niet aanneemt, daar het volgens zijn wezen en zijn program een atheïstisch systeem is. Aan dit verontrustende verschijnsel van onze tijd heeft het Tweede Vaticaans Concilie enige belangrijke bladzijden gewijd: het atheïsme Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 19-21. Ook al kan men niet in een enkele betekenis van atheïsme spreken noch het uitsluitend herleiden tot de materialistische filosofie, aangezien er verschillende vormen van atheïsme bestaan en men wellicht kan zeggen dat de term dikwijls in meer betekenissen wordt gebruikt, toch is het zeker dat een echt en eigenlijk materialisme, bedoeld als theorie die de werkelijkheid verklaart, en opgevat als hoofdbeginsel voor het persoonlijk en maatschappelijk handelen, een atheïstisch karakter heeft. De horizon waartegen zijn waarden en doelstellingen voor het handelen zich aftekenen, is nauw verweven met de interpretatie van de gehele werkelijkheid als “materie”. Als het soms ook over de “geest” en over de “vraagstukken van de geest” spreekt, bijvoorbeeld op het gebied van de cultuur of de moraal, dan doet het dit slechts voor zover het bepaalde feiten als afgeleid van de materie beschouwt, welke volgens dit systeem de enige en uitsluitende vorm van zijn is. Hieruit volgt dat volgens deze interpretatie de godsdienst alleen maar opgevat kan worden als een soort “idealistische illusie” die bestreden moet worden op de wijzen en met de methoden die het meest geschikt zijn volgens de plaatsen en de historische omstandigheden, om haar uit de maatschappij en uit het hart van de mens te bannen.

Daarom kan men zeggen dat het materialisme de systematische en consequente ontwikkeling is van het “verzet” en de tegenstand die door Sint Paulus aangeduid zijn met de woorden “het vlees begeert tegen de Geest”. Deze conflictsituatie is echter wederkerig, zoals de apostel doet uitkomen in het tweede gedeelte van zijn gezegde: “de Geest begeert tegen het vlees”. Wie wil leven naar de Geest, door diens heilswerk te aanvaarden en daaraan te beantwoorden, moet de innerlijke en uiterlijke strevingen en aanspraken van het “vlees” afwijzen, ook in zijn ideologische en historische uitdrukkingsvorm van antigodsdienstig “materialisme”. Tegen deze achtergrond die zo kenmerkend is voor onze tijd, moet men het “begeren van de Geest” benadrukken bij de voorbereiding van het grote jubileum, als een oproep die weerklinkt in de nacht van de nieuwe adventstijd, aan het eind waarvan “heel de mensheid Gods redding zal zien” (Lc. 3, 6) Vgl. Jes. 40, 5 , zoals tweeduizend jaar geleden. Deze mogelijkheid en deze hoop vertrouwt de Kerk toe aan de mensen van nu. Zij weet dat de ontmoeting-botsing tussen het “begeren tegen de Geest” dat zovele aspecten van de huidige beschaving kenmerkt, speciaal in bepaalde kringen, en het “begeren tegen het vlees” met de komst van God, zijn incarnatie, zijn altijd nieuwe zelfmededeling in de Heilige Geest, in veel gevallen een dramatisch karakter kan vertonen en misschien kan verkeren in nieuwe menselijke nederlagen. Maar zij gelooft vast dat het van Gods kant steeds een zelfmededeling, een komst is die heil brengt, en meer dan ooit een heilzaam “aantonen van de zonde” is door de Heilige Geest.

Document

Naam: DOMINUM ET VIVIFICANTEM
Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 mei 1986
Copyrights: © 1986 Stg. Verkondiging van het Bisdom Roermond
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam