• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het blijkt helaas uit de heilsgeschiedenis dat deze komst en deze aanwezigheid van God in de mens en de wereld, de bewonderenswaardige nederdaling van de Geest in onze menselijke realiteit verzet en tegenstand ontmoet. Hoe welsprekend zijn in dit opzicht de profetische woorden van de oude Simeon die in Jeruzalem door de Geest gedreven naar de tempel was gekomen om tegenover de Nieuwgeborene van Bethlehem te verkondigen dat “Hij bestemd is tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt” (Lc. 2, 27.34). Het verzet tegen God die onzichtbare Geest is, ontstaat in zekere mate reeds op het gebied van het radicale verschil tussen de wereld en Hem, tussen haar “zichtbaarheid” en “stoffelijkheid” en Hem, “onzichtbare” en “absolute Geest”; tussen de onvermijdelijke onvolmaaktheid die haar wezen eigen is, en Hem, het allervolmaaktste wezen. Maar de tegenstand wordt conflict, opstand op ethisch gebied, door de zonde die bezit neemt van het menselijke hart, waarin “het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees” (Gal. 5, 17). Van deze zonde moet de Heilige Geest “de wereld het overtuigend bewijs leveren”, zoals wij gezegd hebben.

Sint Paulus beschrijft op bijzonder welsprekende wijze de spanning en de strijd die het mensenhart in beroering brengen. “Ik bedoel dit”, lezen wij in de brief aan de Galaten, “leef naar de Geest, dan zult ge de begeerte van het vlees niet volvoeren. Want het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees, want zij zijn elkaars tegenstanders, zodat ge niet doet, wat ge zoudt willen” (Gal. 5, 16s.). Er bestaat reeds een zekere spanning, er is reeds een zekere strijd tussen het streven van de “geest” en van het “vlees in de mens als samengesteld, geestelijk-lichamelijk wezen. Maar in feite behoort dit tot de erfenis van de zonde, is het daar een gevolg en tevens een bevestiging van. Het maakt deel uit van de dagelijkse ervaring. Zoals de apostel schrijft: “De uitingen van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid, losbandigheid... drinkgelagen, orgieën, en dergelijke”. Dit zijn de zonden die men “vleselijk” zonden zou kunnen noemen. Maar de apostel voegt er nog andere aan toe: “vijandschap, twist, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies, partijschappen, jaloersheden” Vgl. Gal. 5, 19-21 . Dit alles vormt “de werken van het vlees”.

Maar tegenover deze ongetwijfeld slechte werken stelt Paulus “de vruchten van de Geest”: “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (Gal. 5, 22s.). Uit de context blijkt duidelijk dat het voor de apostel niet gaat om discriminatie en veroordeling van het lichaam, dat met de geestelijke ziel de natuur van de mens en zijn persoonlijk wezen vormt; hij spreekt integendeel over de werken – of beter over de blijvende gesteltenissen, deugden en ondeugden – die zedelijk goed of slecht zijn, die vrucht zijn van onderwerping aan (in het eerste geval) of verzet tegen (in het tweede geval) het heilshandelen van de Heilige Geest. Daarom schrijft de apostel: “Daar wij leven door de Geest, willen wij ook leven volgens de Geest” (Gal. 5, 25). En in andere passages: “Zij die leven volgens het vlees, zinnen op wat het vlees wil. Die geleid worden door de Geest, zinnen op de dingen van de Geest”; “uw bestaan wordt... beheerst... door de Geest, omdat de Geest van God in u woont” Vgl. Rom. 8, 5.9 De tegenstelling die Sint Paulus vaststelt tussen het leven “volgens de Geest” en het leven “volgens het vlees”, brengt een verdere tegenstelling voort: die tussen het “leven” en de “dood”. “Het streven van het vlees loopt uit op de dood, het streven van de Geest op leven en vrede”; vandaar de waarschuwing: “Als gij volgens het vlees leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht doodt, zult gij leven” (Rom. 8, 6.13).

Welbeschouwd is dit een aansporing om in de waarheid te leven, dus volgens de eisen van het rechte geweten; tegelijk is het een belijdenis van het geloof in de Geest der waarheid, in Hem die het leven geeft. Het lichaam is inderdaad “door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft dank zij de gerechtigheid”; “wij zijn dus schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven” (Rom. 8, 10.12). Wij zijn eerder schuldenaars van Christus die in het paasmysterie onze rechtvaardiging bewerkt heeft en voor ons de Heilige Geest verworven heeft: “Wij zijn gekocht en de prijs is betaald” Vgl. 1 Kor. 6, 20 . De ontologische dimensie (het vlees en de geest), de ethische dimensie (het morele goed en kwaad) en de pneumatologische dimensie (de werking van de Heilige Geest in de orde van genade) grijpen in de teksten van Sint Paulus in elkaar en doordringen elkaar. Zijn woorden (vooral in de brieven aan de Romeinen en aan de Galaten) doen ons de omvang kennen en aanvoelen van de spanning en de strijd die zich ontplooien in de mens tussen de openheid voor de werking van de Heilige Geest en het verzet en de weerstand tegen Hem, tegen zijn heilsgave. Tegenover elkaar staan, van de kant van de mens, zijn beperktheid en zondigheid, knelpunten van zijn psychologische en ethische werkelijkheid, en, van de kant van God, het mysterie van de gave, het onophoudelijke schenken van het goddelijke leven in de Heilige Geest. Aan wie zal de overwinning zijn? Aan degene die de gave zal hebben weten te ontvangen.

Document

Naam: DOMINUM ET VIVIFICANTEM
Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 mei 1986
Copyrights: © 1986 Stg. Verkondiging van het Bisdom Roermond
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam