• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

LE PéLERINAGE DE LOURDES
Over de verschijningen in Lourdes

Encycliek van Zijne Heiligheid Pius XII door de Goddelijke Voorzienigheid Paus aan de Kardinalen, Aartsbisschoppen en Bisschoppen van Frankrijk in vrede en gemeenschap met de Apostolische Stoel bij gelegenheid van het eerste Eeuwfeest van de Verschijningen van de Allerheiligste Maagd in Lourdes.

Aan Onze Zeer Geliefde Zonen Kardinaal Achille Liénart, Bisschop van Lille,
Kardinaal Pierre Gerlier, Aartsbisschop van Lyon,
Kardinaal Clément Roques, Aartsbisschop van Rennes,
Kardinaal Maurice Feitin, Aartsbisschop van Parijs,
Kardinaal Georges Grente, Aartsbisschop-Bisschop van Mans,
En aan al Onze Eerbiedwaardige Broeders de Aartsbisschoppen en Bisschoppen van Frankrijk in vrede van gemeenschap met de Apostolische Stoel

Zeer Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders Heil en Apostolische Zegen.

De bedevaart naar Lourdes die Wij tot Onze grote vreugde hebben mogen doen, toen Wij in naam van Onze Voorganger Paus Pius XI de eucharistische en mariale feesten voorzaten bij de sluiting van het Jubeljaar der Verlossing, heeft in Onze ziel diepe en aangename herinneringen achtergelaten.

Ook is het Ons bijzonder aangenaam te horen dat, op initiatief van de Bisschop van Tarbes en Lourdes, de stad van Maria zich gereedmaakt om met grote luister het Eeuwfeest te vieren van de Verschijningen van de Onbevlekte Maagd in de grot van Massabielle, en dat er zelfs al een internationaal Comité hiertoe is gevormd onder leiding van Zijne Eminentie Kardinaal Eugène Tisserant, Deken van het Heilig College.
Met u, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, willen Wij gaarne God bedanken voor de buitengewone gunst aan uw Vaderland bewezen en voor zoveel genaden in de loop van deze eeuw aan de menigte pelgrims geschonken.
Wij willen eveneens Onze Zonen verzoeken om in dit Jubeljaar hun vertrouwvolle en vurige godsvrucht te vernieuwen tot Haar die, volgens het woord van de H. Paus Pius X, zich heeft verwaardigd in Lourdes "de zetel van haar onmetelijke goedheid" H. Paus Pius X, Brief, Benoeming van Januarium Kardinaal Granito Pignatelli di Belmonte tot Pauselijk Legaat naar het Eucharistische Congres te Lourdes (12 juli 1914) te vestigen.
Ieder christelijk land is een land van Maria, en er is geen enkel volk, vrijgekocht als het is door het bloed van Christus, dat niet graag Maria uitroept tot zijn Moeder en zijn Patrones. Dit feit krijgt echter een opvallend reliëf, wanneer men de geschiedenis van Frankrijk voor de geest haalt. De verering van de Moeder Gods gaat terug tot het begin van de geloofsverkondiging in dit land en, onder de oudste Mariaheiligdommen, trekt Chartres nog altijd een groot getal pelgrims en duizenden jongeren.
De Middeleeuwen die, vooral met St.-Bernardus, de glorie van Maria en haar geheimen hebben bezongen, hebben de grote bloeitijd meegemaakt van uw kathedralen, toegewijd aan Onze Lieve Vrouw: Le Puy, Reims, Amiens, Parijs en zoveel andere Deze glorie van de Onbevlekte verkondigen zij reeds van verre door hun ranke torenspitsen, laten zij schitteren in het zuivere licht van hun ramen en in de harmonische schoonheid van hun beelden; zij getuigen bovenal van het geloof van een volk, daarbovenuit rijzend in hun ranke luister om tegen de hemel van Frankrijk een blijvend teken te vormen van zijn godsvrucht tot Maria.
In de steden en op het platteland, op heuveltoppen of aan de kust, hebben aan Maria toegewijde heiligdommen, - eenvoudige kapellen of prachtige basilieken - langzamerhand het land overdekt met hun beschermende schaduw. Wereldlijke en kerkelijke autoriteiten, ontelbare gelovigen zijn in de loop der eeuwen daarheen gestroomd naar de H. Maagd, die zij steeds hebben begroet met titels die maar al te duidelijk getuigen van hun vertrouwen of van hun dankbaarheid.
Hier roept men haar aan als Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid, van Goede Raad of van Altijddurende Bijstand, daar gaat de pelgrim tot Onze Lieve Vrouw van Toevlucht, van het Mededogen of van de Troost; elders stijgt zijn gebed op naar Onze Lieve Vrouw van het Licht, van de Vrede, van de Vreugde of van de Hoop; of hij richt zijn smeekbeden tot de Lieve Vrouwe van de Deugden, van de Wonderen of van de Overwinningen. Een bewonderenswaardige litanie aanroepingen van landstreek tot landstreek, waarvan de opsomming nooit volledig de weldaden verhaalt die de Moeder Gods in de loop der tijd over het Franse land heeft uitgestort.
Maar de 19e eeuw werd, na de storm der revoluties, op heel wat titels de eeuw waarin de godsvrucht tot Maria bijzonder zou opbloeien. Om slechts één voorval aan te halen, wie kent tegenwoordig niet de "wonderdadige medaille"? Na de verschijning van de H. Maagd in het hart van de Franse hoofdstad aan een nederige dochter van Vincentlus à Paulo, die Wij met vreugde aan de lijst van heiligen hebben mogen toevoegen, heeft deze medaille, geslagen met de beeltenis van "Maria zonder zonde ontvangen", op alle plaatsen haar wonderdadige kracht op geestelijk en materieel gebied getoond.
En enkele jaren later, van 11 februari tot 16 juli 1858, heeft het de Gezegende Maagd Maria behaagd een nieuwe gunst te verlenen en in de Pyreneeën te verschijnen aan een godvruchtig en gewoon kind, afkomstig uit een christelijk, arm maar arbeidzaam gezin. "Zij komt naar Bernadette, zeiden Wij reeds eerder, zij maakt haar tot haar vertrouwelinge, haar medewerkster, het instrument van haar moederlijke liefde en van de barmhartige almacht van haar Zoon, om door een nieuwe en onvergelijkelijke uitstorting van de Verlossingsgenade de wereld in Christus te herstellen" Toespraak van 29 april 1935 te Lourdes: Eug. Kardinaal Pacelli, Discorsi e Panegirici, 2e ed., Vaticano, 1956, p. 435.
De gebeurtenissen die zich destijds te Lourdes hebben voorgedaan en waarvan men op het ogenblik beter de geestelijke betekenis bepalen kan, zijn u welbekend. Gij weet, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, onder welke verwonderlijke omstandigheden ondanks spotternijen, twijfels en verzet, de stem van dit kind, boodschapster van de Onbevlekte, zich heeft doen horen aan de wereld. Gij kent de standvastigheid en de eenvoud van de getuigenis, met wijsheid door het bisschoppelijk gezag op de proef gesteld en in 1862 bekrachtigd.
Toen waren de massa's al toegestroomd en zij hebben niet opgehouden in grote getale naar de grot der verschijningen te komen, naar de miraculeuze bron, naar het heiligdom dat op verzoek van Maria werd opgericht.
Een aangrijpende stoet van ootmoedigen, zieken en gekwelden; een indrukwekkende bedevaart van duizenden gelovigen van een diocees of een volk; een verborgen gang van een onrustige ziel die de waarheid zoekt "Nooit, hebben Wij eens gezegd, heeft men op een plaats op aarde een dergelijke lijdensstoet gezien, nooit een dergelijke uitstraling van vrede, van berusting en van vreugde!" Toespraak van 29 april 1935 te Lourdes: Eug. Kardinaal Pacelli, Discorsi e Panegirici, 2e ed., Vaticano, 1956, p. 437.
Nooit, zouden Wij eraan toe kunnen voegen, zou men een opsomming kunnen geven van de weldaden die de wereld aan de bijstand van de H. Maagd te danken heeft! "0 specus felix, decorate divae Matris aspectu! Veneranda rupes, unde vitales scatuere pleno gurgite lymphae!" Officie van het feest van de Verschijningen, Hymne uit de tweede Vespers.
Bovendien hebben deze honderd jaren Mariaverering in zekere zin tussen de Stoel van Petrus en het heiligdom in de Pyreneeën hechte banden gesmeed, waarvoor Wij zeer dankbaar zijn.

Heeft de H. Maagd zelf niet naar deze toenaderingen verlangd? "Wat de Paus in Rome met zijn onfeilbaar Leergezag als dogma vaststelde, heeft de Onbevlekte Maagd en Moeder van God, gezegend onder alle vrouwen, naar het schijnt, met haar eigen woorden willen bevestigen, toen zij kort daarna zo glorieus verscheen in Massabielle" Congregatie voor de Riten, Decreet voor de heiligverklaring van Bernadette Soubirous, Medio circiter (2 juli 1933). A.A.S. XXV, 1933, p. 377. Zeker, het onfeilbaar woord van de Romeinse Opperpriester, de authentieke leraar van de geopenbaarde waarheid, heeft geen enkele hemelse bevestiging nodig om van de gelovigen een onvoorwaardelijk geloof te eisen. Maar met welk een ontroering en dankbaarheid hebben het christenvolk en zijn herders van de lippen van Bernadette dit antwoord uit de hemel ontvangen: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis"!

Het is dan ook niet verwonderlijk, dat Onze Voorgangers met graagte dit heiligdom steeds meer met gunsten hebben overladen.
Reeds in 1869 verheugde Pius IX, heiliger gedachtenis, er zich over, dat de bezwaren die door de kwade bedoelingen van de mensen tegen Lourdes werden ingebracht, het mogelijk maakten "met groter kracht en duidelijkheid te wijzen op de zekerheid van de gebeurtenis" Z. Paus Pius IX, Brief, Over de verschijningen in Lourdes, Aan Henri Lasserre (4 sept 1869). Archivio Segreto Vaticano, Ep. Lat. an. 1869, n. CCCLXXXVIII, f. 695. En, vertrouwend op deze zekerheid, overlaadt hij de nieuw gebouwde kerk met geestelijke weldaden en laat hij het beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes kronen.
Leo XIII verleent in 1892 toestemming voor een eigen Officie en de Mis van het feest "in apparitione Beatae Mariae Virginis Immaculatae", dat zijn opvolger weldra tot de gehele Kerk zal uitstrekken; de oproep uit het Oude Testament zal hier voortaan een nieuwe toepassing vinden: "Surge, amica mea, speciosa mea, et veni: columba mea in foraminibus petrae, in caverna maceriae"! (Hoogl. 2, 13-14) Graduale uit de Mis van het feest der Verschijningen.

Tegen het einde van zijn leven stond de grote Paus erop de nagemaakte grot van Massabielle, gebouwd in de tuinen van het Vaticaan, zelf in te wijden en in te zegenen en in dezelfde periode richtte hij zich tot de Maagd van Lourdes met een vurig en vertrouwvol gebed:

"Dat door haar macht de Moedermaagd, die eertijds door haar liefde aan de geboorte van de gelovigen in de Kerk heeft medegewerkt, ook nu nog het instrument en de behoedster moge zijn van ons heil; dat zij aan de zielen in nood weer vrede en rust moge schenken; dat zij tenslotte zowel in het persoonlijke als in het openbare leven de terugkeer tot Jezus Christus moge bespoedigen" Paus Leo XIII, Apostolische Breve, Gebed tot de H. Maria van Lourdes (8 sept 1901). Acta Leonis XIII, vol. XXI, p. 159-160.

De vijftigjarige herdenking van de Z. Paus Pius IX - Dogmatische Bul
Ineffabilis Deus
(8 december 1854)
bood aan de H. Pius X de gelegenheid om in een plechtig document te wijzen op de historische band tussen deze daad van het Leergezag en de verschijning te Lourdes: "Nauwelijks had Pius IX tot Z. Paus Pius IX - Dogmatische Bul
Ineffabilis Deus
(8 december 1854)
is geweest, of de H. Maagd zelf begon in Lourdes wonderen te verrichten" H. Paus Pius X, Encycliek, Over het geheim en de betekenis van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria naar aanleiding van het 50 jarig jubileum van de dogmaverklaring, Ad Diem Illum (2 feb 1904). Acta Pii X, vol. I, p. 149.
Kort daarna creëert hij de bisschoppelijke zetel van Lourdes verbonden aan die van Tarbes en ondertekent de akten om het zaligverklaringsproces van Bernadette te beginnen. Het was bovenal aan deze grote Paus van de Eucharistie voorbehouden om het. innige samengaan dat er in Lourdes bestaat tussen de Eucharistische devotie en de godsvrucht tot Maria te benadrukken en te bevorderen: "De godsvrucht jegens de Moeder Gods, merkt hij op, doet er een opvallende en vurige godsvrucht opbloeien jegens Onze Heer Jezus Christus" H. Paus Pius X, Brief, Benoeming van Januarium Kardinaal Granito Pignatelli di Belmonte tot Pauselijk Legaat naar het Eucharistische Congres te Lourdes (12 juli 1914). A.A.S. VI, 1914, p. 377.
Kon het trouwens anders? Alles in Maria voert ons naar haar Zoon, de enige Zaligmaker, want juist met het oog op de verdiensten van de Verlossing is zij onbevlekt en vol van genaden geworden; alles in Maria voert ons tot de lofspraak op de aanbiddelijke Drie-eenheid, en Bernadette is zalig geworden door voor de grot de rozenkrans te bidden, waar zij van de lippen en uit de blikken van de H. Maagd glorie leerde brengen aan de Vader, de Zoon en de H. Geest!
Ook Wij prijzen Ons gelukkig, Ons bij dit Eeuwfeest aan te kunnen sluiten bij de lofspraak van de H. Pius X: "De onvergelijkelijke glorie van het heiligdom in Lourdes bestaat hierin, dat de volkeren van alle kanten daarheen worden getrokken om Jezus Christus in het verheven Sacrament te vereren, zodat dit heiligdom, tegelijk centrum van de Mariaverering en zetel van het mysterie van de Eucharistie, in roem alle andere in de katholieke wereld schijnt te overtreffen" H. Paus Pius X, Breve, Over Lourdes en Bernadette Soubirous (25 apr 1911). Arch. Brev. Ap., Pius X, an. 1911, Div. Lib. IX, pars I, f. 337.
Dit heiligdom, reeds met gunsten overladen, verrijkte Benedictus XV met nieuwe en overvloedige aflaten en, zo de tragische omstandigheden van zijn Pontificaat hem niet de gelegenheid hebben gegeven om in het openbaar veelvuldiger van zijn devotie te getuigen, hij heeft niettemin de stad van Maria willen eren door aan haar bisschop het recht te verlenen om op de plaats van de verschijningen het pallium te dragen.
Pius XI, die zelf als pelgrim in Lourdes was geweest, heeft zijn werk voortgezet en beleefde de vreugde om de bevoorrechte van de H. Maagd, die in de Congrégation de la Charité et de l'Instruction chretienne onder de naam van Zuster Marie Bernard de sluier had aangenomen, tot de eer der altaren te mogen verheffen. Waarmerkte hij niet op zijn beurt de belofte van de Onbevlekte aan de jonge Bernadette "dat zij gelukkig zou zijn niet in deze wereld maar in de andere"?
En van die dag af trekt Nevers, dat er een eer in stelt de kostbare reliekschrijn te bewaren, in grote getale pelgrims van Lourdes, verlangend om in de nabijheid van de Heilige te vernemen, hoe zij de boodschap van de H. Maagd zullen waar maken.

Weldra besloot de Doorluchtige Opperpriester, die in navolging van zijn Voorgangers de herdenkingsfeesten van de verschijningen door een Legaat liet opluisteren, het Jubeljaar van de Verlossing aan de grot van Massabielle af te sluiten, daar waar, volgens zijn eigen woorden, "de Onbevlekte Maagd Maria verschillende keren aan de Gelukzalige Bernadette Soubirous is verschenen, waar zij met goedheid alle mensen tot boete heeft opgewekt, op de plaats zelf van de wonderbare verschijning die zij met genaden en wonderen heeft overladen" Paus Pius XI, Breve, Aanwijzing van Kard. Binet tot pauselijke legaat naar viering van de 75e verjaardag van de verschijningen van Maria te Lourdes, Auspicatus Profecto (10 jan 1933). Arch. Brev. Ap, Pius XI, Ind. Perpet. f. 128. Waarlijk, besloot Pius XI, die heiligdom "gaat nu met recht door voor een van de voornaamste Maria-heiligdommen ter wereld" Paus Pius XI, Breve, Aanwijzing van Kard. Binet tot pauselijke legaat naar viering van de 75e verjaardag van de verschijningen van Maria te Lourdes, Auspicatus Profecto (10 jan 1933). Arch. Brev. Ap, Pius XI, Ind. Perpet. f. 128.

Hoe zouden Wij er Ons van kunnen weerhouden Ons te mengen in dit koor van eenstemmige loftuigingen? Wij hebben dit reeds heel bijzonder gedaan in Onze Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Fulgens Corona
Stralende erekroon - 100 jaar dogmaverklaring Onbevlekte Ontvangenis
(8 september 1953)
, waarin Wij in navolging van Onze Voorgangers, in herinnering brachten, dat "de Gelukzalige Maagd Maria zelf, naar het schijnt, door een wonder de uitspraak heeft willen bevestigen die de Plaatsbekleder van haar goddelijke, Zoon op aarde met instemming van de gehele Kerk juist had afgekondigd" Paus Pius XII, Encycliek, Stralende erekroon - 100 jaar dogmaverklaring Onbevlekte Ontvangenis, Fulgens Corona (8 sept 1953), 3.
En Wij hebben er bij deze gelegenheid aan herinnerd, hoe de Romeinse Opperherders, zich bewust van het grote belang van dit pelgrimsoord, niet hadden opgehouden "het welwillend met geestelijke gunsten en weldaden te verrijken" Paus Pius XII, Encycliek, Stralende erekroon - 100 jaar dogmaverklaring Onbevlekte Ontvangenis, Fulgens Corona (8 sept 1953), 5.
Is de geschiedenis van deze honderd jaar, die Wij zojuist in grote lijnen hebben opgehaald, inderdaad niet een voortdurend bewijs van deze pauselijke welwillendheid, waarvan de laatste daad is geweest de sluiting in Lourdes van het Eeuwfeest van het Dogma van de Onbevlekte Ontvangenis?
Maar tegenover u, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, willen Wij nog eens speciaal de aandacht vestigen op een recent document, waarin Wij Ons hebben uitgesproken ten gunste van de snelle ontwikkeling van een missie-apostolaat in uw geliefd Vaderland. Wij hebben daarin met liefde herinnerd aan "de bijzondere verdiensten die Frankrijk zich in de loop der eeuwen bij de uitbreiding van het katholieke geloof heeft verworven", en op deze titel "wendden Wij Onze geest en Ons hart naar Lourdes waar, vier jaar na de afkondiging van het dogma, de Onbevlekte Maagd zelf op bovennatuurlijke wijze door verschijningen, gesprekken en wonderen de verklaring van het Opperste Leergezag heeft bevestigd" Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over de missie in Gallië, Omnium Ecclesiarum (15 aug 1954). A.A.S. XLVI, 1954, p. 567.
Ook vandaag keren Wij Ons weer naar het vermaarde heiligdom, dat zich klaarmaakt om bij gelegenheid van het Eeuwfeest aan de oever van de Gave de vele pelgrims te ontvangen. Aangezien reeds een eeuw lang de vurige, openbare en persoonlijke smeekbeden daar door de tussenkomst van Maria zoveel genaden van genezing en bekering van God hebben verkregen, hebben Wij het vaste vertrouwen dat in dit Jubeljaar Onze Lieve Vrouw met nieuwe gulheid de verwachtingen van haar kinderen zal willen beantwoorden, maar bovenal zijn Wij ervan overtuigd dat zij ons aanzet de geestelijke lessen van de verschijningen in ons op te nemen en de weg te bewandelen die zij ons zo duidelijk heeft getoond.
Deze lessen, een getrouwe echo van de boodschap van het evangelie, doen op een aangrijpende wijze het contrast uitkomen tussen de opvattingen van God en de ijdele wijsheid der wereld.
In een wereld die zich nauwelijks het kwaad, dat haar uitholt, bewust is, die haar ellende en onrechtvaardigheden bedekt met de uiterlijke schijn van welvaart, glans en zorgeloosheid, verschijnt de H. Maagd, die nooit door de zonde bezoedeld is geweest, aan een onschuldig kind. Met moederlijk medelijden overziet zij met één oogopslag deze wereld, vrijgekocht door het bloed van haar Zoon, waar helaas de zonde elke dag zoveel verwoestingen aanricht, en driemaal laat zij haar dringende oproep horen: "Boete, boete, boete"! Zij eist zelfs zeer uitgesproken daden: "Ga en kus de aarde tot boete voor de zondaars". En de daad moet vergezeld gaan van de smeekbede: "Gij moet tot God bidden voor de zondaars".
Zoals in de tijd van Johannes de Doper, in het begin van Jezus' optreden, zo klinkt ook nu hetzelfde strenge, krachtige en uitdrukkelijke bevel aan de mensen om terug te keren naar God: "Komt tot inkeer"! (Mt. 3, 2)(Mt. 4, 17). En wie zou durven beweren dat deze oproep tot bekering van de ziel in onze tijd haar actualiteit verloren heeft?
Maar zou de Moeder van God naar haar kinderen kunnen komen, als zij niet is een boodschapster van vergiffenis en van hoop. Reeds stroomt het water aan haar voeten: "Omnes sttientes, verrite ad aquas, et haurietis salutem a Domino" Officie van het feest van de Verschijningen, 1e Responsorie van de 3e Nocturn, Bij deze bron, waar Bernadette als eerste gehoorzaam is gaan drinken en zich is gaan wassen, komen alle ellenden van ziel en lichaam samen. "Ik ben mij gaan wassen en ik zag weer" (Joh. 9, 11), zou met de blinde van het Evangelie de dankbare pelgrim kunnen zeggen.
Maar, zoals voor de menigte die zich rond Jezus verdrong, zo wordt ook daar de genezing van de fysieke kwalen niet alleen een daad van barmhartigheid, maar eveneens het teken van de macht die de Zoon des Mensen heeft om de zonden te vergeven Vgl. Mc. 2, 10 . Bij de gezegende grot spoort de H. Maagd in naam van haar goddelijke Zoon ons aan om onze ziel te bekeren en op vergeving te hopen. Zullen wij naar haar luisteren?
Dit nederig antwoord van de mens die toegeeft zondaar te zijn, maakt de ware belangrijkheid van dit Jubeljaar uit. Wat een weldaden zou men terecht daarvan kunnen verwachten voor de Kerk, als iedere Lourdespelgrim - en zelfs iedere christen die zich in de geest met de viering van het Eeuwfeest verenigt - eerst in zichzelf dit werk van heiliging tot stand bracht "niet met woorden of met de tong, maar in daden en in waarheid"! (1 Joh. 3, 18). Trouwens alles nodigt hem daartoe uit, want misschien voelt men zich nergens zozeer aangetrokken tot gebed, zelfverloochening en naastenliefde als in Lourdes.
Bij het zien van de toewijding der brancardiers en de kalme berusting van de zieken, bij het ondervinden van het saamhorigheidsgevoel dat gelovigen van alle windstreken samenbrengt in eenzelfde smeekgebed, bij het aanschouwen van de spontane wijze waarop men elkaar helpt en de ongeveinsde vurigheid van de pelgrims neergeknield voor de grot, worden de besten gegrepen door de schoonheid van een leven geheel en al gewijd aan God en hun medemensen, zullen de minder vurigen hun lauwheid beseffen en de weg van het gebed terugvinden, worden de meer verstokte zondaars en zelfs de ongelovigen dikwijls getroffen door de genade of blijven zij, als zij eerlijk zijn, op zijn minst niet ongevoelig voor de getuigenis van deze "groep gelovigen, één van hart en één van ziel" (Hand. 4, 32).
Voor deze groep zelf is die ervaring van enkele korte pelgrimsdagen in het algemeen echter niet voldoende om de oproep van Maria tot een waarachtige geestelijke bekering onuitwisbaar in hun harten te griffen. Wij sporen dan ook de herders van de diocesen en alle priesters aan om zich met ijver in te spannen om de bedevaarten tijdens het Eeuwfeest zo goed mogelijk voor te bereiden, te laten verlopen en de tijd daarna zo goed mogelijk te gebruiken om een ingrijpende en blijvende werking van de genade mogelijk te maken.
De terugkeer tot een trouw ontvangen van de sacramenten, de eerbied voor de christelijke moraal in het gehele leven, het toetreden tot de rangen der Katholieke Actie en de medewerking aan de goede werken die door de Kerk worden aanbevolen: op die voorwaarden alleen zullen de belangrijke gebeurtenissen in Lourdes voor de grote menigten die men in het jaar 1958 verwacht, volgens de verwachting van de Onbevlekte Maagd zelf, de heilzame vruchten dragen die de huidige mensheid zo hard nodig heeft.
Maar de persoonlijke bekering van de pelgrim, hoe ingrijpend die ook zij, zou hier niet voldoende zijn. In dit Jubeljaar sporen Wij u, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, aan de gelovigen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd op te wekken, een gemeenschappelijke poging te ondernemen om de samenleving in christelijke zin te vernieuwen, in antwoord op de oproep van Maria.
"Dat de blinde geesten verlicht mogen worden door het licht van de waarheid en de gerechtigheid; vroeg Pius XI reeds tijdens de Mariafeesten in het Jubeljaar van de Verlossing, dat zij die verstrikt zijn in de dwaling teruggebracht mogen worden tot de rechte weg, dat overal een rechtvaardige vrijheid aan de Kerk moge worden verleend en dat een tijdperk van eensgezindheid en van ware voorspoed voor alle volkeren moge aanbreken" Paus Pius XI, Brief, Aan mgr. Petrus Gerlier, bisschop van Tarbes en Lourdes, n.a.v. het Jubeljaar in Lourdes, Quod tam alacri (10 jan 1935). A.A.S. XXVII, p. 7.
De wereld nu, die in onze dagen zo terecht redenen geeft om trots te zijn en vol verwachting, wordt ook ernstig bedreigd door het materialisme, waarop Onze Voorgangers en Wijzelf reeds dikwijls hebben gewezen.
Dit materialisme bestaat niet alleen in de veroordeelde levensbeschouwing die de politiek en economie van een gedeelte van de mensheid beheerst; het komt ook naar boven in de hartstocht voor het geld, waarvan. de verwoestingen al langer hoe groter worden naar mate de moderne ondernemingen zich uitbreiden en die helaas zoveel omstandigheden beheerst dat zij een drukkende last worden voor het leven der volkeren; het treedt naar buiten in de verafgoding van het lichaam, het buitensporig streven naar comfort en het uitbannen van elke serieuze levensopvatting; het drijft tot minachting van het menselijk leven, zelfs van het leven dat men vernietigt voordat het geboren is.
Het manifesteert zich in de ongebreidelde jacht naar vermaak, dat zich zonder schaamte opdringt en door lectuur en vertoningen nog gave zielen poogt te verleiden; het toont zich in de onbekommerdheid om zijn evenmens, in het egoïsme dat hem negeert, in de onrechtvaardigheid die hem van zijn rechten berooft, in een woord, in de levensopvatting die alles regelt alleen met het oog op materiële welvaart en aardse voldoening.
"Mijn ziel, zei een rijk man, gij hebt vele goederen liggen voor tal van jaren; rust wat uit, eet en drink en wees blijde. Maar God sprak tot hem: Dwaas, nog deze nacht zal men uw ziel van u opeisen" (Lc. 12, 19-20).
In een wereld die in het openbaar veelvuldig de opperste rechten van God bestrijdt, die het heelal zou willen veroveren ten koste van zijn ziel Vgl. Mc. 8, 36 en zo zijn ondergang tegemoet loopt, heeft de Moedermaagd als het ware een alarmkreet laten horen.
In overeenstemming met haar oproep moeten de priesters zo flink zijn om aan allen zonder vrees de grote heilswaarheden te preken. Een wedergeboorte kan alleen maar blijvend zijn, als die gefundeerd is op de onwrikbare princiepen van het geloof en het is de plicht van de priesters om het geweten van het christenvolk te vormen.
Op dezelfde wijze als de Onbevlekte in haar medelijden met onze ellende, maar zich scherp bewust van onze ware noden, naar de mensen komt om hen te wijzen op de wezenlijke en ernstige stappen die een religieuze' bekering inhouden, zo ook moeten de bedienaren van Gods Woord, met een bovennatuurlijke zekerheid, voor de zielen de smalle weg uitstippelen die voert naar het leven Vgl. Mt. 7, 14 . Zij zullen het moeten doen zonder te vergeten, dat er een geest van zachtheid en geduld voor nodig is Vgl. Lc. 9, 55 , maar zonder iets te verdoezelen van de eisen van het evangelie. In de school van Maria zullen zij leren te leven alleen om Christus aan de wereld te brengen, maar zullen zij ook moeten wachten op het uur van Jezus aan de voet van het kruis.
Verzameld rond hun priesters moeten de gelovigen meewerken aan deze poging tot wedergeboorte. Wie kan op de plaats waar de Voorzienigheid hem heeft gesteld, niet nog meer doen voor de zaak van God? Onze gedachten gaan allereerst uit naar het grote getal toegewijde zielen die zich in de Kerk wijden aan ontelbare goede werken. Hun religieuze geloften leggen op hen meer nog dan op anderen de verplichting om, onder de bescherming van Maria, te strijden voor de overwinning op de storm van ongeregelde begeerten naar onafhankelijkheid, rijkdom en genot die over de wereld gaat; ook zullen zij, op de oproep van de Onbevlekte, zich tegen de aanvallen van het kwaad moeten verzetten met de wapens van het gebed, van boete en met de overtuigingskracht van de liefde.
Onze gedachten gaan eveneens uit naar de christelijke gezinnen om hen te smeken trouw te blijven aan hun onmisbare taak in de gemeenschap. Mogen zij zich in dit Jubeljaar aan het Onbevlekte Hart van Maria toewijden! Deze daad van godsvrucht zal voor de echtgenoten een kostbare, geestelijke steun zijn bij de vervulling van hun plichten van zuiverheid en huwelijkstrouw; het zal in huis de goede sfeer bewaren waarin de kinderen opgroeien; ja meer nog, het zal van het gezin, bezield door godsvrucht tot Maria, een levende cel maken in het herstel van de gemeenschap en de uitoefening van het apostolaat.
En zeker geven, buiten de familiekring, de relaties in het beroeps- en burgerleven aan de christenen die het een zorg is mede te werken aan het herstel van de maatschappij een uitgebreid terrein van activiteiten. Verzameld aan de voeten van de H. Maagd, bereid haar aansporingen op te volgen, zullen zij zichzelf aan een veeleisend onderzoek en de valse oordelen en egoïstische gedachten uit hun geweten bannen om niet te vervallen in een leugenachtige liefde tot God die zich niet zou uiten in een daadwerkelijke liefde voor hun medemensen Vgl. 1 Joh. 4, 20 .
Christenen zijnde van alle klassen en alle naties, moeten zij ernaar streven om elkaar in waarheid en liefde te ontmoeten, om misverstanden en verdachtmakingen te verbannen. Zonder twijfel weegt de last van de sociale structuur en de economische druk zeer zwaar op de goede wil van de mensen en verlamt die dikwijls. Maar, als het waar is, zoals Onze Voorgangers en Wijzelf met nadruk hebben vastgesteld, dat het probleem van de sociale en politieke vrede allereerst een moreel probleem is in de mens zelf, zal geen enkele hervorming vruchtbaar, geen enkele overeenkomst blijvend zijn zonder een verandering en een zuivering der harten. De Maagd van Lourdes roept in dit Jubeljaar allen hiertoe op!
En als Maria, in haar bezorgdheid, zich naar enkelen van haar kinderen met een zekere voorliefde neerbuigt, zijn dit dan niet, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, de kleinen, de armen en de zieken, die Jezus zozeer heeft bemind? "Komt tot mij, gij allen die belast en beladen zijt en ik zal u verkwikken", schijnt zij met haar goddelijke Zoon te zeggen (Mt. 11, 28).
Gaat naar haar toe, gij die verpletterd wordt door de materiële ellende, die machteloos staat tegenover de hardheid van het leven en de onverschilligheid der mensen; gaat naar haar toe, gij die geslagen wordt door rouwen morele beproevingen; gaat naar haar toe, geliefde zieken en zwakken die in Lourdes werkelijk ontvangen en geëerd wordt als de lijdende ledematen van Onze Heer; gaat naar haar toe en ontvangt de vrede des harten, de kracht om uw dagelijkse plicht te doen, de vreugde van het aangeboden offer.
De Onbevlekte Maagd, die alle geheime wegen van de genade in de zielen en de verborgen werking van dat bovennatuurlijke zuurdesem in de wereld kent, weet hoe waardevol, in de ogen van God, uw lijden is verenigd met dat van de Zaligmaker. Het kan grotelijks bijdragen, Wij twijfelen er niet aan, tot die christelijke wedergeboorte van de maatschappij, die Wij door de machtige voorspraak van zijn Moeder van God afsmeken.
Moge Maria op het gebed van de zieken, de nederigen en alle pelgrims in Lourdes eveneens haar moederlijke blik wenden tot hen die nog buiten de ene schaap stal van de Kerk verblijven, om hen te brengen tot de eenheid! Moge zij neerzien op hen die nog zoeken en dorsten naar de waarheid, om hen te leiden naar de bron van het levende water!
Moge zij tenslotte haar ogen laten gaan over die uitgestrekte landen en onafzienbare streken op aarde waar Christus helaas nog maar zo weinig gekend, zo weinig bemind wordt en moge zij voor de Kerk de vrijheid en vreugde verkrijgen om op alle plaatsen, altijd jong, heilig en apostolisch, in staat te zijn de verwachtingen van de mensen te beantwoorden!
"Wilt gij zo goed zijn om te komen", zei de H. Maagd tot Bernadette. Deze bescheiden uitnodiging, zonder enige dwang, die zich richt tot het hart en met fijngevoeligheid om een vrij en edelmoedig antwoord vraagt, richt de Moeder van God opnieuw tot haar kinderen in Frankrijk en tot de gehele wereld. Zonder zich op te dringen, verzoekt zij hen zichzelf te hervormen en met alle krachten te werken aan het heil van de wereld. De christenen zullen niet doof blijven voor deze oproep; zij zullen naar Maria gaan. En tot ieder van hen zouden Wij op het einde van deze Brief met St. Bernardus willen zeggen: "In periculis, in angustiis, in rebus dubiis, Mariam cogita, Mariam invoca . Ipsam sequens, non devias; ipsam rogans, non desperas; ipsam cogitans, non erras; ipsa tenente, non corruis; ipsa protegente, non metuis; ipsa duce, non fatigaris; ipsa propitia, pervenis " H. Bernardus van Clairvaux, Homilia Super missus est. Hom. 11: P.L. CLXXXIII, 70-71.
Wij hebben het volste vertrouwen, Geliefde Zonen en Eerbiedwaardige Broeders, dat Maria uwen Ons gebed zal verhoren. Wij vragen het haar op dit feest van Visitatie, zo geëigend om haar te eren die een eeuw geleden zich heeft verwaardigd het Franse land te bezoeken.

En terwijl Wij u uitnodigen om, met de Onbevlekte Maagd, God het Magnificat van uw dankbaarheid toe te zingen, smeken Wij over u en uw gelovigen, over het heiligdom van Lourdes en zijn pelgrims, over al degenen die de verantwoordelijkheid dragen voor de viering van het Eeuwfeest een overvloed van genaden af, als onderpand waarvan Wij u van ganser harte en uit immer vaderlijke welwillendheid de Apostolische Zegen schenken.

Gegeven te Rome, bij St.-Pieter, op het feest van Visitatie van de Allerheiligste Maagd, 2 juli van het jaar 1957, het 19e van Ons Pontificaat.

PAUS PlUS XII.

Document

Naam: LE PéLERINAGE DE LOURDES
Over de verschijningen in Lourdes
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 2 juli 1957
Copyrights: © 1957, Katholiek Archief
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam