• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TEGENGIF VOOR HET NEERHALEN VAN DE GOEDE NAAM
10e Zondag door het Jaar (Jaar B) - Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

Het Evangelie van deze zondag (Mc. 3, 20-35) toont ons twee soorten van onbegrip waarmee Jezus geconfronteerd werd: die van de Schriftgeleerden en die van leden van zijn eigen familie.

Het eerste onbegrip. De Schriftgeleerden waren mannen die onderricht waren in de Heilige Schrift en ze aan het volk moesten uitleggen. Sommigen van hen worden naar Jeruzalem in Galilea gezonden waar Jezus’ faam zich begon te verspreiden, om Hem in de ogen van het volk in het diskrediet te brengen: om roddel rond te strooien, de ander in het diskrediet te brengen, Hem Zijn gezag af te nemen, die lelijke dingen. Daartoe werden ze gezonden. En die Schriftgeleerden komen met een precieze en verschrikkelijke beschuldiging – ze sparen geen middelen, zij gaan op hun doel af en zeggen: Hij is door Beëlzebub bezeten en door middel van de duivels drijft Hij de duivels uit. Vgl. Mc. 3, 22 Met andere woorden: de chef van de duivels is degene die Hem aanzet; wat ongeveer hier op neerkomt: Hij is een bezetene.

Jezus genas namelijk veel zieken en de Schriftgeleerden willen doen geloven dat Hij het niet doet door de Geest van God – wat juist wel het geval is – maar door de boze geest, door de kracht van de duivel. Jezus reageert met sterke en duidelijke woorden, Hij duldt dat niet, omdat die Schriftgeleerden, misschien zonder er zich rekenschap van te geven, in de zwaarste zonde vallen: de liefde van God, die in Jezus werkzaam is, ontkennen en lasteren. Dat is Godslastering en een zonde tegen de Heilige Geest, de enige zonde die niet vergeven wordt – dat zegt Jezus zelf – omdat zij uitgaat van een hart dat zich afsluit voor de barmhartigheid van God die in Jezus werkzaam is.

Maar deze gebeurtenis houdt een waarschuwing in die voor ons allemaal van nut is. Het kan namelijk gebeuren dat afgunst omwille van iemands goedheid en goede werken, tot valse beschuldigingen leidt. Het gaat hier om een echt dodelijk gif: de kwaadwilligheid, met voorbedachten rade, waarmee men iemands goede naam wil vernietigen. Moge God ons van die verschrikkelijke bekoring bevrijden! En als wij bij het gewetensonderzoek vaststellen dat dit onkruid in ons ontkiemt, laten we het dan onmiddellijk biechten zodat het niet woekert en nefaste uitwerkingen heeft die ongeneeslijk zijn. Let op, want die houding vernietigt families, vriendschappen, gemeenschappen en zelfs de samenleving.

Het Evangelie van vandaag spreekt ons ook over een ander onbegrip ten overstaan van Jezus, van een heel andere aard: dat van Zijn familie. Zij waren bezorgd omdat Zijn nieuw rondreizend leven hen een dwaasheid leek. Vgl. Mc. 3, 21 Hij toonde zich namelijk zo beschikbaar voor de mensen, vooral zieken en zondaars, dat Hij zelfs geen tijd meer had om te eten. Zo was Jezus: eerst de mensen, dienstbaar zijn voor de mensen, de mensen helpen, de mensen onderrichten, de mensen genezen. Hij was er voor de mensen. Hij had zelfs geen tijd om te eten. Bijgevolg nam Zijn familie het besluit Hem terug mee te nemen naar Nazareth, naar huis. Zij kwamen bij de plaats waar Jezus predikte en lieten Hem roepen. Men zei Hem: “Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U” (Mc. 3, 32). Hij antwoordde: “Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders?” en terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om hem heen zaten, zei Hij: Ziehier mijn moeder en mijn broeders. Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen” (Mc. 3, 33-34). Jezus heeft een nieuwe familie gevormd, niet meer gebaseerd op natuurlijke banden maar op het geloof in Hem, op Zijn liefde die ons opneemt en ons met elkaar in de Heilige Geest verenigt. Allen die het woord van Jezus aanvaarden, zijn kinderen van God en broeders van elkaar. Jezus’ woord aanvaarden maakt ons tot broeders, maakt ons tot Jezus’ familie. Kwaadspreken over anderen, de goede naam van anderen neerhalen, maakt ons tot de familie van de duivel.

Het antwoord van Jezus is geen tekort aan respect voor Zijn moeder en familie. Integendeel, voor Maria is het de grootste erkenning want Zij is juist de volmaakte leerling die in alles gehoorzaam is aan de wil van God. Moge de Maagd Maria ons helpen altijd in gemeenschap te leven met Jezus, door de werking van de Heilige Geest in Hem en in de Kerk te erkennen, die de wereld tot nieuw leven wekt.

Ná het bidden van het Angelus

Dierbare broeders en zusters,

Ik wil opnieuw aan het beminde Koreaanse volk een bijzondere gedachte in vriendschap en gebed wijden. De gesprekken die de komende dagen in Singapore zullen plaatshebben Red.: Bedoeld worden de gesprekken op 12 juni tussen president Trump van de Verenigde Staten en Dictator Kim Jong-un van Noord-Korea kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een positief verloop, dat een toekomst van vrede veiligstelt voor het Koreaanse schiereiland en de hele wereld. Daarvoor bid ik tot de Heer. Laten wij nu allemaal samen bidden tot Onze Lieve Vrouw, de Koningin van Korea, dat zij deze gesprekken mag begeleiden. {Wees gegroet...}

{...}

Document

Naam: TEGENGIF VOOR HET NEERHALEN VAN DE GOEDE NAAM
10e Zondag door het Jaar (Jaar B) - Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Angelus/Regina Caeli
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 10 juni 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie / kro.nl/katholiek
Vert. uit het Frans (Zenit.org): maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering:redactie
Bewerkt: 12 juni 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam