• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

5. HERBOREN WORDEN
Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

De catechese over het sacrament van het Doopsel brengt ons ertoe vandaag te spreken over de heilige wassing vergezeld van de aanroeping van de Heilige Drie-eenheid. Het gaat om de centrale ritus die in de strikte zin “doopt”, dat wil zeggen “onderdompelt” in het Paasmysterie van Christus. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1239 De heilige Paulus brengt de betekenis van dit gebaar in herinnering aan de Christenen van Rome vanuit de vraag: “Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?” En dan geeft hij het antwoord: “Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden” (Rom. 6, 4). Het Doopsel opent voor ons de deur van een verrijzenisleven, niet een werelds bestaan. Een leven zoals Jezus.

De doopvont is de plaats waar men met Christus Pasen beleeft! De oude mens, met zijn misleidende driften, wordt begraven Vgl. Ef. 4, 22 , zodat een nieuw schepsel geboren wordt. Waarlijk, het oude is voorbij en het nieuwe is geboren. Vgl. 2 Kor 5, 17 In de catecheses, toegeschreven aan de heilige Cyrillus van Jeruzalem wordt op volgende wijze aan de nieuw gedoopten uitgelegd wat met hen is gebeurd in het Doopsel: “Op hetzelfde ogenblik zijn jullie gestorven en geboren, en hetzelfde reddende water werd voor jullie: graf en moeder.” H. Cyrillus van Jeruzalem, Tweede mystagogische catechese. n. 20, 2, 4-6: PG 33, 1079-1082 De nieuwgeboorte van de nieuwe mens vraagt dat de mens, bedorven door de zonde, tot stof zou herleid worden. De beelden van graf en van moederschoot, verwijzend naar de doopvont, zijn zeer geschikt om het grootse te vertolken dat door de eenvoudige gebaren van het Doopsel gebeurt. Ik citeer graag de Latijnse inscriptie in de oude Doopkapel van Lateranen, toegeschreven aan Paus Sixtus III: “De Moeder Kerk baart door het water op maagdelijke wijze de kinderen die zij ontvangt door de adem van God. Gij die in deze doopvont herboren zijt, hoopt op het Rijk der hemelen”. Virgineo fetu genitrix Ecclesia natos / quos spirante Deo concipit amne parit. / Caelorum regnum sperate hoc fonte renati” Mooi is dat: de Kerk doet ons geboren worden, de Kerk is de moederschoot, door het Doopsel is zij onze moeder.

Zoals onze ouders ons het aardse leven hebben geschonken, zo schenkt de Kerk ons door het Doopsel het eeuwige leven. In zijn Zoon Jezus zijn wij kinderen van God geworden. Vgl. Rom. 8, 15 Vgl. Gal. 4, 5-7 Ook over ons, herboren uit water en Heilige Geest, doet de hemelse Vader zijn stem vol mateloze liefde weerklinken: “Jij bent mijn veelgeliefde kind” Vgl. Mt. 3, 17 Deze vaderlijke stem, onhoorbaar voor het oor, maar goed te verstaan voor het hart dat gelooft, is met ons gedurende heel het leven, zonder ons ooit te verlaten. Gedurende heel ons leven zegt de Vader: “Jij bent mijn geliefde zoon, jij bent mijn geliefde dochter”. God bemint ons als een Vader en verlaat ons nooit. En dat vanaf het ogenblik van het Doopsel. Herboren als kinderen van God zijn we dat voor altijd! Het Doopsel wordt niet overgedaan, omdat het een onuitwisbaar geestelijk zegel indrukt. “Dit merkteken wordt door geen enkele zonde uitgewist, zelfs als de zonde het doopsel verhindert heilzame vruchten te dragen”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1272 Het zegel van het Doopsel verliest men nooit! “Padre, maar als iemand een misdadiger van de ergste soort wordt, die mensen doodt en onrecht bedrijft, dan gaat het zegel toch weg?” Neen. Tot zijn eigen schande doet iemand, kind van God, die dingen, maar het zegel gaat niet weg. Men blijft kind van God. Men kan tegen God ingaan, maar God verloochent nooit zijn kinderen. Verstaan jullie dit? God verloochent nooit zijn kinderen. Laten we het samen herhalen: “God verloochent nooit zijn kinderen”. Wat luider, ik ben niet doof en ik heb het niet gehoord. {allen herhalen luider} “God verloochent nooit zijn kinderen”. Zo, dat was beter.

Door de inlijving in Christus door het Doopsel, worden de gedoopten gelijkvormig aan Hem “aan de eerstgeborene onder vele broeders” (Rom. 8, 2). Door de werking van de Heilige Geest zuivert, heiligt, rechtvaardigt het Doopsel om zo in Christus velen tot een lichaam te maken. Vgl. 1 Kor. 6, 11 Vgl. 1 Kor. 12, 13 Dat drukt de zalving met chrisma uit. “De zalving met geurende olie betekent immers (…) gezalfd worden met de Heilige Geest Vgl. Lc. 4, 16 , ingelijfd worden in de rangen van het priesterlijke Godsvolk.” Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Doopsel van kinderen - editio typica altera, Ordo Baptismi Parvulorum (29 aug 1973). Pastorale Inleiding, n. 8, f Daarom zalft de bedienaar het hoofd van elke gedoopte met het heilig chrisma terwijl hij volgende woorden uitspreekt: “De almachtige God, (…) zalft u met het chrisma van het heil. Daardoor behoort gij tot het volk van God en wordt gij voor altijd lidmaat van Christus, die gezalfd is tot priester, koning en profeet.” Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Doopsel van kinderen - editio typica altera, Ordo Baptismi Parvulorum (29 aug 1973). deel II, De Kinderdoop, n. 31

Broeders en zusters, dit is de christelijke roeping: met Christus verenigd leven in de heilige Kerk, deelgenoten aan de zelfde wijding om, in deze wereld, dezelfde zending uit te voeren door vruchten te dragen die altijd duren. Bezield door de enige Geest, heeft heel het volk van God deel aan de bediening van Jezus Christus, “Priester, Koning en Profeet”. Het draagt de verantwoordelijkheid voor de zending en de dienst die er uit voortvloeien. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 783-786 Wat betekent dat deelhebben aan het koninklijk en profetisch priesterschap van Christus? Het betekent zich zelf aan God opdragen als een welgevallig offer Vgl. Rom. 12, 1 getuigenis geven door een leven van geloof en naastenliefde Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12 ten dienste van de anderen, naar het voorbeeld van Jezus. Vgl. Mt. 20, 25-28 Vgl. Joh. 13, 13-17

Dankjewel.

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie het dossier Catecheses over het H. Doopsel.

Document

Naam: 5. HERBOREN WORDEN
Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiƫntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 9 mei 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 11 mei 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam