• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

4. BRON VAN LEVEN
Sint Pietersplein

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

Bij het nadenken over het Doopsel zou ik vandaag willen stilstaan bij de centrale rituelen die bij de doopvont gebeuren.

Kijken we vooreerst naar het water waarover de kracht van de Heilige Geest wordt afgesmeekt zodat het vermogen krijgt, te herscheppen en te hernieuwen. Vgl. Joh. 3,5 Vgl. Tit. 3, 5 Water is drager van leven en welzijn. Het ontbreken ervan betekent het einde van elke vruchtbaarheid, zoals gebeurt in de woestijn. Water kan echter ook dood veroorzaken wanneer het door zijn vloed overspoelt of door zijn massa alles verwoest. Het water heeft ten slotte ook het vermogen te wassen, te reinigen en te zuiveren.

Vanuit deze, universeel erkende, natuurlijke symboliek, beschrijft de Bijbel de ingrepen en de beloften van God door middel van het water. De mogelijkheid van de vergeving van de zonden ligt niet in het water op zich, zoals de heilige Ambrosius aan de pasgedoopten verklaarde: “Jullie hebben het water gezien, maar niet alle water geneest: alleen het water dat de bevestiging van Christus heeft, geneest. (...) De werking is van het water, de werkdadigheid is van de Heilige Geest”. H. Ambrosius van Milaan, Over de Sacramenten, De Sacramentis. 1, 15

Om die reden smeekt de Kerk om de werking van de Heilige Geest over het water “zodat zij die daarin gedoopt worden, met Christus begraven worden in de dood en met Hem verrijzen tot onsterfelijk leven”. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Doopsel van kinderen - editio typica altera, Ordo Baptismi Parvulorum (29 aug 1973), 60 Het zegeningsgebed zegt dat God het water bereid heeft “om teken van het Doopsel” te zijn en herinnert aan de voornaamste Bijbelse voorafbeeldingen: in het begin van de wereld joeg de Geest als een storm over het water; het water ontving van Hem zijn levenskracht. Vgl. Gen. 1, 1-2 De zondvloed betekende het einde van de zonde en het begin van een nieuwe geboorte. Vgl. Gen. 7, 6-8, 22 Het nageslacht van Abraham trok droogvoets door de Rode Zee, toen zij uit de Egyptische slavernij werden bevrijd. Vgl. Ex. 14, 15-31 In verband met Jezus wordt herinnerd aan zijn doop in de Jordaan. Vgl. Mt. 3, 13-17 Later, toen Jezus aan het kruis hing, vloeide water en bloed samen uit zijn zijde. Vgl. Joh. 19, 31-37 Na zijn verrijzenis droeg Hij zijn leerlingen op alle volkeren te dopen in naam van de Drie-eenheid. Vgl. Mt. 28, 19 Gesterkt door dergelijke gedachtenis wordt God gevraagd in het doopwater de genade van de gestorven en verrezen Christus te storten. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Doopsel van kinderen - editio typica altera, Ordo Baptismi Parvulorum (29 aug 1973), 60 Zo wordt het water veranderd in water dat vervuld is van de kracht van de Heilige Geest. En met dit van kracht van de Geest vervulde water dopen wij de mensen, dopen wij de volwassenen, de kindjes, allen.

Zodra het water van de doopvont gewijd is, moet men het hart voorbereiden op het Doopsel. Dat gebeurt door de verzaking aan Satan en de geloofsbelijdenis, twee gebaren die onderling sterk verbonden zijn. In de mate dat ik “neen” zeg aan de verlokkingen van de duivel – hij die verdeeldheid schept – ben ik in staat “ja “ te zeggen aan God die mij roept om aan Hem in denken en doen gelijk te worden. De duivel verstrooit; God verenigt de gemeenschap, de mensen tot één volk. Men kan niet Christus volgen door voorwaarden te stellen. Sommige banden moet men loslaten om andere echt te kunnen opnemen. Ofwel ben je met God, ofwel ben je met de duivel. Daarom gaan de verzaking en de geloofsbelijdenis samen. Men moet bruggen opblazen en achterlaten om de nieuwe Weg op te gaan die Christus is.

Het antwoord op de vragen – “Verzaakt gij aan de satan en aan al zijn werken en aan zijn verleiding?” – wordt in de eerste persoon enkelvoud geformuleerd: “Ik verzaak”. Op dezelfde wijze wordt het geloof van de Kerk beleden, zeggend: “Ik geloof”. Ik verzaak en ik geloof, dat is het fundament van het Doopsel. Het is een verantwoordelijke keuze die vraagt om vertaald te worden in concrete daden van vertrouwen in God. De geloofsbelijdenis veronderstelt een inzet waarin het Doopsel zelf zal helpen volharden in de verschillende omstandigheden en beproevingen van het leven. We herinneren ons de oude wijsheid van Israël: “Mijn zoon, wanneer gij de Heer gaat dienen, bereid u dan voor op beproevingen” (Sir. 2, 1), met andere woorden: maak je klaar voor de strijd. Het is de aanwezigheid van de Heilige Geest die ons de kracht geeft om dapper te strijden.

Geliefde broeders en zusters, wanneer we onze hand in gewijd water steken – dat doen we wanneer we een kerkgebouw binnengaan – en het kruisteken maken, denken we met vreugde en dankbaarheid terug aan ons Doopsel dat we ontvangen hebben. Het gewijde water herinnert ons daaraan en we hernieuwen ons “Amen” – “Ik ben blij”, ondergedompeld in de liefde van de Allerheiligste Drie-eenheid te kunnen leven.

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie dossier Catecheses over het H. Doopsel.

Document

Naam: 4. BRON VAN LEVEN
Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 2 mei 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 3 mei 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam