• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
   Dit is een werkvertaling

De heilige Johannes van het Kruis beval aan

“ervoor te zorgen altijd in Gods tegenwoordigheid te wandelen, hetzij in zijn werkelijke tegenwoordigheid, hetzij door Hem als tegenwoordig voor te stellen, hetzij in de tegenwoordigheid die tot vereniging voert. Dit al naargelang het met het werk in overeenstemming is.”. H. Johannes van het Kruis, Graden van volmaaktheid. 2: Werken Gent 19803, 1116

Het is in wezen het verlangen naar God dat zich op de een of andere wijze door ons dagelijks leven moet manifesteren:

“Zorg er daarom voor voortdurend in gebed te zijn, en laat het gebed ook niet achterwege tijdens uw lichamelijke bezigheden. Of ge nu eet of drinkt of spreekt of met mensen uit de wereld omgaat of iets anders doet, verlang altijd naar God en laat uw hart zich steeds meer aan Hem hechten.” H. Johannes van het Kruis, Raadgevingen aan een ongeschoeide Karmeliet om de volmaaktheid te bereiken. Werken Gent 19803, 1115

Desondanks zijn er, wil dit mogelijk zijn, ook enkele alleen aan God, in eenzaamheid met Hem gewijde ogenblikken noodzakelijk. Voor de heilige Teresia van Avila is het gebed

“een intieme verhouding van vriendschap, een veelvuldig onderhoud onder vier ogen met Hem door wie wij ons bemind weten”. H. Teresia van Avila, Boek van mijn leven, Libro de la Vida. 8, 5: Opere, Rome 1981, 95

Ik zou de nadruk willen leggen op het feit dat dit niet alleen is voor enkele bevoorrechten, maar voor allen,

“omdat wij allen behoefte hebben aan deze stilte, die vol is van aanbeden tegenwoordigheid”. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Bij gelegenheid van de honderdste gedenkdag van de Apostolische brief Orientalium Dignitas van Paus Leo XIII, Orientale Lumen (2 mei 1995), 16

Het vertrouwvol gebed is een antwoord van het hart dat zich van aangezicht tot aangezicht opent voor God, waar alle stemmen verstommen om te luisteren naar de zoete stem van de Heer, die weerklinkt in de stilte.

In die stilte is het mogelijk in het licht van de Geest de wegen van heiligheid die de Heer ons voorhoudt, te onderscheiden. Anders zullen al onze beslissingen alleen maar “versieringen” kunnen zijn, die in plaats van het Evangelie in ons leven te verheerlijken het zullen toedekken en verstikken. Voor iedere leerling is het onontbeerlijk bij de Meester te zijn, naar Hem te luisteren, van Hem te leren, steeds te leren. Als wij niet luisteren, zullen onze woorden alleen maar geluiden zijn die tot niets dienen.

Denken wij eraan:

"het is het aanschouwen van het gelaat van de gestorven en verrezen Christus, is dat die onze mensheid weer herstelt, ook die welke door de inspanningen van het leven verdeeld of door de zonde getekend is. Wij moeten de macht van het gelaat van Christus niet temmen.” Paus Franciscus, Toespraak, Kathedraal Santa Maria der Fiore, Florence, Tot de deelnemers aan het vijfde algemene vergadering van de Italiaanse Kerkprovincie (10 nov 2015)

Ik veroorloof mij dus je te vragen: zijn er ogenblikken waarop je je in stilte in zijn aanwezigheid verplaatst, met Hem zonder haast verkeert en je door Hem laat leiden? Laat je zijn vuur jouw hart in vuur en vlam zetten? Als je niet toestaat dat Hij daarin de warmte van de liefde en de tederheid voedt, zul je geen vuur hebben en hoe zul je dan het hart van anderen met jouw getuigenis en woorden in vuur en vlam kunnen zetten? En als je ten overstaan van het gelaat van Christus er nog niet in slaagt je te laten genezen en veranderen, dring dan door tot het binnenste van de Heer, treed binnen in zijn wonden, omdat daar de goddelijke barmhartigheid zetelt. Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, Homilies over het Hooglied, Sermones in Canticum Canticorum. 61, 3-5: PL 183:1071-1073.

Ik vraag echter dat wij de stilte niet verstaan als een ontsnapping die de wereld rondom ons heen negeert. De “Russische pelgrim” die in voortdurend gebed onderweg was, vertelt dat dat gebed hem niet scheidde van de uiterlijke werkelijkheid:

“Als het mij overkwam iemand te ontmoeten, leken mij al die personen zonder onderscheid even beminnelijk als waren zij mijn eigen familie. (...) Ik voelde niet alleen dit licht in mijn ziel, maar ook de uiterlijke wereld leek mij zeer mooi en bekoorlijk”. Anoniem, De ware verhalen van een Russische pelgrim. Gottmer, Haarlem, 1997

Ook de geschiedenis verdwijnt niet. Juist omdat het gebed zich voedt met de gave van God die zich in ons leven uitstort, zou het altijd rijk aan herinnering moeten zijn. De herinnering aan de werken van God ligt ten grondslag aan de ervaring van het verbond tussen God en zijn volk. Als God de geschiedenis is willen binnenkomen, is het gebed doorspekt met herinneringen. Niet alleen met de herinnering aan het geopenbaarde Woord, maar ook aan het eigen leven, het leven van anderen, hetgeen de Heer in zijn Kerk heeft gedaan. Het is de dankbare herinnering waar ook de heilige Ignatius van Loyola het over heeft in zijn “Contemplatie om de liefde te bereiken”, Vgl. H. Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen. 230-237 wanneer hij ons vraagt ons alle weldaden in herinnering te brengen die wij van de Heer hebben ontvangen. Kijk naar je geschiedenis, wanneer je bidt, en daarin zul je zeer veel barmhartigheid vinden. Tegelijkertijd zal dat je bewustzijn voeden van het feit dat de Heer zich jou blijft herinneren en je nooit vergeet. Dientengevolge heeft het zin Hem te vragen zelfs de kleine details van je bestaan, die Hem niet ontgaan, te verlichten.

De smeekbede is de uitdrukking van een hart dat vertrouwt op de Heer, dat weet dat het het niet alleen af kan. In het leven van het trouwe volk van God vinden wij veel smeekbeden vol gelovige tederheid en diep vertrouwen. Ontnemen wij het vragend gebed niet zijn waarde, dat zeer vaak ons hart tot rust brengt en ons helpt verder te gaan en hoopvol te strijden. Het voorspraakgebed heeft een bijzondere waarde. Omdat het een daad van vertrouwen in God en tegelijkertijd een uitdrukking van liefde voor de naaste is. Sommigen denken op grond van spiritualistische vooroordelen dat het gebed een loutere contemplatie van God zou moeten zijn, zonder afleiding, alsof de namen en gezichten van de broeders en zusters een verstoring zouden zijn die vermeden moet worden. Integendeel, de werkelijkheid is dat het gebed God welgevalliger en meer heiligmakend zal zijn, als wij daarin met de voorspraak het dubbele gebod proberen te beleven dat Jezus ons heeft nagelaten. De voorspraak brengt het broederlijk engagement met de ander tot uitdrukking, wanneer wij in staat zijn het leven van de ander, hun meest verontrustende angsten en hun mooiste dromen daarbij in te sluiten. Over degene die zich edelmoedig eraan wijdt een voorspreker te zijn, kan met de woorden uit de Bijbel worden gezegd: ”Dit is iemand die zijn broeders liefheeft en veel bidt voor zijn volk” (2 Makk. 15, 14).

Als wij werkelijk erkennen dat God bestaat, kunnen wij niet anders dan Hem aanbidden, soms in een stilte vol van verwondering, of in feestelijke lofprijzing tot Hem zingen. Zo ervaren wij wat de heilige Charles de Foucauld beleefde, toen hij zei:

“Zodra ik geloofde dat er een God is, begreep ik dat ik niet anders kon doen dan alleen voor Hem te leven”. Z. Charles de Foucauld, Opere spirituali. Antologia. Brief aan Henri de Castries, 14 augustus 1901: Rome 19835, 623

Ook in het leven van het pelgrimerende volk zijn er veel eenvoudige gebaren van pure aanbidding, zoals bijvoorbeeld wanneer

“de blik van de pelgrim valt op een beeltenis die de tederheid en de nabijheid van God symboliseert. De liefde houdt halt, aanschouwt het mysterie, geniet het in stilte”. Latijns-Amerika (CELAM), Aparecida, 13-31 mei 2007, Slotdocument Vijfde Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat en de Caraïbische Eilanden (29 juni 2007). 259

Het biddend lezen van het Woord van God, dat zoeter dan honing Vgl. Ps. 119, 103 en “een tweesnijdend zwaard” (Heb. 4, 12) is, maakt het ons mogelijk naar de Meester te blijven luisteren, opdat Hij een lamp voor onze voeten, een licht op onze weg blijft. Vgl. Ps. 119, 105 Zoals de bisschoppen van India ons goed in herinnering hebben gebracht,

“is de devotie voor het Woord van God niet alleen een van de zovele devoties, een mooi, maar facultatief iets. Zij behoort tot de kern en de identiteit zelf van het christelijk leven. Het Woord heeft in zich de kracht om te veranderen”. India, Slotverklaring van de 21ste plenaire vergadering. 3.2

De ontmoeting met Jezus in de Schrift brengt ons tot de Eucharistie, waar het Woord zelf zijn grootste doeltreffendheid bereikt, omdat het de werkelijke tegenwoordigheid is van Hem die het levende Woord is. Daar krijgt de enige Absolute de grootste verering die men Hem in deze wereld kan geven, omdat het Christus zelf is die zich aanbiedt. En wanneer wij Hem ontvangen in de Communie, vernieuwen wij ons verbond met Hem en maken wij het Hem mogelijk zijn werk van verandering steeds meer te verwezenlijken.

Document

Naam: GAUDETE ET EXSULTATE
Verheugt u en jubelt - Over de roeping tot heiligheid in deze wereld
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 19 maart 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Werkvert. vanuit het Italiaans: drs. Kretzers
Bewerkt: 13 augustus 2018

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam