• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
   Dit is een werkvertaling

Hoe kan men weten of iets komt van de Heilige Geest of voortkomt uit de geest van de wereld of de geest van de duivel? De enige manier is de onderscheiding, die niet alleen om een goed vermogen om te redeneren en een gezond verstand vraagt, maar ook een gave is waarom men moet vragen. Als wij de Heilige Geest hierom met vertrouwen vragen en ons tegelijkertijd inspannen dit door gebed, reflectie, lectuur en goede raad te onderhouden, zullen wij zeker groeien in dit geestelijk vermogen.

Heden ten dage is de houding van onderscheiding bijzonder noodzakelijk geworden. Het huidige leven biedt immers geweldige mogelijkheden van actie en verstrooiing en de wereld presenteert die als waren ze alle waardevol en goed. Allen, maar in het bijzonder de jongeren, worden blootgesteld aan een voortdurend zappen. Het is mogelijk op twee of drie schermen tegelijk te navigeren en tegelijkertijd op verschillende virtuele niveaus interactie te hebben. Zonder de wijsheid van de onderscheiding kunnen wij gemakkelijk veranderen in marionetten, ten prooi aan de tendensen van het ogenblik.

Dit blijkt in het bijzonder belangrijk, wanneer iets nieuws in het eigen leven verschijnt en men dus moet onderscheiden of het nieuwe wijn is die van God komt, of iets bedrieglijk nieuws van de geest van de wereld of van de geest van de duivel. Bij andere gelegenheden gebeurt het tegenovergestelde, omdat de krachten van het kwaad ons ertoe brengen niet te veranderen, de dingen te laten zoals ze zijn, voor starheid en rigiditeit te kiezen, en dan verhinderen wij dat de adem van de Geest werkzaam is. Wij zijn vrij met de vrijheid van Jezus, maar Hij roept ons op om wat er in ons is, te onderzoeken - verlangens, angsten, vrees, verwachtingen - en wat buiten ons gebeurt - de “tekenen van de tijd” - om de wegen van de volle vrijheid te herkennen: “Keurt alles, behoudt het goede.” (1 Tess. 5, 21)

De onderscheiding is niet alleen op bijzondere momenten noodzakelijk, of wanneer er ernstige problemen moeten worden opgelost, of wanneer er een cruciale beslissing moet worden genomen. Het is een strijdmiddel om de Heer beter te volgen. Zij is altijd nuttig voor ons: om in staat te zijn Gods tijd en zijn genade te herkennen, om de ingevingen van de Heer niet te verspillen, om zijn uitnodiging om te groeien niet te laten voorbijgaan. Vaak speelt dat in kleine dingen, in wat irrelevant lijkt, omdat grootmoedigheid zich in eenvoudige en dagelijkse dingen uit. Op de grafsteen van de heilige Ignatius van Loyola kan men een geestige inscriptie vinden: “Non coerci a maximo, contineri tamen a minimo divinum est” - “Niet door het grootste beperkt worden, maar toch door het kleinste begrensd worden, dat is goddelijk”. Het gaat er niet om grenzen te stellen aan het grootse, het beste en het mooiste, maar tegelijkertijd ons te concentreren op het kleine, de inzet van vandaag. Daarom vraag ik alle Christenen niet na te laten iedere dag in dialoog met de Heer, die ons liefheeft, een eerlijk gewetensonderzoek te doen. Tegelijkertijd brengt de onderscheiding ons ertoe de concrete middelen te herkennen die de Heer in zijn mysterieuze liefdesplan vooraf beschikt, opdat wij niet blijven steken in alleen goede bedoelingen.

Weliswaar sluit de geestelijke onderscheiding de bijdragen van de menselijke, existentiële, psychologische, sociologische en morele wetenschappen niet uit, maar gaat ze te boven. En evenmin zijn hiervoor de wijze normen van de Kerk voldoende. Laten wij er altijd aan denken dat de onderscheiding een genade is. Ook al sluit ze de rede en de voorzichtigheid in, zij gaat ze te boven, omdat het erom gaat een glimp op te vangen van het mysterie van het unieke en eenmalige plan dat God met ieder heeft en dat wordt verwezenlijkt te midden van de meest verschillende contexten en grenzen. Er staat niet alleen een tijdelijk welzijn op het spel, noch de bevrediging iets nuttigs te doen en ook niet het verlangen een gerust geweten te hebben. Op het spel staat de zin van mijn leven ten overstaan van de Vader, die mij kent en mij liefheeft, de ware Vader, voor Wie ik mijn bestaan kan geven, en dat niemand beter dan Hij kent. De onderscheiding leidt uiteindelijk naar de bron zelf van het leven, dat niet sterft, dat wil zeggen “dat zij u kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus” (Joh. 17, 3). Zij vraagt niet om bijzondere vermogens, noch is zij weggelegd voor de meest intelligente en ontwikkelde mensen, en de Vader openbaart zich met genoegen aan de nederigen. Vgl. Mt. 11, 25

Ook als de Heer op zeer verschillende wijzen tot ons spreekt gedurende ons werk, door middel van anderen en op ieder ogenblik, het is niet mogelijk af te zien van de stilte van het uitgebreid gebed om beter die taal gewaar te worden, om de werkelijke betekenis te interpreteren van de ingevingen die wij denken te hebben ontvangen, om angsten tot rust te brengen en het geheel van het eigen bestaan in het licht van God opnieuw samen te stellen. Zo kunnen wij de geboorte van de nieuwe synthese mogelijk maken die ontstaat uit het door de Geest verlichte leven.

Het zou echter kunnen gebeuren dat wij in het gebed zelf het vermijden de confrontatie aan te gaan met de vrijheid van de Geest, die werkzaam is, zoals Hij wil. Men dient eraan te denken dat de biddende onderscheiding vereist dat men uitgaat van een bereidheid tot luisteren: naar de Heer, naar de anderen, naar de werkelijkheid zelf die ons steeds op een nieuwe wijze bevraagt. Alleen wie bereid is te luisteren, heeft de vrijheid om af te zien van zijn eigen gedeeltelijke en ontoereikende standpunt, de eigen gewoonten, de eigen schema’s. Zo is hij werkelijk bereid een oproep te aanvaarden die zijn zekerheden doorbreekt, en hem tot een beter leven brengt, omdat het niet voldoende is dat alles goed gaat, dat alles rustig is. Het kan zijn dat God ons iets meer aanbiedt en wij in onze luie verstrooidheid het niet herkennen.

Deze houding van luisteren houdt natuurlijk gehoorzaamheid in aan het Evangelie als laatste criterium, maar ook aan het leergezag dat het bewaakt, door te trachten in de schat van de Kerk te vinden wat het vruchtbaarst kan zijn voor het heden van het heil. Het gaat er niet om recepten toe te passen of het verleden te herhalen, daar dezelfde oplossingen niet in alle omstandigheden geldig zijn en hetgeen in een context nuttig was, het in een andere niet kan zijn. De onderscheiding van de geesten bevrijdt ons van rigiditeit, die geen ruimte heeft ten overstaan van het eeuwige heden van de Verrezene. Alleen de Geest weet in de duisterste diepten van de werkelijkheid door te dringen en rekening te houden met alle nuances ervan, opdat de nieuwheid van het Evangelie met een ander licht naar boven kan komen.

Een wezenlijke voorwaarde voor de vooruitgang in de onderscheiding is zich te oefenen in het geduld van God en zijn tijden die nooit de onze zijn. Hij laat geen “vuur van de hemel neerdalen over de ongelovigen” Vgl. Lc. 9, 54 ), noch staat hij het ijveraars toe “onkruid te verzamelen” dat samen met het graan opgroeit. Vgl. Mt. 13,29  Bovendien is er edelmoedigheid vereist, omdat “het zaliger te geven is dan te ontvangen” (Hand. 20, 35). Men  beoefent geen onderscheiding om te ontdekken wat wij nog uit dit leven kunnen halen, maar om te herkennen hoe wij de zending beter kunnen vervullen die ons in het Doopsel is toevertrouwd, en dat houdt in bereid te zijn tot opoffering waarbij men zelfs alles geeft. Geluk is immers iets schijnbaar een paradox en schenkt ons de beste ervaringen, wanneer wij de mysterieuze logica aanvaarden die niet van deze wereld is. Zoals de heilige Bonaventura zei met verwijzing naar het kruis:

“Dit is onze logica”. H. Bonaventura, Collationes in Hexaëmeron. 1, 30

Als iemand deze dynamiek aanvaardt, dan laat hij zijn eigen geweten niet in slaap sussen en stelt zich edelmoedig open voor de onderscheiding.

Wanneer wij ten overstaan van God de wegen van het leven onderzoeken, zijn er geen ruimten die uitgesloten blijven. In alle aspecten van het bestaan kunnen wij blijven groeien en God iets meer aanbieden, zelfs daar waar wij de grootste moeilijkheden ervaren. Maar het is nodig dat wij de Heilige Geest vragen om ons te bevrijden en de angst te verdrijven die ons ertoe brengt Hem de toegang tot sommige aspecten van ons leven te verbieden. Degene die alles vraagt, geeft ook alles en wil in ons binnentreden niet om te verminken of te verzwakken, maar om volheid te geven. Dat laat ons zien dat de onderscheiding niet een aanmatigende zelfanalyse is, een egoïstische navelstaren, maar een waar treden buiten onszelf naar het mysterie van God toe, die ons helpt de zending te beleven waartoe Hij ons tot welzijn van onze broeders en zusters heeft geroepen.

Document

Naam: GAUDETE ET EXSULTATE
Verheugt u en jubelt - Over de roeping tot heiligheid in deze wereld
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 19 maart 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Werkvert. vanuit het Italiaans: drs. Kretzers
Bewerkt: 13 augustus 2018

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam