• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE MORELE NORM EN DE WAARHEID VAN DE ‘TAAL VAN HET LICHAAM’ - II
119e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam

In de encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
 lezen we: “Evenwel, wanneer de Kerk de mensen aanspoort de voorschriften van de natuurwet in acht te nemen, die zij door haar onafgebroken onderricht uitlegt, dan leert zij, dat welke huwelijksdaad ook open moet blijven voor de overdracht van het menselijk leven” Z. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae vitae (25 juli 1968), 11

Tegelijk beschouwt en beklemtoont dezelfde tekst zelfs de subjectieve en psychologische dimensie, wanneer hij spreekt van de ‘betekenis’, of beter de “beide betekenissen van de huwelijksdaad”.

De ‘betekenis’ ontstaat in het bewustzijn met de herlezing van de (ontologische) waarheid van het object. Door deze herlezing treedt de (ontologische) waarheid in werking, als het ware in de cognitieve dimensie, dat wil zeggen in de subjectieve en psychologische dimensie.

Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
lijkt met name onze aandacht op dit laatste aspect te vestigen. Dit wordt onder andere onrechtstreeks ook bevestigd door de volgende zin: “Wij zijn van mening, dat de mens van onze tijd meer dan ooit in staat is om in te zien, hoezeer deze leer overeenstemt met de menselijke rede In de Latijnse tekst van Humanae Vitae staat eigenlijk “.... quam haec doctrina sit humanae rationi consentanea”. Z. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae vitae (25 juli 1968), 12

Dit ‘redelijk karakter’ heeft niet alleen betrekking op de waarheid in haar ontologische dimensie, namelijk dat wat overeenkomt met de fundamentele structuur van de huwelijksdaad. Het betreft ook diezelfde waarheid in de subjectieve en psychologische dimensie, te weten het juiste begrip van de intieme structuur van de huwelijksdaad, dat wil zeggen de adequate herlezing van de betekenissen die overeenkomen met deze structuur en hun onverbrekelijke band, met het oog op een moreel juist gedrag. Hierin ligt precies de morele norm en de overeenkomstige verordening van de menselijke handelingen op het vlak van de seksualiteit. In die zin kunnen we zeggen dat de morele norm wordt geïdentificeerd met de herlezing in waarheid van de ‘taal van het lichaam’.

b. De juistheid van de norm en haar ‘uitvoerbaarheid’

De encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
 bevat dus de morele norm en haar motivering, of ten minste een uitdieping van wat de motivering vormt voor de norm. Bovendien, aangezien de morele waarde op een bindende wijze in de norm wordt uitgedrukt, volgt hieruit dat handelingen in overeenstemming met de norm moreel juist zijn, terwijl handelingen in strijd hiermee intrinsiek ongeoorloofd zijn. De auteur van de encycliek benadrukt dat zulke norm behoort tot de ‘natuurwet’, dat wil zeggen dat ze volgens de rede als zodanig overeenkomt. De Kerk onderwijst deze norm, hoewel ze niet formeel (dat wil zeggen, letterlijk) in de Heilige Schrift uitgedrukt is; en ze doet dit in de overtuiging dat de interpretatie van de voorschriften van de natuurwet tot de bevoegdheid van het leergezag behoort.

We kunnen echter nog meer zeggen. Zelfs als de morele norm, zoals ze geformuleerd is in Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
, zich niet letterlijk in de Heilige Schrift bevindt, toch volgt dat deze norm, gezien het feit dat ze vervat is in de Traditie en – zoals Paus Paulus VI schrijft – ze aan de gelovigen “door het kerkelijk leergezag herhaaldelijk is uiteengezet” Z. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae vitae (25 juli 1968), 12, in overeenstemming is met de gehele geopenbaarde leer, zoals ze vervat is in Bijbelse bronnen. Vgl. Z. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae vitae (25 juli 1968), 4

Het gaat hier niet alleen om het geheel van de morele leer, die opgenomen is in de Heilige Schrift, om haar essentiële premissen en het algemene karakter van de inhoud ervan, maar het is ook een vraag van dat meer volledige geheel, waaraan wij eerder veel analyses hebben gewijd wanneer we spraken over de theologie van het lichaam.

Juist tegen de achtergrond van dit ruimere geheel wordt het duidelijk dat de hierboven genoemde morele norm niet alleen tot de morele natuurwet behoort, maar ook tot de door God geopenbaarde morele orde: vanuit dat oogpunt kan ze niet anders zijn, maar uitsluitend zoals ze is doorgegeven door de Traditie en het leergezag en in onze dagen, door de encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
als een hedendaags document van dit leergezag.

Paulus VI schrijft: “Wij zijn van mening, dat de mens van onze tijd meer dan ooit in staat is om in te zien, hoezeer deze leer overeenstemt met de menselijke rede”. Z. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae vitae (25 juli 1968), 12 We kunnen eraan toevoegen dat hij ook in staat is zijn diepgaande overeenstemming te zien met al wat door de Traditie wordt doorgegeven en wat voortvloeit uit de Bijbelse bronnen. De grondslagen van deze overeenstemming moeten met name worden gezocht in de Bijbelse antropologie. Bovendien kennen we het belang dat de antropologie heeft voor de ethiek, dat wil zeggen voor de morele leer. Het lijkt volkomen redelijk om net in de ‘theologie van het lichaam’ het fundament van de waarheid van de normen te zoeken, die betrekking hebben op het basisprobleem van de mens als ‘lichaam’: “dat zij volkomen één (vlees) worden” (Gen. 2, 24).

De norm van de encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
 heeft betrekking op alle mensen, voor zover ze een norm is van de natuurwet en is gebaseerd op de overeenstemming met de menselijke rede (wanneer uiteraard, deze op zoek is naar de waarheid). Des te meer heeft ze betrekking op alle gelovigen en leden van de Kerk, omdat het redelijk karakter van deze norm onrechtstreeks bevestiging en stevige ondersteuning vindt in de hele ‘theologie van het lichaam’. Vanuit dit oogpunt hebben wij in eerdere analyses gesproken over de ‘ethos’ van de verlossing van het lichaam.

De norm van de natuurwet, gebaseerd op deze ethos, vindt niet alleen een nieuwe uitdrukking, maar ook een vollediger antropologische en ethische grondslag in de woorden van het Evangelie en in de zuiverende en bevestigende actie van de Heilige Geest.

Dit zijn allemaal redenen waarom iedere gelovige en in het bijzonder iedere theoloog de morele leer van de encycliek in zijn volledige context steeds meer moet herlezen en dieper begrijpen.

De overwegingen die we hier reeds enige tijd geven, vormen juist een poging tot zo’n herlezing.

Document

Naam: DE MORELE NORM EN DE WAARHEID VAN DE ‘TAAL VAN HET LICHAAM’ - II
119e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 juli 1984
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Uitg. Betsaida, Den Bosch
© 2016, Vertaling: Uitg. Betsaida
Bewerkt: 3 februari 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam