• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AD NOSTRUM QUI
3e Zitting - Dwalingen van de Begarden en Begijnen over de staat van volmaaktheid

Dat een mens in het huidige leven een zo grote en dergelijke graad van perfectie kan bereiken, en dat hij geheel en al zondeloos kan worden en niet meer in de genade vorderingen kan maken; want, zo zeggen ze, als iemand altijd vorderingen zou kunnen maken, kan er iemand volmaakter dan Christus gevonden worden.

Dat het niet hoort dat een mens vast of bidt, nadat hij een graad van een dergelijke perfectie bereikt heeft, omdat dan de zinnelijkheid dusdanig volmaakt is onderworpen aan de geest en de rede, dat een mens aan het lichaam vrijelijk kan toestaan al wat hem bevalt.

Dat zij, die in bovengenoemde staat van perfectie en in geest van vrijheid zijn, niet onderworpen zijn aan de menselijke gehoorzaamheid en niet gebonden aan enig voorschrift van de Kerk, omdat, zoals zij beweren, “waar de geest van God is, daar is vrijheid.” (2 Kor. 3, 17)

Dat een mens in het heden zo de uiteindelijke zaligheid volgens iedere graad van perfectie kan bereiken, zoals hij haar zal bereiken in het zalige leven.

Dan welke verstandelijke natuur dan ook in zichzelf van nature zalig is, en dat de ziel niet het licht van de heerlijkheid nodig heeft, dat haar verheft om God te zien en van Hem zalig te genieten.

Dat het eigen is aan een onvolmaakte mens om zich in deugdzame handelingen te oefenen, en de volmaakte ziel houdt de deugden van zich af.

Dat de kus van een vrouw, omdat de natuur hiertoe niet neigt, een doodzonde is; maar dat de vleselijke handeling, omdat de natuur daartoe wel neigt, geen zonde is, vooral wanneer de uitvoerder verleid wordt.

Dat die bij de opheffing van het Lichaam van Christus  niet mogen opstaan en hem verering mogen brengen; want ze beweren, dat het voor hen een teken van onvolmaaktheid is, als zij van de reinheid en de hoogte van hun contemplatie zover afdaalden dat zij dan iets zouden denken met betrekking tot het dienstambt of het Sacrament van de Eucharistie of het lijden van Christus.

Oordeel:

Wij veroordelen de sekte zelf tezamen met de voornoemde dwalingen en wijzen die geheel en al af met instemming van het heilige Concilie, terwijl we ten strengste verbieden dat iemand die in het vervolg vasthoudt, goedkeurt of verdedigt.

Document

Naam: AD NOSTRUM QUI
3e Zitting - Dwalingen van de Begarden en Begijnen over de staat van volmaaktheid
Soort: Concilie van Vienne - Constitutie
Datum: 6 mei 1312
Copyrights: © 2018, Stg. InterKerk
Vert. uit het Latijn: George Dölle pr., Lucas Verlinden, Bram Witvliet
Bewerkt: 21 november 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam