• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is natuurlijk, dat men met het toenemen der jaren vertrouwd wordt met het denken aan de levensavond. Dat is niets anders, aldus herinneren ons de feiten, dan dat de rijen van onze verwanten, vrienden en bekenden uitgedund worden. Wij worden ons dat bij verschillende gelegenheden bewust, bijvoorbeeld bij familie-ontmoetingen en bij ontmoetingen van klasgenoten, bij samenkomsten met vrienden uit onze jonge jaren, met onze studiegenoten en met onze kameraden uit de diensttijd, met onze mede-seminaristen. De grens tussen leven en dood loopt dwars door onze gemeenschappen en komt voor ieder van ons onverbiddelijk naderbij. Wanneer het leven een pelgrimage is naar het hemelse thuisland, dan is de ouderdom de tijd vanwaar men vanzelf op de drempel van de eeuwigheid uitziet.

Desondanks hebben wij ouderen moeite ermee, om ons te wennen aan het uitzicht op deze overgang. Hij presenteert namelijk, in het door zonde gekenmerkte menselijke zijn, een donkere dimensie, die ons noodgedwongen treurig en angstig maakt. Hoe kon het dan ook anders zijn? De mens is geschapen om te leven, terwijl de dood - zoals ons de H. Schrift reeds op de eerste bladzijde duidelijk maakt Vgl. Gen. 2-3 - niet opgenomen was in het oorspronkelijke plan van God, maar een gevolg van de zonde is, de vrucht uit de "afgunst van de duivel" (Wijsh. 2, 24). Men begrijpt dus, waarom de mensen zich tegen deze duistere werkelijkheid verweren en verzetten. In deze samenhang is van betekenis, dat Jezus, "op allerlei manieren op de proef gesteld, afgezien dan van de zonde" (Hebr. 4, 15), zelf angst had voor de dood: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbij gaan" (Mt. 26, 39). En hoe kan men de tranen vergeten, die Hij aan het graf van zijn vriend Lazarus vergoot, ofschoon Hij zich gereed maakte hem in het leven terug te halen? Vgl. Joh. 11, 35 . Hoezeer ook de dood in biologische opzicht rationeel begrijpelijk is, zo blijft het toch onmogelijk hem met 'natuurlijkheid' te beleven. De dood staat in tegenspraak met het diepste instinct van de mens.

Het Tweede Vaticaans Concilie zei daarover: "In het licht van de dood krijgt het raadsel van het menselijk bestaan zijn grootste dimensie. Niet alleen wordt de mens gefolterd door pijn en door de voortgaande afbraak van zijn lichaam, maar ook, ja zelfs nog meer, door de angst voor een eeuwige vernietiging" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 18. De smart zou zonder meer ontroostbaar blijven, wanneer de dood het einde van alles zou zijn. De dood dwingt de mens ertoe, zich de radicale vragen naar de eigenlijke zin van het leven te stellen: Wat is er aan de andere kant van de muur, die de schaduw van de dood heeft opgericht? Betekent de dood het definitieve einde van het leven of is er iets dat over de dood heen reikt?

Document

Naam: BRIEF AAN DE OUDERE MENSEN
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 oktober 1999
Copyrights: © Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam