• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De kennis van het Latijn en de andere oude talen

Alvorens de eigenlijke kerkelijke studies te beginnen, moeten de seminaristen dezelfde gymnasiale en wetenschappelijke opleiding hebben gehad, die in hun land voor de jonge mensen toegang tot de hogere studies. Zij moeten zich bovendien het Latijn zó eigen maken, dat zij de vele wetenschappelijke bronnen en kerkelijke documenten kunnen verstaan en benutten. Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Bij het 4e eeuwfeest van de oprichting van seminaries door het Concilie van Trente, Summi Dei Verbum (4 nov 1963), 41 De studie van de liturgische taal van de eigen ritus moet als noodzakelijk worden beschouwd, en een voldoende kennis van de talen der heilige Schrift en van de traditie moet ten zeerste worden bevorderd.

Een inleidingscursus

Bij de herziening van het program van de kerkelijke studies moet men vóór alles er op letten, dat de filosofische en theologische vakken beter worden opgezet en dat ze harmonisch samengaan om de geest van de studenten steeds meer open te stellen voor het Christusmysterie, dat heel de geschiedenis der mensheid beheerst, dat voortdurend inwerkt op de Kerk en dat vooral werkt door het ministerie van de priesters. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 7-8

Om de seminaristen vanaf het begin van hun opleiding met deze visie vertrouwd te maken, moeten de kerkelijke studies aanvangen met een inleidingscursus, die zo lang zal duren als gewenst is.

In deze inleidingscursus moet het heilsmysterie zó worden behandeld, dat de studenten inzicht krijgen in de betekenis, het plan en het pastorale doel van de kerkelijke studies, en dat zij tevens leren, het geloof te maken tot de grondslag en de bezieling van heel hun eigen leven, en zij bevestigd worden in een persoonlijke en blijde toewijding aan hun roeping.

Het onderricht van de filosofie

De filosofische vakken zullen zó gedoceerd worden, dat men de studenten allereerst brengt tot een degelijke en samenhangende kennis van de mens, van de wereld en van God, daarbij steunend op het filosofisch erfgoed van blijvende waarde Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over sommige valse meningen die de grondslagen van de Katholieke leer dreigen te ondermijnen, Humani Generis (12 aug 1950), 29-34, en tegelijk rekening houdend met de moderne filosofische onderzoekingen, vooral met die, welk in hun eigen land grote opgang maken, en met de vooruitgang van de moderne wetenschap, zodat de studenten een juiste kijk krijgen op de mentaliteit van de moderne wereld en zo behoorlijk worden voorbereid op de dialoog met de mensen van hun tijd. Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 60. vv

De geschiedenis van de filosofie moet zó worden gegeven, dat de studenten de fundamentele beginselen leren van de verschillende systemen, het ware daarin behouden, de diepste wortels van de dwalingen kunnen ontdekken en deze kunnen weerleggen.

De methode zelf van het onderwijs moet bij de seminaristen liefde opwekken voor een ernstig zoeken van de waarheid, voor het beschouwen en het bewijzen ervan, en tegelijkertijd moeten zij daardoor eerlijk de beperktheid van de menselijke kennis leren zien. Men bestede bijzonder aandacht aan de betrekkingen van de filosofie met de echte levensproblemen en met de vragen, die de geest van de studenten sterk bezig houden. Men helpe hen ook, het verband te zien tussen de filosofische kwesties en de heilsmysteries, die in de theologie beschouwd worden in het hoger licht van het geloof.

Het onderricht in de verschillende theologische vakken

De theologische vakken moeten in het licht van het geloof en onder de leiding van het kerkelijk leerambt Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over sommige valse meningen die de grondslagen van de Katholieke leer dreigen te ondermijnen, Humani Generis (12 aug 1950), 18-21 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Over de drievoudige taak van de Bisschop, Si diligis (31 mei 1954), 6-7. (Eccl. Doc. 0188, blz. 123-125, nn. 6-7) Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, In de Gregoriana, Incensissimo desiderio (12 mrt 1964), 5-7. (Eccl. Doc. 0718, blz. 24-27, nn. 5-7) Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25 zó worden gedoceerd, dat de seminaristen de katholieke leer nauwkeurig leren kennen uit de goddelijke openbaring, er diep in doordringen, er hun eigen geestelijk leven mee voeden Vgl. H. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. Prol., n. 4: “Laat niemand menen, dat hij kan volstaan met lezen zonder het hart, met beschouwen zonder godsvrucht, met vorsen zonder bewondering, met nauwgezetheid zonder vreugde, met toeleg zonder vroomheid, met kennis zonder liefde, met inzicht zonder nederigheid, met studie zonder Gods genade, met bespiegeling zonder door God geschonken wijsheid” (S. Bonaventura, Opera Omnia V, Quaracchi 1891, p. 296). en ze kunnen verkondigen, uiteenzetten en verdedigen in hun priesterlijk ministerie.

Met speciale zorg dienen de seminaristen gevormd te worden in de studie van de heilige Schrift, die als het ware de ziel moet zijn van heel de theologie. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de studie van de Heilige Schrift, Providentissimus Deus (18 nov 1893), 46 Na een behoorlijke introductie moeten zij zorgvuldig worden ingewijd in de methode van de exegese; zij moeten de grote thema’s van de goddelijke Openbaring leren zien en uit de dagelijkse lezing en overweging van de heilige boeken een stimulans en een voedsel putten. Vgl. Pauselijke Bijbelcommissie, Over het onderwijs in de H. Schrift op de Seminaries, De Scriptura sacra recte docenda (13 mei 1950). A.A.S. 42 (1950) 502.

Bij het onderricht in de dogmatische theologie gaat men aldus te werk: Eerst geve men de Bijbelse thema’s; dan de inbreng van de Kerkvaders van het Oosten en het Westen voor de getrouwe overlevering en verklaring van elk der geopenbaarde waarheden; vervolgens late men de studenten de verdere geschiedenis van het dogma zien, waarbij men ook haar verband met de algemene kerkgeschiedenis moet laten uitkomen. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over sommige valse meningen die de grondslagen van de Katholieke leer dreigen te ondermijnen, Humani Generis (12 aug 1950), 21. “...de gewijde wetenschappen blijven altijd jong door de studie van deze heilige bron. Daarentegen wordt de speculatieve beschouwing, die een diepere studie van de geloofsschat verwaarloost, onvruchtbaar, zoals uit de ondervinding blijkt” Verder moeten de seminaristen, teneinde zo volledig mogelijk de heilsmysteries te kunnen verduidelijken, daarin dieper leren doordringen en hun onderling verband leren begrijpen door middel van de speculatieve theologie en wel onder leiding van Sint-Thomas. Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de Romeinse seminaristen, Sollemnis conventus (24 juni 1939), 8. A.A.S. 31 (1939) 247: “Door het aanbevelen van de leer van Sint-Thomas wordt de wedijver bij het zoeken en verbreiden van de waarheid... niet weggenomen, maar veeleer aangemoedigd en in veilige banen geleid” (Eccl. Doc. 0120, blz. 60, n. 8) Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, In de Gregoriana, Incensissimo desiderio (12 mrt 1964), 7. “(de professoren) ...moeten met alle eerbied te rade gaan bij de leraars van de Kerk, onder wie de heilige Thomas van Aquino een zeer voorname plaats inneemt; want S. Thomas is een man met zoveel genialiteit, met zulk een oprechte liefde voor de waarheid, en met zulk een wijsheid bij het bestuderen, verklaren en tot synthese brengen van de hoogste waarheden, dat zijn theologie een doeltreffend hulpmiddel is niet alleen voor het veilig stellen van de grondslagen van het geloof, maar ook om te komen tot gelukkige en veilige resultaten van een gezonde ontwikkeling” (Eccl. Doc. 0718, blz. 27, n. 7) Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de deelnemers aan het 6e Internationaal Congres over de leer van Sint-Thomas van Aquino, georganiseerd door de Pauselijke Academie van Sint-Thomas van Aquino (10 sept 1965) Men moet hun duidelijk maken, hoe al deze mysteries altijd aanwezig en altijd werkzaam zijn in de liturgische handelingen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7.16 en in heel het leven van de Kerk. Tenslotte zullen zij leren, de oplossing van de menselijke problemen te zoeken in het licht van de Openbaring, de eeuwige waarheden toe te passen op de steeds veranderende situatie van de mensheid en ze door te geven in een vorm, die aangepast is aan de moderne mens. Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 70-71 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965)

De andere theologische vakken moeten eveneens vernieuwd worden vanuit een levendiger contact met het Christusmysterie en met de heilsgeschiedenis. Bijzondere zorg zal besteed worden aan een grotere perfectie van de moraaltheologie. De wetenschappelijke uiteenzetting van het moraal moet meer gevoed worden door de leer van de heilige Schrift en moet goed doen uitkomen de verheven roeping van de gelovigen in Christus en hun plicht om in liefde vrucht voort te brengen voor het leven van de wereld. Insgelijks zal men bij het onderricht in het kerkelijk recht en in de kerkgeschiedenis het mysterie van de Kerk voor ogen houden volgens de Dogmatische Constitutie over de Kerk 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
, die door dit heilig Concilie is afgekondigd. De heilige Liturgie, die beschouwd moet worden als de eerste en noodzakelijke bron van de echt christelijke geest, moet men doceren in de zin van artikel 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
en 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
van de Constitutie over de heilige Liturgie. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10.14-16 Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 11-12

Op verstandige wijze rekening houdend met de verschillende plaatselijke omstandigheden zal men de seminaristen een betere kennis bijbrengen omtrent de Kerken en kerkelijke gemeenschappen, die gescheiden zijn van de Apostolische Stoel van Rome, opdat zij kunnen bijdragen tot het herstel van de eenheid onder alle christenen, overeenkomstig de voorschriften van het huidige Concilie. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 1.9-10

Zij moeten ook worden ingeleid in de kennis van de andere godsdiensten, die in de verschillende streken het meest verbreid zijn, om beter te kunnen onderscheiden wat deze door Gods Voorzienigheid aan goeds en waars bezitten, om de dwalingen te kunnen weerleggen en het volle licht der waarheid te kunnen meedelen aan hen, die het niet bezitten.

Gerichtheid van de opleiding op de innerlijke vorming

Omdat echter de wetenschappelijke opleiding gericht moet zijn niet op een louter meedelen van begrippen, maar op een werkelijke innerlijke vorming van de seminaristen, moet de didactische methode worden herzien met betrekking tot de lessen, de discussies en de praktische oefeningen en met betrekking tot een groter studie-interesse van de seminaristen zowel privé als in kleinere groepen. Met ijver zorge men voor de eenheid en degelijkheid van heel de opleiding, waarbij men een te grote hoeveelheid van vakken en lessen moet vermijden en kwesties, die van weinig of geen belang zijn of die tot de universitaire studies behoren, achterwege moet laten.

Universitaire studies van geschikte kandidaten

Het is de taak van de bisschoppen, ervoor te zorgen, dat jonge mensen, die daarvoor geschikt zijn door karakter, deugd en begaafdheid, naar speciale instituten, faculteiten of universiteiten worden gezonden, om aldus voor de gewijde wetenschappen en, voor zover het wenselijk is, ook voor de andere, priesters te krijgen met een hogere wetenschappelijke vorming, die opgewassen zijn tegen de verschillende eisen van het apostolaat. Nooit echter mag men hun geestelijke en pastorale vorming verwaarlozen, vooral niet vóór het ontvangen van de priesterwijding.

Document

Naam: OPTATAM TOTIUS ECCLESIAE
Over de priesteropleiding
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0748, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam