• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wegen en middelen

Het bevorderen van de roepingen is een plicht van de gehele christengemeenschap Het gebrek aan roepingen is in de tegenwoordige tijd een van de voornaamste beproevingen, die de Kerk bijna overal doormaakt. Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Exhortatie, Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven, Menti Nostrae (23 sept 1950), 64 H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Tot het eerste internationale congres voor de kloosterroepingen te Rome, De roeping tot de ‘staat van volmaaktheid (16 dec 1961). “Het probleem van de priester- en kloosterroepingen is een voorwerp van dagelijkse zorg voor de paus; het is iets waarvoor hij vurig bidt en waarnaar heel zijn verlangen uitgaat”; L’Osservatore Romano van 17 december 1961: Eccl. Doc. 0744, blz. 68, n. 5)., en deze plicht moet zij op de eerste plaats vervullen door een volwaardig christelijk leven. De kostbaarste inbreng leveren hier de gezinnen, die, bezield met een geest van geloof, hoop en liefde, als het ware het eerste seminarie zijn, en daarnaast de parochies, aan wier bloeiend leven de jonge mensen zelf deel hebben. De onderwijzers en allen, die zich op enigerlei wijze met de opvoeding van de kinderen en van de jeugd bezig houden, en heel bijzonder de katholieke verenigingen moeten de hun toevertrouwde jonge mensen zó trachten te vormen, dat dezen in staat zijn, de goddelijke roepstem te vernemen en bereidwillig te volgen. Alle priesters moeten hun apostolische ijver zoveel mogelijk tonen door het begunstigen van roepingen; zij moeten door hun eigen nederig, arbeidzaam en blijmoedig leven alsmede door hun onderlinge liefde als priesters en door hun broederlijke samenwerking het priesterschap voor de jongens aantrekkelijk maken.

Het is een taak van de bisschoppen, hun gelovigen aan te sporen tot het bevorderen van roepingen en alle krachten en initiatieven tot dit doel te bundelen. Zij moeten als een vader degenen helpen, in wie zij Gods roeping menen te zien en zich voor hen alle offers getroosten.

Deze actieve samenwerking van het gehele volk Gods voor de roepingen beantwoordt aan het werk van de Goddelijke Voorzienigheid, die aan de mensen door God uitgekozen om te delen in het hiërarchisch priesterschap van Christus, de nodige geschiktheid schenkt en hen met haar genade helpt, terwijl zij de wettige bedienaren van de Kerk de opdracht geeft, de geschiktheid van de kandidaten te onderzoeken en degenen, die met de juiste bedoeling en in volledige vrijheid zich voor dit zo verheven ambt aanbieden en waardig bevonden worden, te roepen en hen door het zegel van de Heilige Geest te wijden voor de eredienst van God en de dienst van de Kerk. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Over het religieuze leven, Sedes Sapientiae (31 mei 1956), 12-17. A.A.S 48 (1956) 357 (Eccl. Doc. 0788, blz 21-23, nn. 12-17 H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Bij het 4e eeuwfeest van de oprichting van seminaries door het Concilie van Trente, Summi Dei Verbum (4 nov 1963), 15-23. A.A.S. 55 (1963) 984-985 (Eccl. Doc. 0712, blz. 20-27, nn. 15-23).

Het heilig Concilie beveelt allereerst de traditionele middelen aan, waardoor allen kunnen meewerken aan dit doel, zoals een vurig gebed, christelijke boetegeest en ook een steeds grondiger voorlichting van de gelovigen door prediking, catechese en door de verschillende communicatiemiddelen, om hun zo een beter besef bij te brengen van de noodzakelijkheid, het wezen en de grootheid van de priesterroeping. Het Concilie beveelt bovendien, dat het Werk van de roepingen, hetwelk overeenkomstig de betreffende pauselijke documenten reeds op diocesaan, regionaal of nationaal niveau is ingericht of ingericht zal worden, methodisch en organisch het geheel van de pastorale activiteit voor de roepingen zal organiseren met gebruikmaking van alle geschikte middelen van de moderne psychologie en sociologie, en dat men die activiteit zowel met voorzichtigheid als met ijver zal trachten uit te breiden. Vgl. Paus Pius XII, Motu Proprio, Over de oprichting van het Pauselijk Werk van de priesterroepingen bij de heilige Congregatie van seminaries en universiteiten, Cum Nobis (4 nov 1941). A.A.S. 33 (1941) 479, en de daarbij behorende statuten en normen, door die Congregatie op 8 september 1943 gepromulgeerd Vgl. Paus Pius XII, Motu Proprio, Over het Pauselijk Werk van de religieuze roepingen, Cum supernae (11 feb 1955). A.A.S. 47 (1955) 266, met de daarbij behorende statuten en normen, door de Congregatie van de Religieuzen gepromulgeerd: A.A.S. 47 (1955) 298-301 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven, Perfectae Caritatis (28 okt 1965), 24 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 15

Het werk voor de roepingen moet zich grootmoedig uitstrekken tot over de grenzen van de afzonderlijke bisdommen, volken, religieuze gemeenschappen en ritussen, en het moet, rekening houdend met de noden van de universele Kerk, hulp verlenen vooral aan die gebieden, waar de arbeiders in de wijngaard des Heren het dringendst nodig zijn.

Inwendig leven en solide deugd

De geestelijke vorming van de seminaristen moet gelijke tred houden met de wetenschappelijke en pastorale vorming, en ze moet, vooral met de hulp van de geestelijke leider Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Exhortatie, Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven, Menti Nostrae (23 sept 1950), 81-84 Vgl. Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), La formazione spirituale del candidato al sacerdozio (1 jan 1965), zo gegeven worden, dat zij leren leven in een vertrouwelijke en voortdurende omgang met God de Vader door zijn Zoon Jezus Christus in de Heilige Geest. Omdat zij door de heilige wijding gelijkvormig zullen worden aan Christus, de Hogepriester, moeten zij het zich eigen maken om ook als vrienden innig met Hem verbonden te blijven in heel hun leven. Vgl. H. Paus Pius X, Apostolische Exhortatie, Over de heiligheid van de priesters, Haerent animo - Ad Clerum (4 aug 1908), 16-17 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Exhortatie, Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven, Menti Nostrae (23 sept 1950), 8-9 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Bij gelegenheid van de 100e sterfdag van de H. Pastoor van Ars, Sacerdotii Nostri primordia (1 aug 1959), 26-27 Zij moeten zijn Paasmysterie zó beleven, dat zij het hun toevertrouwde volk daarin weten in te wijden. Men moet hen leren, Christus te zoeken in een getrouwe overweging van het woord Gods, in de actieve deelname aan de heilige mysteries van de Kerk, allereerst in de Eucharistie en het goddelijke Officie; Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 65-69.136-142 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Apostolische Exhortatie, Brevier bidden voor het welslagen van Vaticanum II, Sacrae Laudis (6 jan 1962), 12-16 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 16.17 Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 14-17 in de bisschop, die hun de zending geeft, en in de mensen, tot wie zij gezonden worden, vooral in de armen, de kleinen, de zieken, de zondaars en de ongelovigen. De allerheiligste Maagd Maria, die door Christus Jezus op het kruis aan zijn leerling als Moeder is gegeven, zullen zij liefhebben en vereren met kinderlijk vertrouwen.

Men moet de oefeningen van godsvrucht, die door een eerbiedwaardige traditie van de Kerk worden aanbevolen, ten zeerste aanmoedigen, maar de godsdienstige vorming mag niet alleen maar bestaan in het verrichten van die oefeningen of in een religieus gevoel. De seminaristen moeten veeleer leren, te leven volgens het Evangelie, zich te versterken in het geloof, de hoop en de liefde teneinde zich door de beoefening daarvan de geest van gebed eigen te maken, H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Bij gelegenheid van de 100e sterfdag van de H. Pastoor van Ars, Sacerdotii Nostri primordia (1 aug 1959), 25 kracht en bescherming voor hun roeping op te doen, en ook de andere deugden tot ontwikkeling te brengen en te groeien in de ijver om alle mensen voor Christus te winnen.

Verbondenheid met de Kerk, soberheid en gehoorzaamheid

De seminaristen moeten van het mysterie van de Kerk, dat vooral door dit Concilie is belicht, zó worden doordrongen, dat zij in nederige en kinderlijke liefde zich hechten aan de plaatsbekleder van Christus en later, als zij eenmaal priester zijn, als trouwe mede helpers van hun eigen bisschop achter hem staan, en eensgezindheid samenwerken met hun broeders. Door dit alles zullen zij getuigenis afleggen van de eenheid, die alle mensen voert tot Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28 Zij moeten met heel hun hart leren deelnemen aan het leven van de gehele Kerk overeenkomstig het woord van de heilige Augustinus: „In de mate, waarin men de Kerk van Christus liefheeft, bezit men de Heilige Geest.” H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 32, 8: P.L. 35, 1646 De seminaristen dienen duidelijk te begrijpen, dat zij niet bestemd zijn om te heersen of eer te genieten, maar dat zij zich geheel moeten wijden aan de dienst van God en aan het pastorale ministerie. Met bijzondere zorg moeten zij gevormd worden tot priesterlijke gehoorzaamheid, tot een sobere levenswijze en tot de geest van zelfverloochening, Paus Pius XII, Apostolische Exhortatie, Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven, Menti Nostrae (23 sept 1950), 13-16.72.86-88 H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Bij gelegenheid van de 100e sterfdag van de H. Pastoor van Ars, Sacerdotii Nostri primordia (1 aug 1959), 12-14.20-23 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de Kerk, Ecclesiam Suam (6 aug 1964), 55-57 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 zodat zij zich ook de gewoonte eigen maken om dingen, die in zich geoorloofd zijn, maar wellicht niet opportuun, bereidwillig na te laten en gelijkvormig te worden aan de gekruisigde Christus.

De seminaristen moeten terdege worden ingelicht omtrent de lasten, die zij op zich zullen nemen, zonder dat men ook maar iets van de moeilijkheden van het priesterleven voor hen verborgen houdt. Toch mogen zij in hun toekomstige werkkring niet als het ware uitsluitend het gevaarlijke gaan zien, maar zij moeten veeleer leren, uit hun pastorale activiteit zoveel mogelijk kracht te putten voor hun geestelijk leven.

Document

Naam: OPTATAM TOTIUS ECCLESIAE
Over de priesteropleiding
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 28 oktober 1965
Copyrights: © 1968, Ecclesia Docens 0748, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam