• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AAN DE VINCENTIAANSE FAMILIE BIJ GELEGENHEID VAN DE 400 VERJAARDAG VAN HUN CHARISMA

Ter gelegenheid van de vierhonderdste verjaardag van het charisma dat aan de oorsprong ligt van uw Familie, zou ik mij bij jullie willen vervoegen met woorden van erkenning en aanmoediging en de waarde en de actualiteit van Sint Vincentius a Paulo in het daglicht willen stellen.

Hij is altijd op weg geweest, open voor de zoektocht naar God en naar zichzelf. Bij deze constante zoektocht heeft zich de werking van de genade gevoegd: in zijn hoedanigheid van herder heeft hij een flitsende ontmoeting gehad met Jezus de Goede Herder, in de persoon van de armen. Dat bleek juist te zijn in het bijzonder wanneer hij zich heeft laten raken door de blik van een man die dorst had naar medelijden en de situatie van een familie aan wie alles ontbrak. Op dat ogenblik heeft hij de blik van Jezus opgemerkt die hem ingrijpend heeft veranderd door hem uit te nodigen om niet langer voor zichzelf te leven, maar om hem te dienen zonder voorbehoud in de armen, die Vincentius a Paulo later zou noemen: “onze heren en onze meesters”. (Correspondance, entretiens, documents, XI, 393 Dan heeft zijn leven zich omgevormd in een constante dienst, tot aan zijn laatste adem. Een Woord van de Schrift had de betekenis aan zijn zending gegeven: “De Heer heeft mij gezonden om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen”. Vgl. Lc. 4, 18

Ontvlamd door het verlangen om Jezus te doen kennen aan de armen heeft zich intens toegelegd op de verkondiging, vooral door de volksmissies, en heel in het bijzonder door aandacht te besteden aan de vorming van de priesters. Hij gebruikte op een natuurlijke wijze een “kleine methode”: spreken, vooreerst door zijn eigen leven, en vervolgens met een grote eenvoud, op een vertrouwelijke en directe wijze. De Geest heeft van hem een instrument gemaakt dat een groot elan van edelmoedigheid heeft opgewekt in de Kerk. Geïnspireerd door de eerste christenen die “één van hart en één van ziel” waren (Hand. 4, 32) heeft Sint Vincentius de “Charités” gesticht, om te zorgen voor de minstbedeelden, door in gemeenschap te leven en door hun eigen goederen ter beschikking te stellen, met vreugde, met de zekerheid dat Jezus en de armen de meest kostbare schatten zijn en dat, zoals hij het graag herhaalde, “wanneer ge naar de arme gaat, ontmoet ge Jezus”.

Dit “kleine mosterdzaadje”, gezaaid in 1617, heeft de Congregatie van de Missie en het Genootschap van de Dochters van Liefde doen ontkiemen en heeft zich vertakt in andere Instituten en Verenigingen en is een grote boom geworden Vgl. Mc. 4, 31-32 : uw Familie. Maar alles is begonnen met dit kleine mosterdzaadje: Sint Vincentius heeft nooit een hoofdrolspeler willen zijn of een leader, maar een “klein graantje”. Hij was ervan overtuigd dat het niet mogelijk was om het alleen te doen, maar samen, als Kerk en Volk Gods. Ik wil met betrekking hieromtrent zijn profetische intuïtie in herinnering brengen om buitengewone vrouwelijke kwaliteiten naar waarde te schatten die zich hebben getoond in de spirituele fijnheid en de menselijke gevoeligheid van de heilige Louise de Marillac.

“Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij voor gedaan” (Mt. 25, 40), zegt de Heer. In het hart van de Vincentiaanse familie is er de zoektocht naar de “meest armen en meest verwaarloosden”, met het diepe bewustzijn om “onwaardig te zijn hen onze kleine diensten te geven”. Correspondance, entretiens, documents, XI, 393 Ik wens dat dit jaar van dankbaarheid aan de Heer en van verdieping van het charisma de gelegenheid biedt om zich te laven aan de bron, om zich te verfrissen aan de fontein van de geest van de oorsprong. Vergeet niet dat de bronnen van genade aan dewelke u zich heeft gelaafd harten heeft doen opwellen die krachtig en stevig waren in de liefde, “buitengewone modellen van naastenliefde” Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 40 U zult dezelfde frisheid meebrengen, enkel door de blik te richten naar de rots waaruit alles is ontsprongen. Die rots is Jezus als arme, die vraagt om herkend te worden in diegene die arm is en zonder stem. Want hij is daar. En jullie, wanneer ge kwetsbare wezens ontmoet, gebroken door een moeilijk verleden, zijt geroepen op uw beurt rotsen te zijn: niet om hard en standvastig te schijnen, niet om uzelf ongevoelig te tonen voor het lijden, maar om zekere steunpunten te worden, stevig tegenover de wisselvalligheden van de tijd, weerstand biedend aan de tegenspoed, omdat ge “opziet naar de rots, waaruit gij zijt gehouwen, en de groeve waaruit gij gegraven zijt” (Jes. 51, 1). Zodoende zijt ge geroepen om de periferieën van de menselijke situatie te vervoegen, niet om er uw capaciteiten naar toe te dragen, maar de Geest van de Heer, “Vader van de armen”. Hij verspreidt u wijd in de wereld zoals graantjes die ontkiemen op een dorre grond, als een balsem van vertroosting voor diegene die gekwetst is, als een vuur van naastenliefde om zovele harten te verwarmen die verkild zijn door verlatenheid en verhard omdat ze verworpen zijn.

Werkelijk wij allen, wij zijn geroepen om ons te laven aan de rots die de Heer is en de dorst van de wereld te lessen met de naastenliefde die van hem komt. De naastenliefde is in het hart van de Kerk, zij is de reden van haar actie, de ziel van haar zending. “De naastenliefde is de belangrijkste weg van de sociale leer van de Kerk. Elke verantwoordelijkheid en elk engagement omschreven door deze leer zijn gedrenkt in de liefde die, volgens het onderricht van Christus, de synthese is van de gehele Wet”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 2 Dat is de te volgen weg, opdat de Kerk steeds meer moeder en lerares van naastenliefde wordt, met een immer meer intense liefde en overlopend tussen jullie en tegenover alle mensen Vgl. 1 Tess. 3, 12 : eendracht en verbondenheid binnen de Kerk, openheid en verwelkoming naar buiten, met de moed om af te zien van wat een voordeel kan zijn, teneinde in alles zijn Heer te volgen en volledig zichzelf te vinden, door van de schijnbare zwakte van de naastenliefde de enige reden van zijn fierheid te maken. Vgl. 2 Kor. 12, 9 Met een grote actualiteit weerklinken de woorden van het Concilie in ons: “Christus Jezus (...) is arm geworden, terwijl Hij rijk was. Evenzo is de Kerk, die weliswaar om haar zending te vervullen menselijke hulpmiddelen nodig heeft, niet opgericht om aardse glorie na te streven, maar om de nederigheid en de onthechting ook door haar voorbeeld te verspreiden. Christus werd door de Vader gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen... evenzo omringt de Kerk met liefde al degenen die door menselijke zwakheid getroffen zijn, meer nog, in de armen en lijdenden erkent zij het evenbeeld van haar arme en lijdende Stichter; zij spant zich in om hun ellende te lenigen en Christus zelf is het die zij in hen wil dienen”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8

Sint Vincentius heeft dat gerealiseerd tijdens zijn leven en hij spreekt nog vandaag tot ieder van ons en tot ons, als Kerk. Zijn getuigenis nodigt ons uit om altijd op weg te zijn, klaar om ons te laten verrassen door de blik van de Heer en door zijn Woord. Hij vraagt ons de armoede van het hart, een totale beschikbaarheid en een volgzame nederigheid. Hij zet ons aan tot broederlijke gemeenschap tussen ons en tot de moedige zending in de wereld. Hij vraagt ons om ons los te maken van gecompliceerde taal, van navelstaarderij, gericht op onszelf en gehechtheid aan materiële zaken die ons onmiddellijk kunnen verdoven maar die ons niet de vrede van God geven en die dikwijls zelfs een obstakel zijn voor de zending. Hij wekt ons op om te investeren in de creativiteit van de liefde, met de authenticiteit van een “hart dat ziet”. Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 31 In feite stelt de naastenliefde zich niet tevreden met goede gewoontes vanuit het verleden maar weet het heden om te vormen. En dat is vandaag des te meer nodig, in de veranderende complexiteit van onze geglobaliseerde samenleving waar sommige vormen van aalmoezen en hulp, alhoewel ze gerechtvaardigd zijn door grootmoedige voornemens, het gevaar lopen om vormen van uitbuiting en onwettigheid te voeden en geen werkelijke en duurzame vooruitgang voortbrengen. Om deze reden zijn de onderrichtingen die komen van Sint Vincentius actueel: de naastenliefde bedenken, de nabijheid organiseren en investeren in de vorming. Maar zijn voorbeeld moedigt ons tegelijkertijd aan om ruimte en tijd te geven aan de armen, aan de nieuwe armen van onze tijd, aan teveel armen van deze tijd, hun gedachten en hun moeilijkheden de onze te maken. Het christendom dat geen contact heeft met diegene die lijdt, wordt een niet geïncarneerd christendom, dat niet in staat is het lichaam van Christus aan te raken. De armen ontmoeten, de armen verkiezen, een stem geven aan de armen opdat hun aanwezigheid niet herleid zou worden tot de stilte door de cultuur van het vluchtige. Ik hoop vurig dat de viering van de Werelddag voor de Armen op 19 november ons zal helpen in onze “roeping om Jezus de arme te volgen”, die “steeds meer en beter een concreet teken van naastenliefde wordt voor deze laatsten die het meest in nood zijn” en door te reageren “op de wegwerp- en verspillingscultuur” Paus Franciscus, Boodschap, 1e Werelddag voor de armen, Laten wij niet liefhebben met woorden maar met daden (13 juni 2017), 6

Ik vraag voor de Kerk en voor jullie de genade om in de hongerige, dorstige broeder, de vreemdeling, ontdaan van zijn kleren en zijn waardigheid, ziek en gevangen, of nog besluiteloos, onwetend, halsstarrig in de zonde, bedroefd, grof, lichtgeraakt en storend Jezus Christus te vinden. En om in de glorierijke wonden van Jezus de kracht van de naastenliefde te vinden, het geluk van de graankorrel die, door te sterven, leven geeft, de vruchtbaarheid van de rots waaruit het water ontspringt, de vreugde om uit zichzelf te treden en naar de wereld te gaan, zonder heimwee over het verleden maar met vertrouwen in God, creatief tegenover de uitdagingen van vandaag en morgen, omdat, zoals Sint Vincentius zei, “de liefde oneindig vindingrijk is”.

Vanuit het Vaticaan, 27 september 2017

Gedachtenis van Sint Vincentius a Paulo

 

FRANCISCUS

Document

Naam: AAN DE VINCENTIAANSE FAMILIE BIJ GELEGENHEID VAN DE 400 VERJAARDAG VAN HUN CHARISMA
Soort: Paus Franciscus - Boodschap
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 27 september 2017
Copyrights: © 2017, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / fracarita.org / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert.: Patrick De Pooter; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam