• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Ad 1

(La réjorme liturgique a-t-elle apporté, sur Ie plan pastoral, des avantages ou des inconvénients? Lesquels surtout?)

De liturgiehervorming heeft een aantal pastorale voordelen opgeleverd. De gelovigen gingen niet alleen aan de liturgische vieringen als zodanig bewuster deelnemen, maar kregen ook meer belangstelling voor de geloofsbeleving die onder meer in de liturgie vorm vindt en voor de geloofsinhoud die in de preek (waaraan steeds meer aandacht wordt besteed) bewust wordt gemaakt. De groei van de godsdienstige belangstelling in de laatste jaren blijkt bijvoorbeeld uit de groei van de aantallen en de oplages van boeken over geloof en geloofsinhoud; niet in de laatste plaats aan de zeer grote (nog niet door enigerlei publiciteit beïnvloede) belangstelling voor 'De nieuwe katechismus',
De meer bewuste deelneming van de gelovigen wordt behalve door de invoering van de landstaal (zie onder 4) het meest bevorderd door vereenvoudiging van de riten in de geest van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, waardoor de grondstructuren van de liturgie duidelijker uitkomen; soberheid geeft meer inzicht in het grondplan. In ons land gaat de liturgiehervorming samen met of voert zij tot een zeker verdwijnen van het devotionalisme en een grotere gerichtheid op de Bijbelse boodschap; hierbij moet in Nederland ook gedacht worden aan de gunstige invloed van de reformatie en van de oecumenische bewegingen. De priesters komen er - vaak onder leiding van homileten of exegeten - steeds meer toe de preek schriftuurlijk voor te bereiden; veel leken doen mee aan Bijbelclubs.
Het verdwijnen van het aan onze cultuur vreemde en daardoor 'klerikale' karakter van de liturgie bevordert de wisselwerking tussen de voorganger en gemeente en - dus - het gemeentebesef: het gevoel van verantwoordelijkheid en saamhorigheid.
Het feit, dat men van het begin af aan hier ook naar meer onafhankelijke eigentijdse vormen van liturgie heeft gezocht (meer vernieuwing dan hervorming dikwijls), heeft velen ook buiten de eigenlijke experimenteercentra geactiveerd en vooral jongeren die zich in de Kerk en in de kerken weinig meer thuis voelden weer bij de geregelde liturgievieringen betrokken. 
- Samenvattend kan men stellen, dat deze korte periode van liturgiehervorming ook een opleving van het geloofsleven als zodanig te zien geeft, waarbij het echter moeilijk is vast te stellen, wat aan de liturgiehervorming als zodanig moet worden toegeschreven en wat op rekening komt van de hele, zeer levendige en actieve situatie in Nederland zelf.

Het voornaamste nadeel van de liturgiehervorming is, dat er nog geen duidelijke mogelijkheid bestaat voor een echte vernieuwing van de eredienst. Naast de adaptatie die in de projecten voor de kerk van de Romeinse ritus zeer lofwaardig wordt nagestreefd, zouden lokale en regionale mogelijkheden en initiatieven een kans moeten krijgen. Men hoeft dan niet in de eerste plaats te denken aan de algemene structuur van de eucharistieviering of aan de centrale gebeden van de andere sacramenten, maar eerder aan de marginalia: aan bijkomende gebeden en handelingen, aan de gebeden van de zondagen, aan de sacramentele boetevieringen, aan het sacrament der stervenden enz.
Diocesaan en dekenaal kan men door het bevorderen van gedachtenwisseling en uitwisseling van inzichten en materiaal voldoende coherentie en herkenbaarheid bewerkstelligen; voor de hele kerkprovincie kan men zoeken naar schemata waarin zoveel mogelijk plaatselijke verworvenheden en zoveel mogelijk kerkelijke traditie elkaar de hand reiken.
De geschiedenis van de liturgie is in dezen instructief voor de situatie na Vaticanum II. In de creatieve fasen die er in het verleden geweest zijn, verliep het proces op deze manier; en er is gebleken, dat dit helemaal geen breuk met het 'centrum' van de Kerk ten gevolge hoefde te hebben. Gevaar hiervoor is nu nog minder aanwezig, omdat de communicatie en de wederzijdse beïnvloeding zo snel verlopen.

Zowel de N.C.L. als de diocesane commissies voor de liturgie worden veel te vaak gedwongen hun aandacht en tijd te besteden aan riten, voorschriften en teksten die weinig weerklank kunnen vinden, zodat er van een positieve begeleiding van wat er aan levend liturgisch goed is ontstaan en blijkt te beklijven veel te weinig sprake is; terwijl bovendien dit gebrek aan positieve begeleiding van- wat in feite' bestaat onder de gelovigen verwarring schept.
Althans in Nederland is duidelijk, dat er naast een 'reforme liturgique' ook een vernieuwing van de liturgie nodig zal zijn. Het hernemen van oudere, meer sobere vormen van gebed bijvoorbeeld is een zekere verbetering, maar roept in feite de vraag naar eigen gebeden enz. des te meer op. Het lijkt ook onder meer gewenst, dat naast het gebruik van de vertalingen van de Preces Eucharisticae I-IV het gebruik van een aantal oorspronkelijk Nederlandse canones gelegaliseerd wordt: zolang dit niet gebeurt, is het heel moeilijk het ontstaan en gebruik van teksten tegen te gaan die zich aan iedere controle onttrekken.

Voor bepaalde, kleine groeperingen (niet alleen van ouderen) doen zich door de liturgiehervorrning een paar andere nadelen voor. Men vindt (1) de liturgie te 'protestant' geworden: soberheid, het gebruik van Geneefse melodieën uit de 16e en 17e eeuw die men altijd door protestanten heeft horen zingen enz. Vervolgens (2) heeft men soms de neiging liturgie-verandering te zien als geloofsverandering en vraagt men zich af, waarom dit nu ineens allemaal mag. In een nog kleinere groep (3) verzet men zich tegen het verloren gaan van cultuurgoed (Missalae Romanum, grego· riaans), maar vindt dan wel de mogelijkheid om ergens of af en toe de traditionele Latijnse liturgie te vieren.
De als 1 en 2 genoemde moeilijkheden zijn die van de aanpassing en ze ebben weg; de 3e wordt dus zonder pastorale schade (deze mensen kunnen gewoonlijk de Latijnse liturgie ook wel mee-beleven) opgevangen.

- Samenvattend: de moeilijkheden van de liturgiehervorming liggen primair in het vlak van nog te grote centralisatie en te weinig echte vernieuwing. Daardoor is er te weinig effectieve begeleiding van de werkelijke situatie, wat weer-een zekere verwarring onder de gelovigen schept. Secundair 'zijn er de aanpassingsmoeilijkheden van een kleine groep. Tezamen sluiten deze bezwaren wel in, dat velen zich nog niet gelukkig voelen met de huidige situatie.

Document

Naam: ANTWOORD VAN DE NEDERLANDSE BISSCHOPPEN AAN A. BUGNINI C.M. OVER DE GEVOLGEN VAN DE HERVORMING VAN DE LITURGIE
Soort: Nederland
Datum: 1 juni 1968
Copyrights: © 1968, Katholiek Archief 23e jrg nr 38 p. 932-939
Bewerkt: 3 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam