• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AANKONDIGING VAN ZIJN EERSTE ENCYCLIEK

Wanneer wij het hoofd buigen voor God - zoals ik reeds de afgelopen week heb gezegd bij het begin van de Veertigdagentijd - Inclinate capita vestra Deo - beveelt God ons vervolgens het op te heffen om Christus te ontdekken. God wil namelijk wel dat wij het hoofd voor Hem buigen, maar Hij wil niet dat wij met de ogen op de grond gevestigd lopen. Hij zegt ons: 'Gaat mee om het te zien' (Joh. 1, 39). Ook de eerste leerlingen moedigen zichzelf aan om te gaan zien met de woorden: 'Kom dan kijken' (Joh. 1, 46), 'wij hebben de Messias gevonden' (Joh. 1, 41). Christus is degene die ons in de ogen kijkt en wil dat ook wij Hem in de ogen kijken: 'Wie Mij ziet, ziet de Vader' (Joh. 14, 9). Wij zijn geroepen om God te zien, wij worden voortdurend geroepen de ogen op Christus te richten. Zo'n oproep zijn voor ons die gedurende de laatste week aan de oefeningen van de Veertigdagentijd hebben deelgenomen, de overwegingen geweest van pater Faustino Ossanna o.f.m.conv. Hij heeft getracht de blik van onze zielen op Christus te vestigen die in ons leeft door het evangelie, door de genade van de verlossing; op Christus die zich in onze priesterhanden overgeeft in de Eucharistie; op Christus die leeft in de Kerk ...

Gedurende de Veertigdagentijd worden wij allen geroepen veelvuldiger onze ogen op Christus te richten, met groter inzicht, met intensere liefde en met vaster vertrouwen naar Hem te kijken om zijn blik te voelen die zich op ons geweten, op ons leven richt. Het is de blik van de vriend, van de meester, van de broeder.

In mijn eerste [237||Encycliek, welke de datum 4 maart van dit jaar draagt, de eerste zondag van de Veertigdagentijd en donderdag aanstaand gepubliceerd zal worden, wil ik de blik van de Kerk en de wereld richten op Christus de Heer die de 'Verlosser van de mens', H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
, is. Ik heb geprobeerd daarin tot uitdrukking te brengen wat mijn gedachten en mijn hart heeft beziggehouden en voortdurend bezighoudt sinds het begin van het pontificaat dat ik door een ondoorgrondelijk plan van de Voorzienigheid op 16 oktober van verleden jaar heb moeten aannemen. De Encycliek bevat de gedachten die zich toen aan het begin van deze nieuwe weg met bijzondere kracht aan mijn ziel opdrongen, en die zonder meer reeds vroeger in mij tot rijpheid waren gekomen gedurende de jaren van mijn priesterlijke bediening en later die als bisschop. Ik houd het ervoor dat, indien Christus mij zo heeft geroepen, met zulke gedachten ... , met zulke gevoelens, dit is, omdat Hij heeft gewild dat deze opwekkingen van verstand en hart, deze uitingen van geloof, hoop en liefde vanaf haar begin weerklank zouden vinden in mijn nieuwe en universele bediening. Zoals ik daarom de verhouding zie en voel tussen het verlossingsmysterie in Christus Jezus en de waardigheid van de mens, zo zou ik ook de zending van de kerk willen verbinden met de dienst aan de mens in zijn ondoorgrondelijk mysterie. Ik zie daarin de centrale taak van mijn nieuwe kerkelijke dienst. Wanneer ik u dit vandaag toevertrouw, dan is dat, omdat ik met u aan de moeder van de kerk en de zetel der wijsheid wil vragen mijn eerste werk voor het welzijn van de Kerk en de mens van onze tijd te aanvaarden, opdat wij samen kunnen opzien naar Christus in dit bijzondere uur van de geschiedenis, terwijl wij de blik van ons geloof en onze hoop tot Hem opheffen.

Ik zou nu alle aanwezigen willen uitnodigen zich met mij te verenigen in een bijzonder smeekgebed voor de uitverkoren ziel van kardinaal Jean Villot, mijn staatssecretaris, die eergisteren door de Heer tot de eeuwige beloning werd geroepen. De korte maar intense maanden van samenwerking in deze eerste Pausperiode hebben mij vergund zijn diepe geloof, zijn zeldzame evenwichtigheid, zijn oprechte liefde voor de kerk en zijn onvermoeibare toewijding aan zijn plicht te bewonderen. Zijn onverwachte heengaan heeft in mijn hart diepe droefheid gewekt. Moge God zijn trouwe dienaar in zijn vrede opnemen.

Ik zou tenslotte niet kunnen nalaten u te vertellen, hoewel maar kort, met hoeveel aandacht ik de nieuwe inspanning volg die ondernomen wordt met het doel de oude crisis van het Midden Oosten tot een vreedzame oplossing te brengen.

Ik ken de verschillende en ronduit tegengestelde opstellingen die zich in dat opzicht voordoen. Maar de liefde welke de Paus de vrede toedraagt, kan hem slechts doen wensen en vurig hopen dat deze hoe dan ook gewaarborgd kan worden in de oprechte beschouwing van de rechten en gewettigde verlangens van alle belanghebbende volkeren. Laten wij daarom zonder moe te worden en zonder de moed te verliezen ons gemeenschappelijk gebed bidden tot de koningin van de vrede.

Document

Naam: AANKONDIGING VAN ZIJN EERSTE ENCYCLIEK
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Angelus/Regina Caeli
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 maart 1979
Copyrights: © 1979, Archief van de Kerken, p. 411-412
Bewerkt: 9 oktober 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam