• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET CHRISTELIJK LEVEN ALS LEERLING
Tijdens de H. Mis op de luchthaven Enrique Olaya Herrera de Medellín

Beste broeders en zusters,

Tijdens de Mis donderdag in Bogotá vernamen wij de oproep van Jezus aan zijn eerste leerlingen; het gedeelte van het evangelie van Lucas (Lc. 5, 1-11) dat begon met dat verhaal en dat eindigt met het appél aan de twaalf. Wat vertellen de evangelisten over de periode tussen deze twee gebeurtenissen? Dat deze navolging voor de eerste volgelingen van Jezus een enorme inspanning tot zuivering betekende. Ze voelden zich op hun gemak met de voorschriften, de verboden en geboden en met het vervullen van bepaalde praktijken en rituelen. Dat bespaarde hen de zorg om zichzelf af te vragen: wat is het dat onze God behaagt? Jezus, de Heer, vertelt hen dat dat betekent Hem te volgen en dat dit traject hen in contact brengt met melaatsen, lammen en zondaars. Deze realiteiten vragen om veel meer dan een recept, een gevestigde norm. Zij leerden dat het volgen van Jezus andere prioriteiten stelt, andere overwegingen om God te dienen. Voor de Heer, ook voor de eerste gemeenschap, is het van het allergrootste belang dat degenen die zich Zijn leerlingen noemen, niet aan een bepaalde stijl vasthouden, aan bepaalde praktijken die ons dichter bij de weg brengen van sommige Farizeeën van die tijd dan bij de weg van Jezus. De vrijheid van Jezus staat tegenover het gebrek aan vrijheid van de wetsgeleerden van die tijd, die verlamd waren door een strikte interpretatie en praktijk van de wet. Jezus blijft niet steken in een schijnbare 'correcte' vervulling, Hij brengt de wet tot zijn volheid en daarom wil Hij ons op dat andere spoor zetten, een stijl van navolging met drie kenmerken: je concentreren op het wezenlijke, jezelf vernieuwen en jezelf engageren. Dit zijn de drie houdingen die we in ons leven als leerlingen moeten aannemen.

Concentreer je op het wezenlijke, de essentie. Dat betekent niet "met alles breken" wat niet ons niet aanstaat, want ook Jezus is niet gekomen om "de wet af te schaffen, maar om hem tot zijn volheid te brengen" (Mt. 5, 17); het gaat er om de diepte in te gaan, tot wat er echt toe doet en wat van waarde is voor het leven. Jezus leert ons dat de relatie met God geen kille gehechtheid aan normen en wetten kan zijn, noch een uitvoering van bepaalde externe handelingen die niet leiden tot een echte verandering van het leven. Evenmin kan ons leerling-zijn niet alleen door routines gemotiveerd worden, of door een doopbewijs, ze moet vertrekken vanuit een levende ervaring van God en van Zijn liefde. Leerling-zijn is geen statisch ding, maar een voortdurende beweging naar Christus. Het is niet alleen de gehechtheid aan de uitleg van een leer, maar de ervaring van de vriendelijke, levende en actieve aanwezigheid van de Heer, een permanent leren door naar Zijn Woord te luisteren. En dat woord, dat we hebben gehoord, komt dwingend tot ons in de concrete behoeften van onze broeders: het kan de honger zijn van de naaste, zoals in de geciteerde tekst, of de ziekte waarover Lucas daarna vertelt.

Het tweede woord is: vernieuw jezelf. Zoals Jezus de wetgeleerden door elkaar schudde om ze uit hun starheid te halen, zo wordt de Kerk nu door de Geest door elkaar geschud om haar gewoontes en gemakken los te laten. Vernieuwing moet ons niet afschrikken. De Kerk is zich altijd aan het vernieuwen - Ecclesia semper reformanda. Ze vernieuwt zichzelf niet zomaar, maar 'stevig gefundeerd in het geloof, zonder af te wijken van de hoop die door de Blijde Boodschap wordt doorgegeven' (Kol. 1, 23). Vernieuwing vraagt opoffering en moed, niet om beter of zuiverder te lijken, maar om beter te reageren op de oproep van de Heer. De Heer van de Sabbat, de bestaansgrond van al onze opdrachten en voorschriften, nodigt ons uit om het normatieve te overwegen wanneer het er echt om gaat in de navolging; als hun open zweren, hun schreeuw van honger en van dorst naar rechtvaardigheid ons uitdagen en van ons nieuwe antwoorden vragen. En in Colombia zijn er zoveel situaties die van de leerlingen de navolging van de levensstijl van Jezus vragen, met name daar waar de liefde tot uiting komt in daden van geweldloosheid, verzoening en vrede.

Het derde woord, jezelf engageren. Engageer jezelf, ook al voelt het voor sommigen dat ze vuile handen maken, dat ze zich bezoedelen. Net als David en zijn mensen die de tempel binnengingen omdat ze honger hadden of de leerlingen van Jezus die de akkers opliepen om het graan uit de aren op te eten, zo wordt er vandaag van ons gevraagd om te groeien in dapperheid, in een evangelische moed die voortkomt uit het weten dat er zovelen zijn die honger hebben, hongerig zijn naar God, die hongerig zijn naar waardigheid, omdat zij daarvan beroofd zijn. En, als Christenen, hen helpen om zich te voeden met God; ze deze ontmoeting niet te beletten of te verbieden. Wij kunnen geen Christenen zijn die voortdurend het bord "verboden toegang" omhoog houden, onszelf iets toe-eigenend wat absoluut niet van ons is. De Kerk is niet van ons, ze is van God; Hij is de eigenaar van de tempel en van de ingezaaide akkers. Er is plek voor iedereen, iedereen is uitgenodigd om hier met ons te komen eten. We zijn niet meer dan "bedienden" Vgl. Kol. 1, 23 en we kunnen niet degenen zijn die deze ontmoeting beletten of verbieden. Integendeel, Jezus vraagt ons, zoals Hij dat ook aan Zijn leerlingen deed: 'Geef ze te eten' (Mt. 14, 16); dit is onze dienstverlening. Sint Petrus Claver, die we vandaag in de liturgie herdenken en die ik morgen zal vereren in Cartagena, begreep dat heel goed. Voor altijd slaaf van de negers, was zijn levensmotto omdat hij begreep dat een leerling van Jezus niet onverschillig kan blijven voor het lijden van de meest kwetsbaren en misbruikten van zijn tijd en dat hij iets moest doen om dat lijden te verlichten.

Broeders en zusters, de Kerk in Colombia is geroepen om zich vrijmoediger in te zetten voor de vorming van missionaire leerlingen, zoals we constateerden met de verzamelde bisschoppen Latijns-Amerika (CELAM)
Slotdocument Vijfde Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat en de Caraïbische Eilanden
Aparecida, 13-31 mei 2007 (29 juni 2007)
. Leerlingen die kunnen zien, oordelen en handelen, zoals dat Latijns-Amerika (CELAM)
2de Algemene Vergadering van Latijns-Amerikaanse bisschoppen, Medellin (6 september 1968)
, dat hier zijn oorsprong vond, voorstelde. Missionaire leerlingen die weten hoe ze moeten zien, zonder overgeërfde bijziendheid; die de werkelijkheid onderzoeken met de ogen en vanuit het hart van Jezus, en haar van daaruit beoordelen. En die risico’s nemen, handelen en zich engageren.

Ik ben hier gekomen om jullie te bevestigen in het geloof en de hoop van het Evangelie: Wees standvastig en vrij in Christus, zodanig dat het spreekt uit alles wat je doet; volg Jezus na met al je kracht, leer hem kennen, laat hem je roepen en onderwijzen, en verkondig zijn naam met de grootste vreugde.

Laten we bidden op voorspraak van onze Moeder, Onze Lieve Vrouw van Candelaria, dat Hij ons begeleidt op onze weg als leerlingen, zodat wij ons leven in Christus leggen en we simpelweg zendelingen zijn die het licht en de vreugde van het evangelie brengen aan alle volkeren.

Document

Naam: HET CHRISTELIJK LEVEN ALS LEERLING
Tijdens de H. Mis op de luchthaven Enrique Olaya Herrera de Medellín
Soort: Paus Franciscus - Homilie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 9 september 2017
Copyrights: © 2017, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert.: Cor van Beuningen; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 14 september 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam