• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Een jonge man stelde aan Jezus deze vraag: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” (Mt. 19, 16). Jezus antwoordde hem: “Als je het leven wilt binnengaan, onderhoudt dan de geboden” (Mt. 19, 17.21).

Het volgen van Jezus impliceert het onderhouden van de geboden. De oude wet wordt niet afgeschaft, maar de mens wordt uitgenodigd deze in de Persoon van de goddelijke Leraar terug te vinden, die haar volmaakt vervult in zichzelf, er de volledige betekenis van openbaart en van haar blijvende geldigheid getuigt.

De afbeelding bij deze sectie stelt Jezus voor, die zijn leerlingen onderricht geeft in de zogenaamde Bergrede Vgl. Mt. 5, 7 . De belangrijkste elementen van dit onderricht zijn: de zaligprijzingen, de vervolmaking van de oude wet, het Onze Vader, aanwijzingen over het vasten en de uitnodiging aan de leerlingen om zout der aarde en licht der wereld te zijn.

De berg, omdat hij boven de aarde oprijst en dicht bij de hemel komt, vormt een bij uitstek geschikte plaats om God te ontmoeten. Leraar Jezus, gezeten op de rots als op een voortreffelijke “kathedra”, met de wijsvinger van zijn rechterhand naar de hemel wijzend, duidt de goddelijke herkomst aan van zijn woorden van leven en geluk. De rol die hij met de linkerhand vasthoudt, laat de volledigheid zien van zijn leer, die Hij aan de apostelen toevertrouwt, terwijl Hij hen uitnodigt het evangelie aan alle volkeren te verkondigen, en hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

De twaalf apostelen, die een kring vormen aan de voeten van de Leraar, hebben allen de aureool als aanduiding van hun trouw aan Jezus en van hun getuigenis van heiligheid in de Kerk. Slechts één, half verborgen aan de rechterzijde, heeft een zwarte aureool, als verwijzing naar zijn ontrouw aan het evangelie.

De aankondiging van het Rijk Gods in de prediking van Jezus was geen leeg en onsamenhangend woord, maar werkdadig en geldig optreden. Veel betekenend in deze is de episode van de lamme uit Kafarnaüm, waarover de drie synoptici bericht hebben:

“Jezus ging in een boot, stak over en kwam in zijn stad. Men bracht een lamme die op een bed lag, naar Hem toe. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: ‘Heb goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.’ Enkele schriftgeleerden zeiden nu bij zichzelf: ‘Die man spreekt godslasterlijk.’ Maar Jezus kende hun gedachten en zei: ‘Waarom denkt gij kwaad bij uzelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven: of: Sta op en loop? Welnu, opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven - en nu sprak Hij tot de lamme -: Sta op, neem uw bed op en ga naar huis. En Hij stond op en ging naar huis” (Mt. 9, 1-7).

In deze gebeurtenis is de lichamelijke genezing slechts de zichtbare kant van het geestelijke wonder van de bevrijding van de zonde. Genezen en vergeven blijven de eigenlijke tekenen van de pedagogie Jezus, de goddelijke Leraar.

________________________________

FRA ANGELICO, De Bergrede, Museum van San Marco, Florence

Exodus 20, 2-17

Ik ben de Heer, uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.

Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij. Gij zult geen afgodsbeelden hebben, ten koste van Mij. Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde. Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen en hun geen goddelijke eer bewijzen; want Ik, de Heer uw God, Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot het derde en vierde geslacht, maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden een God die goedheid bewijst tot aan het duizendste geslacht.

Gij zult de naam van de Heer uw God niet lichtvaardig gebruiken; want de Heer laat degenen die zijn naam lichtvaardig gebruiken niet ongestraft.

Denk aan de sabbat: die moet heilig voor u zijn. Zes dagen zult gij werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten: gij zelf niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, zelfs niet de vreemdeling die bij u woont. In zes dagen immers heeft de Heer de hemel, de aarde, de zee met al wat er in is, gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en tot een heilige dag gemaakt.

Eer uw vader en uw moeder, dan zult gij lang leven op de grond die de Heer u schenkt.

Gij zult niet doden.

Gij zult geen echtbreuk plegen.

Gij zult niet stelen.

Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen.

Gij zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste.

Gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of ezel, op niets wat hem toebehoort. (Ex. 2,2-17)

Deuteronomium 5, 6-21

Ik ben de Heer uw God, die u uit Egypte heeft geleid, dat slavenhuis.

Naast Mij zult gij geen andere goden hebben.

Gij zult geen beelden maken in de vorm van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde. Ge moogt u niet voor hen neerbuigen en hen niet vereren, want Ik, de Heer uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht van hen die Mij verwerpen. Maar ik bewijs goedheid tot in het duizendste geslacht van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

Gij zult de naam van de Heer uw God niet misbruiken, want de Heer laat hen die zijn naam misbruiken niet ongestraft.

Onderhoudt de sabbat: die moet heilig voor u zijn, zoals de Heer uw God u heeft geboden. Zes dagen kunt gij werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten, gij zelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw rund niet, uw ezel niet, uw overige vee niet en ook niet de vreemdeling binnen uw poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten evenals gij zelf. Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden.

Eer uw vader en uw moeder, zoals de Heer uw God u heeft geboden. Dan zult ge lang leven en gelukkig zijn op de grond die Hij u schenkt.

Gij zult niet doden.

Gij zult geen echtbreuk plegen.

Gij zult niet stelen.

Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.

Gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste; ge zult niet uit zijn op het huis van uw naaste, noch op zijn land, zijn slaaf, of zijn slavin, zijn rund, of zijn ezel, of iets dat hem toebehoort. (Deut. 5, 6-21)

Catechetische Overlering
Vlaanderen
  1. Bovenal bemin één God.
  2. Zweer niet ijdel, vloek noch spot.
  3. Heilig steeds de dag des Heren.
  4. Vader, moeder zult gij eren.
  5. Dood niet, geef geen ergernis.
  6. Doe nooit wat onkuisheid is.
  7. Vlucht het stelen en bedriegen.
  8. Ook de achterklap en het liegen.
  9. Wees ook kuis in uw gemoed.
  10. En begeer nooit iemands goed.

Nederland

  1. Ik ben de Heer, uw God.
    Gij zult geen afgoden vereren,
    maar Mij alleen aanbidden en
    boven alles beminnen.
  2. Gij zult de Naam van de Heer, uw God.
    niet zonder eerbied gebruiken.
  3. Wees gedachtig dat gij
    de dag des Heren heiligt.
  4. Eer uw vader en uw moeder.
  5. Gij zult niet doden.
  6. Gij zult geen onkuisheid doen.
  7. Gij zult niet stelen.
  8. Gij zult tegen uw naaste
    niet vals getuigen.
  9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
  10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren,
    wat uw naaste toebehoort
“Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Aan de jonge man die Hem deze vraag stelt, antwoordt Jezus: “Als gij het leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden” (Mt. 19, 26). Jezus volgen impliceert het onderhouden van de geboden. De wet wordt niet afgeschaft, maar de mens wordt uitgenodigd deze terug te vinden in de Persoon van de goddelijke Leraar, die haar volmaakt in zichzelf vervult, er de volledige betekenis van openbaart en van haar blijvende geldigheid getuigt.
Hoe interpreteert Jezus de wet ?
Jezus interpreteert de haar in het licht van het tweevoudige en enige gebod van de liefde, die de volheid van de wet is: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de wet en de profeten” (Mt. 22, 37-40).
Wat betekent “decaloog”?
Decaloog betekent “tien woorden” (Ex. 34, 28). Deze woorden vatten de wet samen die God aan het volk Israël heeft gegeven in de context van het verbond, door middel van Mozes. Door de geboden te geven van de liefde tot God (de eerste drie) en tot de naaste (de andere zeven), zet deze voor het uitverkoren volk en voor ieder afzonderlijk de weg uit van een leven dat bevrijd is uit de slavernij van de zonde.
Welke band is er tussen de decaloog en het Verbond?
De decaloog laat zich begrijpen in het licht van het Verbond, waarin God zich openbaart door zijn wil te doen kennen. In het onderhouden van de geboden, brengt het volk tot uitdrukking dat het God toebehoort, en geeft in dankbaarheid antwoord op zijn initiatief van liefde.
Welk belang kent de Kerk toe aan de decaloog?
Trouw aan de Schrift en aan het voorbeeld van Jezus, kent de Kerk aan de decaloog een fundamentele betekenis toe. De christenen zijn verplicht hem te onderhouden.
Waarom vormt de decaloog een organische eenheid?
De tien geboden vormen een organisch en ondeelbaar geheel, omdat elk gebod naar de andere verwijst en naar heel de decaloog. Eén gebod overtreden betekent daarom de hele wet schenden.
Waarom houdt de decaloog een zware verplichting in?
Omdat de decaloog de fundamentele verplichtingen van de mens tegenover God en tegenover zijn naaste tot uitdrukking brengt.
Is het mogelijk de decaloog te onderhouden?
Ja, want Christus, zonder wie wij niets kunnen doen, stelt ons in staat deze te onderhouden door de gave van zijn Geest en van zijn genade.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 28 juni 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
© 2005, Vert.: Werkgroep Compendium
Deze werkvertaling is uitgangspunt geweest voor de officiële uitgave. Deze versie wordt binnenkort geconformeerd aan de officiële uitgave.
Bewerkt: 7 december 2018

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam