• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Waarom begint de geloofsbelijdenis met "Ik geloof in God "?
Omdat de bevestiging "ik geloof in God " de meest fundamentele is, de bron van alle andere waarheden over de mens en de wereld, en van heel het leven van ieder die in Hem gelooft.
Waarom belijden wij één God?
Omdat Hij zich aan het volk Israël heeft geopenbaard als de Enige, toen Hij zei: "Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen!" (Dt. 6, 4); "Ik ben God en niemand anders" (Jes. 45, 22). Jezus zelf heeft dit bevestigd toen Hij zei, dat God "de enige Heer" is (Mc. 12, 29). Belijden, dat ook Jezus en de Heilige Geest God en Heer zijn, brengt in de ene God geen enkele scheiding aan.
Met welke Naam openbaart God zich?
God openbaart zich aan Mozes als de levende God, als “de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob" (Ex. 3, 6). God openbaart aan diezelfde Mozes ook zijn mysterievolle naam "Ik ben die is” (YHWH). De onuitsprekelijke Naam van God werd al in de tijd van het Oude Testament door het woord Heer vervangen. Wanneer Jezus dan ook in het Nieuwe Testament Heer wordt genoemd, verschijnt Hij als waarachtig God.
"Is" God alleen?
Terwijl alle schepselen al wat zij zijn en al wat zij hebben, van Hem ontvangen hebben, is Hij alleen de volheid van het zijn en van alle volmaaktheid. Hij is de "Hij die Is", zonder begin en zonder einde. Jezus openbaart dat ook Hij de goddelijke naam draagt: "Ik ben". (Joh 8, 28)
Waarom is de Openbaring van Gods naam belangrijk?
Wanneer God zijn naam openbaart, maakt Hij de rijkdommen bekend die in zijn onuitsprekelijk mysterie vervat liggen: Hij alleen is, van oudsher en voor altijd, degene die de wereld en de geschiedenis overstijgt. Hij heeft de hemel en de aarde geschapen. Hij is de trouwe God, die zijn volk altijd nabij is om het te redden. Hij is de Heilige bij uitstek, "rijk aan erbarming" (Ef. 2, 4) en altijd bereid om te vergeven. Hij is het geestelijke Wezen, alles overstijgend, almachtig, eeuwig, persoonlijk, volmaakt. Hij is waarheid en liefde.

"God is het oneindig volmaakte Wezen,
de allerheiligste Drieëenheid
"
(H. Turibius van Mogrovejo).

In welke zin is God de waarheid?
God is de waarheid zelf, en als zodanig bedriegt Hij zichzelf niet, en kan Hij niet bedriegen. Hij "is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis" (1 Joh. 1, 5). De eeuwige Zoon van God, de mensgeworden Wijsheid, werd in de wereld gezonden "om getuigenis af te leggen van de waarheid." (Joh. 18, 37)
Hoe openbaart God dat Hij liefde is?

God openbaart zich aan Israël als degene wiens liefde groter is dan die van een vader of moeder voor hun kinderen, of dan die van een bruidegom voor zijn bruid. In zichzelf is Hij "Liefde" (1 Joh. 4, 8.16), die zich volmaakt en om niet wegschenkt. "Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat de wereld door Hem zou worden gered." (Joh. 3, 16-17) Door zijn Zoon en de Heilige Geest te zenden openbaart God dat Hijzelf eeuwige uitwisseling van liefde is.

Wat brengt geloven in één God met zich mee?
Geloven in de ene en enige God, brengt met zich mee: besef hebben van zijn grootheid en majesteit; leven in dankzegging jegens Hem; altijd op Hem vertrouwen, zelfs bij tegenspoed; de eenheid en de ware waardigheid van alle mensen erkennen, geschapen als zij zijn naar zijn Beeld; op de juiste manier gebruik maken van wat door Hem geschapen is.
Wat is het centrale mysterie van het christelijk geloof en het christelijk leven?
Het centrale mysterie van het christelijk geloof en het christelijk leven is het mysterie van de allerheiligste Drie-eenheid. De christenen worden gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Kan het mysterie van de Allerheiligste Drie-eenheid met het menselijke verstand alleen gekend worden?

God heeft wel sporen van zijn drie-ene wezen nagelaten in de schepping en in het Oude Testament, maar zijn diepste wezen als Heilige Drie-eenheid vormt een mysterie dat voor het menselijk verstand alleen niet toegankelijk is, evenmin voor het geloof van Israël, vóór de menswording van Gods Zoon en de zending van de Heilige Geest. Dit mysterie werd door Jezus Christus geopenbaard, en vormt de bron van alle andere mysteries.

Wat openbaart Jezus Christus ons over het mysterie van de Vader?
Jezus Christus openbaart ons, dat God "Vader" is: niet alleen als Schepper van de wereld en van de mens, maar vooral omdat Hij van alle eeuwigheid in zijn schoot de Zoon voortbrengt, die zijn Woord is, "de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen" (Heb. 1, 3).
Wie is de Heilige Geest, ons door Jezus Christus geopenbaard?

Hij is de derde persoon van de Allerheiligste Drie-eenheid. Hij is God, één met en gelijk aan de Vader en de Zoon. Hij "gaat uit van de Vader" (Joh. 15, 26), die als beginsel zonder begin, de oorsprong is van heel het leven van de Drie-eenheid. Hij komt ook voort uit de Zoon (Filioque), omdat de Vader Hem als eeuwige Gave meedeelt aan de Zoon. Door de Vader en door de mensgeworden Zoon gezonden, leidt de Heilige Geest de Kerk tot de kennis van “de volle waarheid" (Joh. 16, 13).

Hoe drukt de Kerk haar geloof in de Drie-eenheid uit?

De Kerk drukt haar geloof in de Drie-eenheid uit, wanneer zij één God belijdt in drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. De drie goddelijke personen zijn één enige God, want ieder van hen is identiek met de volheid van de enige en ondeelbare goddelijke natuur. Zij zijn werkelijk van elkaar onderscheiden door de betrekkingen waarmee zij naar elkaar verwijzen: de Vader brengt de Zoon voort, de Zoon wordt door de Vader voortgebracht, de Heilige Geest komt voort uit de Vader en de Zoon.

Hoe werken de drie goddelijke personen?
Ondeelbaar in hun éne wezen, zijn de goddelijke personen ook ondeelbaar in hun handelen: de Drie-eenheid heeft slechts één en hetzelfde handelen. Maar binnen het ene goddelijke handelen is iedere persoon aanwezig op de wijze die hem eigen is in de Drie-eenheid.

"O mijn God, Drieëenheid, die ik aanbid, (...)
Breng mij tot rust en stilte -
mijn hart een hemel voor U,
een geliefd huis waar Gij rusten kunt!
Dat ik U daar nooit alleen laat:
ik wil bij U zijn met heel mijn wezen,
heel wakker in geloof, heel en al aanbidding,
helemaal prijsgegeven aan uw scheppende kracht!
"
(Z. Elisabeth van de Drieëenheid).

Wat betekent het, dat God almachtig is?
God heeft zich geopenbaard als "de sterke, de machtige" (Ps. 24, 8), als Degene voor wie "niets onmogelijk" is (Lc. 1, 37). Zijn almacht is universeel, vol mysterie, en openbaart zich in de schepping van de wereld uit het niets, en van de mens uit liefde, maar vooral in de menswording en de verrijzenis van zijn Zoon, in het geschenk ons als zijn kinderen aan te nemen, en in de vergeving van de zonden. Daarom richt de Kerk haar gebed tot de "almachtige, eeuwige God" (“Omnipotens sempiterne Deus ... ").
Waarom is het belangrijk om te bevestigen: "In het begin schiep God hemel en aarde" (Gen. 1, 1)??
Omdat de schepping het fundament is van alle goddelijke heilsplannen; zij laat de almachtige en wijze liefde zien van God; zij is de eerste stap in de richting van een verbond van de enige God met zijn volk; zij is het begin van de heilsgeschiedenis, die in Christus zijn hoogtepunt heeft; zij is een eerste antwoord op de fundamentele vragen van de mens naar zijn oorsprong en zijn doel.
Wie heeft de wereld geschapen?
De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn het enige en ondeelbare beginsel van de wereld, ook al wordt het werk van de schepping van de wereld vooral aan God de Vader toegeschreven.
Waartoe is de wereld geschapen?
De wereld is voor de glorie van God geschapen, die zijn goedheid, waarheid en schoonheid heeft willen laten zien en heeft willen meedelen. Het uiteindelijke doel van de schepping is dat God in Christus "alles in allen" kan zijn (1 Kor. 15, 28), tot zijn glorie en tot onze zaligheid.

"De glorie van God is immers de levende mens,
en het leven van de mens is immers de aanschouwing van God.
"
(H. Ireneüs).

Hoe heeft God het heelal geschapen?

God heeft het heelal uit vrije wil met wijsheid en liefde geschapen. De wereld is niet het product van een of andere noodzaak, van een blind lot of van het toeval. God heeft "uit het niet" ("ex nihilo" (2 Mak. 7, 28)) een geordende en goede wereld geschapen, die Hij oneindig overstijgt. God houdt zijn schepping in stand en ondersteunt haar, terwijl Hij haar de mogelijkheid geeft te handelen en haar naar haar voltooiing leidt door middel van zijn Zoon en van de Heilige Geest.

Waarin bestaat de goddelijke voorzienigheid?
Zij bestaat in de beschikkingen, waarmee God zijn schepselen tot de uiteindelijke volmaaktheid leidt, waartoe Hij ze geroepen heeft. God is de soevereine oorsprong van zijn heilsplan. Maar om dit plan te verwezenlijken bedient Hij zich ook van de medewerking van zijn schepselen. Tegelijkertijd schenkt Hij zijn schepselen de waardigheid zelf te handelen, en elkaars oorzaak te zijn.
Hoe werkt de mens mee met de goddelijke Voorzienigheid?
In respect voor zijn vrijheid, geeft God de mens de mogelijkheid en verlangt Hij van hem mee te werken door zijn handelen, zijn gebeden, maar ook door zijn lijden, terwijl Hij in hem "zowel het willen als het doen tot stand brengt om zijn heilsplan te verwezenlijken" (Fil. 2, 13).
Als God almachtig is en voorzienigheid, hoe kan dan het kwaad bestaan?
Op deze vraag, tegelijkertijd smartelijk maar ook vol mysterie, kan alleen het christelijk geloof in zijn geheel een antwoord geven. God is op geen enkele manier, direct noch indirect, de oorzaak van het morele kwaad. Hij verheldert het mysterie van het kwaad door zijn Zoon Jezus Christus, die gestorven en verrezen is om het grote morele kwaad te overwinnen, dat de zonde van de mensheid is, en dat de wortel is van alle andere kwaad.
Waarom laat God het kwaad toe?
Het geloof geeft ons de zekerheid dat God het kwaad nooit zou toelaten, als Hij niet uit datzelfde kwaad het goede zou laten voortkomen. God heeft dit al op wonderbare wijze gedaan in de dood en de verrijzenis van Christus: uit het ergste morele kwaad, het vermoorden van zijn Zoon, heeft Hij het allergrootste goed laten voortkomen: de verheerlijking van Christus en onze verlossing.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 28 juni 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
© 2005, Vert.: Werkgroep Compendium
Deze werkvertaling is uitgangspunt geweest voor de officiële uitgave. Deze versie wordt binnenkort geconformeerd aan de officiële uitgave.
Bewerkt: 4 april 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam