• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

SPIRITUS ET SPONSA
Bij de veertigste verjaardag van de Constitutie Sacrosanctum Concilium, over de heilige Liturgie

"De Geest en de Bruid zeggen: 'Kom!' Laat wie het hoort zeggen: 'Kom!' Wie dorst heeft kome. Wie wil, neme het water des levens, om niet." (Openb. 22, 17).

Deze woorden van de Apokalyps weerklinken in mijn ziel nu ik gedenk dat 40 jaar geleden, op 4 december 1963 om precies te zijn, mijn eerbied­waardige voorganger paus Paulus VI de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
over de heilige liturgie promulgeerde. Wat anders is immers de liturgie dan de eensluidende stem van de heilige Geest en de Bruid, de heilige Kerk, die tot de Heer Jezus roepen: "Kom"? Wat anders is de liturgie dan die zuivere en eeuwige bron van "levend water," waaruit eenieder die dorst heeft om niet de gave van God kan putten? Vgl. Joh. 4, 10

In de Constitutie over de heilige liturgie - die het begin vormt van die "grote genade waarmee de Kerk in de twintigste eeuw werd verrijkt," het Tweede Vaticaans Concilie - heeft de heilige Geest tot de Kerk gesproken, waarbij Hij zonder ophou­den de leerlingen van de Heer "tot de volle waarheid" (Joh. 16, 13) leidt. De gedachtenis van de veertigste verjaardag van deze gebeurtenis vormt een goede gelegenheid om de basis-thema's te herontdekken van de liturgie-vernieuwing, die door de conci­lie-vaders werd gewenst, om in zekere zin te evalueren hoe zij werd ontvangen en om de blik op de toekomst te richten.

Een blik op de conciliaire Constitutie
In de loop van de tijd en in het licht van de vruchten die zij heeft gedragen wordt het belang van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
steeds duidelijker zichtbaar. De beginselen die het fundament vormen van de liturgische praxis van de Kerk wor­den er helder in omlijnd en vormen de inspiratie voor haar ver­nieuwing in de loop van de tijd. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 3 De liturgie wordt door de con­cilie-vaders op de horizon van de heilsgeschiedenis geplaatst, waarvan het doel de verlossing van de mens is en de volmaak­te verheerlijking van God. De verlossing kent haar voorspel in de wonderbaarlijke goddelijke handelingen van het Oude Testament en is door Christus de Heer tot vervulling gebracht, in het bijzonder door het paasmysterie van zijn heilig lijden, zijn verrijzenis uit de dood en zijn glorievolle hemelvaart. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 5 De verlossing moet evenwel niet alleen verkondigd, maar ook vol­trokken worden en dit gebeurt "in het offer en de Sacramenten die het middelpunt zijn van heel het liturgisch leven." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 6 Christus komt op een bijzondere wijze tegenwoordig in de liturgische handelingen, waarbij Hij de Kerk met zich verbindt. Daarom is iedere liturgische viering een werk van Christus de Priester en van zijn mystiek Lichaam, en is "volledige openbare ere­dienst," 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7 waarin men bij wijze van voorsmaak deelneemt aan de liturgie van het hemelse Jeruzalem." Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 8 "De liturgie is" daarom "het hoogtepunt waarnaar het handelen van de Kerk streeft en tevens de bron waaruit haar hele kracht voortvloeit." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10
De liturgische blik van het Concilie blijft niet beperkt tot het binnen-kerkelijk gebied, maar is geopend naar de hori­zon van de hele mensheid. Christus verenigt met zich in zijn lofprijzing tot de Vader namelijk heel de mensengemeenschap en doet dit op een bijzondere wijze juist door de gebedsmissie van de "Kerk, die niet alleen door de viering van de eucharistie maar ook op andere wijzen, en wel vooral door het verrichten van het goddelijk officie, de Heer looft zonder onderbreking en smeekt om het heil van de wereld."2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 83

Het liturgische leven van de Kerk krijgt in de optiek van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
een kosmische en universele dimensie die de menselijke tijd en ruimte diep tekent. Vanuit dit oogpunt begrijpt men ook de hernieuwde aandacht die de Constitutie schenkt aan het liturgisch jaar, de weg waarlangs de Kerk het paasmysterie van Christus gedenkt en opnieuw beleeft. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 5

Indien de liturgie dit alles is, dan bevestigt het Concilie terecht dat iedere liturgische handeling "een bij uitstek heilige handeling" is "die door geen enkel ander handelen van de Kerk op gelijke titel en in gelijke mate in krachtdadigheid wordt geëvenaard." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 7 Tegelijkertijd erkent het concilie: "De liturgie omvat niet het hele handelen van de Kerk." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 9 Enerzijds ver­onderstelt de liturgie namelijk de verkondiging van het evange­lie, anderzijds vereist zij dat het christelijk getuigenis in de geschiedenis wordt gegeven. Het mysterie dat in de prediking en in de catechese naar voren wordt gebracht, moet - in het geloof aangenomen en in de liturgie gevierd - het gehele leven vormen van de gelovigen die geroepen zijn om er de verkondi­gers van te worden in de wereld. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10

Wat betreft de verschillende elementen die bij de litur­gische viering betrokken zijn, schenkt de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
bijzonde­re aandacht aan het belang van de gewijde muziek. Het Concilie prijst haar en wijst erop dat haar doel "de verheerlijking van God en de heiliging van de gelovigen" is. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 112 De gewijde muziek is immers een bevoorrecht middel om een actieve deelname van de gelovigen aan de gewijde handeling te bevorderen, zoals mijn eerbiedwaardige voorganger de heilige Pius X het al gewenst had in het Motu proprio H. Paus Pius X - Motu Proprio
Tra le sollecitudini - Inter sollicitudines
Instructie over de gewijde muziek
(20 november 1903)
, waarvan wij dit jaar de honderdste verjaardag gedenken. Deze ver­jaardag bood mij onlangs de gelegenheid om de noodzaak in herinnering te brengen dat de muziek overeenkomstig de richt­lijnen van 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 6 haar rol binnen het geheel van de liturgische vieringen bewaart en vergroot, rekening hou­dend met het eigen karakter van de liturgie, evenals met het aanvoelen van onze tijd en met de muziektradities van de ver­schillende wereldstreken.
Een rijk ontwikkeld thema, dat de conciliaire 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
aansneed, was dat van de gewijde kunst. Het Concilie biedt heldere aanwijzingen om haar ook in onze tijd een aanzienlijke plaats te laten innemen, opdat de eredienst ook door de pracht en de schoonheid van de liturgische kunst kan stralen. Hiertoe is het raadzaam om in initiatieven te voorzien voor de vorming van de verschillende ambachtslieden en kunstenaars, die de roeping hebben zich met de bouwen de versiering bezig te houden van de gebouwen die voor de liturgie worden gebruikt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 127 Aan dergelijke richtlijnen ligt een visie op de kunst, en in het bijzonder op de gewijde kunst, ten grondslag die haar relateert aan "de oneindige schoonheid van God die in mense­lijke werken enigszins tot uitdrukking moet worden ge­bracht." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 122
Van vernieuwing naar verdieping
Na veertig jaar is het goed om de afgelegde weg in ogenschouw te nemen. Reeds bij andere gelegenheden heb ik voorgesteld een soort gewetensonderzoek te doen naar de wijze waarop het Tweede Vaticaans Concilie is ontvangen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert, Tertio millennio adveniente (10 nov 1994), 36 Een der­gelijk onderzoek moet ook het liturgisch-sacramentele leven betreffen. "Wordt de liturgie beleefd als 'bron en hoogtepunt' van het kerkelijk leven, zoals 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
leer­de?" Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert, Tertio millennio adveniente (10 nov 1994), 36 Heeft de herontdekking van de waarde van Gods Woord die de liturgie-hervorming bewerkstelligde, een positief ant­woord gekregen binnen onze vieringen? Tot op welke hoogte is de liturgie in het concrete leven van de gelovigen binnenge­drongen en bepaalt zij het ritme van iedere afzonderlijke gemeenschap? Wordt zij als weg naar heiligheid opgevat, als innerlijke kracht van de apostolische dynamiek en van het mis­sionaire karakter van de Kerk?
De conciliaire vernieuwing van de liturgie vindt haar meest duidelijke uitdrukking in de publicatie van de liturgische boeken. Na een eerste periode, waarin de vernieuwde teksten langzaam aan ingang vonden binnen de liturgische vieringen, dient zich de noodzaak aan van een verdieping van de rijkdom­men en de mogelijkheden die deze teksten in zich dragen. Ten grondslag aan deze verdieping dient het beginsel te liggen van volledige trouw aan de heilige Schrift en aan de traditie, die in het bijzonder op gezagvolle wijze zijn geïnterpreteerd door het Tweede Vaticaans Concilie, waarvan het onderricht door het latere Leergezag met nadruk herhaald is en verder is ontwik­keld. Aan deze trouw zijn in de eerste plaats degenen gehouden aan wie met het bisschopsambt "de taak is toevertrouwd de ere­dienst van de christelijke godsdienst aan de goddelijke majesteit aan te bieden en deze te regelen volgens de geboden van de Heer en de kerkelijke wetten" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 26; tegelijkertijd is de gehe­le kerkgemeenschap ermee gemoeid "overeenkomstig de ver­scheidenheid van rangen, van functies en van actieve deelname."2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 26

In dit opzicht blijft het meer dan ooit van belang het liturgisch leven binnen onze gemeenschappen te doen groeien door middel van een adequate vorming van de bedienaren en van alle gelovigen met het oog op die volledige, bewuste en actieve deelname aan de liturgische vieringen, die door het Concilie wordt gewenst. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 15

Om deze reden is een liturgische pastoraal nodig die op een volledige trouw aan de nieuwe "ordines" is afgestemd. Door middel van deze ordines heeft de hernieuwde interesse in het Woord van God zich gerealiseerd overeenkomstig de richt­lijn van het Concilie dat "een rijkere, meer afwisselende en meer aangepaste lezing van de heilige Schrift" wenste. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 35 De nieuwe lectionaria bieden bijvoorbeeld een brede keuze van Schriftpassages die een onuitputtelijke bron vormen, waaruit het volk van God kan en moet putten. We dienen inderdaad niet te vergeten dat "in het aanhoren van het woord Gods zich de opbouwen de groei van de Kerk voltrekt, en de wonderen die God eertijds op vele wijzen in de heilsgeschiedenis heeft ver­richt, in de tekens van de liturgische viering weer werkelijkheid worden, zij het een werkelijkheid van geheim volle aard." Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Ordening voor de lezingen van de Mis - Editio typica altera, Ordo Lectionum Missae (21 jan 1981), 7 Binnen de viering drukt Gods woord de volheid uit van zijn betekenis, waarbij het het christelijk bestaan tot een voortdu­rende vernieuwing aanzet, zodat "wat in de liturgie wordt gehoord ook in het leven wordt ontwikkeld." Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Ordening voor de lezingen van de Mis - Editio typica altera, Ordo Lectionum Missae (21 jan 1981), 6
De zondag, de dag van de Heer, waarop men in het bij­zonder de verrijzenis van Christus gedenkt, staat in het centrum van het liturgisch leven als "de grondslag en de kern van heel het liturgisch jaar." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 106 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 22 Zonder twijfel zijn er binnen de pastoraal aanzienlijke inspanningen verricht om de mensen ertoe te bren­gen de waarde van de zondag opnieuw te ontdekken. Toch is het nodig dit punt te benadrukken, want "de geestelijke en pastorale rijkdom van de zondag zoals die aan ons in de tradi­tie is doorgegeven, is werkelijk groot. In haar volledige bete­kenis en volle omvang is zij in zekere zin een synthese en een voorwaarde van het christelijk leven." H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de heiliging van de zondag, Dies Domini (31 mei 1998), 81
Vanuit de liturgische viering wordt het geestelijk leven van de gelovigen gevoed. Het beginsel dat ik formuleerde in mijn apostolische brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Novo millennio ineunte
Een nieuw millennium
(6 januari 2001)
: "een christelijk leven dat zich bovenal onderscheidt in de vaardigheid om te bidden" moet van de liturgie uit gerealiseerd worden. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Een nieuw millennium, Novo millennio ineunte (6 jan 2001), 32 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
interpreteert deze urgentie op profeti­sche wijze, waarbij wij de christelijke gemeenschap stimuleert het gebedsleven niet alleen door de liturgie te versterken, maar ook door "oefeningen van godsvrucht", zolang deze harmoniëren met de liturgie, in zekere zin uit haar voortkomen en de weg naar haar wijzen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13 De pastorale ervaring van de laatste decen­nia heeft deze intuïtie bevestigd. In die zin is de bijdrage van de Congregatie voor de goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten met het Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen
(9 april 2002)
waardevol geweest. Vervolgens heb ik zelf met de apostolische brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Rosarium Virginis Mariae
Over de allerheiligste Rozenkrans
(16 oktober 2002)
en de aankondi­ging van het Jaar van de Rozenkrans de schatten aan contem­platie van dit traditionele gebed naar voren willen brengen, dat wijd verbreid is onder Gods volk, en heb ik de herontdekking ervan aanbevolen als een bevoorrechte weg om Christus' gelaat te beschouwen in de school van Maria.
Perspectieven
Met een blik op de toekomst ontwaren we verschillen­de uitdagingen waarop de liturgie geroepen is een antwoord te bieden. In de loop van de afgelopen veertig jaar heeft de maat­schappij namelijk diepgaande veranderingen ondergaan, waar­van sommige het kerkelijk engagement sterk op de proef stel­len. Vóór ons ligt een wereld waarin, ook in de streken met een oude christelijke traditie, de tekenen van het evangelie zwakker worden. Het is tijd voor een nieuwe evangelisatie. Deze uitda­ging doet meteen een beroep op de liturgie.

Op het eerste gezicht lijkt zij buiten spel te zijn gezet door een maatschappij die vérgaand geseculariseerd is. Het is evenwel een feit dat, ondanks de secularisatie, er in onze tijd in zovele vormen een hernieuwde behoefte aan spiritualiteit opkomt. Hoe kan men hierin niet het bewijs zien van het feit dat het onmogelijk is in het diepste van de mens de dorst naar God weg te nemen? Er bestaan vragen die alleen een antwoord vin­den in het persoonlijk contact met Christus. Alleen in de inti­miteit met Hem krijgt ieder bestaan betekenis en kan het de vreugde gaan ervaren die Petrus op de berg van de gedaante­verandering deed zeggen: "Meester, het is goed dat wij hier zijn." (Lc. 9, 33).

De liturgie biedt het diepste en meest effectieve ant­woord op dit verlangen naar de ontmoeting met God. Dit doet zij vooral in de eucharistie, waarin het ons gegeven is om ons met het offer van Christus te verenigen en ons te voeden met zijn Lichaam en zijn Bloed. De herders dienen er echter voor te zorgen dat de zin voor het mysterie in het bewustzijn door­dringt door de kunst van de "mystagogie", die de kerkvaders zo dierbaar was, opnieuw te ontdekken en in praktijk te brengen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 25e Verjaardag van de promulgatie van het Conciliedocument Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie, Vicesimus Quintus Annus (4 dec 1988), 21 Het is in het bijzonder hun taak waardige vieringen te bevorde­ren door aan de verschillende categorieën van personen de verschuldigde aandacht te schenken: kinderen, jongeren, volwas­senen, ouderen en gehandicapten. Allen moeten zich binnen onze gemeenschappen aanvaard voelen, zodat zij de sfeer ade­men van de eerste geloofsgemeenschap: "Zij legden zich ern­stig toe op de leer van de apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en in het gebed" (Hand. 2, 42).
Een aspect waar we met meer aandacht zorg voor moe­ten dragen binnen onze gemeenschappen is de ervaring van de stilte. Die stilte hebben we nodig "om de stem van de heilige Geest ten volle in het hart te laten doorklinken en het persoon­lijk gebed nauwer bij het woord Gods en bij het openbaar gebed van de Kerk te doen aansluiten." Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 202 In een maatschappij die steeds hectischer leeft, veelal afgestompt is door het lawaai en zich verliest in oppervlakkigheid, is de stilte van vitaal belang. Het is geen toeval dat de praktijken van meditatie, die belang hechten aan verinnerlijking, ook buiten de christelijke eredienst een verspreiding kennen. Waarom zouden we niet met de gedurfde pedagogie die daarvoor nodig is een specifie­ke opvoeding tot de stilte aanbieden binnen de eigenheden van de christelijke ervaring? Laat het voorbeeld van Jezus ons voor ogen staan die "naar buiten ging en wegging naar een eenzame plaats en daar bad" (Mc. 1, 35). De liturgie moet onder de ver­schillende momenten en tekenen die zij kent dat van de stilte niet veronachtzamen.
Door de inleiding op de verschillende vieringen moet de liturgische pastoraal de smaak van het gebed bij ons laten binnendruppelen. Dit zal zij zeker doen, wanneer zij rekening houdt met de mogelijkheden van iedere gelovige in de onder­scheiden situaties van leeftijd en cultuur; zij zal dit echter niet doen, wanneer zij zich met het 'minimum' tevreden stelt. De pedagogie van de Kerk moet weten te 'durven'. Het is belangrijk de gelovigen binnen te leiden in de viering van de liturgie van de getijden die "als openbaar gebed van de Kerk een bron van godsvrucht en voedsel voor het persoonlijk gebed" zijn. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 90 Zij zijn geen individuele handeling of "privé-aangelegenheid, maar behoren het hele lichaam van de Kerk toe ( ... ) Als de gelovigen voor de getijden worden uitgenodigd en samenko­men om eensgezind met hart en stem te zingen, maken zij de Kerk zichtbaar die het mysterie van Christus viert." Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Liturgie van de Getijden volgens de Romeinse ritus (tweede standaarduitgave 1985), Algemene inleiding op het getijdengebed, Institutio Generalis de Liturgia Horarum (7 apr 1985), 20.22 Deze bevoorrechte aandacht voor het liturgisch gebed staat niet in gespannen verhouding tot het persoonlijk gebed; integendeel, zij veronderstelt en vereist het persoonlijk gebed Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 12 en gaat goed samen met andere vormen van gemeenschappelijk gebed, voor­al als deze vormen door het kerkelijk gezag worden erkend en aanbevolen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 13
Men kan niet om de taak van de herders heen in de opvoeding tot het gebed en vooral in de bevordering van het liturgisch leven. Zij houdt de plicht in om te onderscheiden en te leiden. Dit is geenszins als een beginsel van verstarring op te vatten, dat tegengesteld is aan de behoefte van de christelijke ziel om zich over te geven aan de werking van de Geest van God, die in ons en "voor ons pleit met onuitsprekelijke ver­zuchtingen" (Rom. 8, 26). Door middel van de leiding van de herders ontstaat veeleer een beginsel van 'garantie', dat God in zijn plan voor de Kerk heeft voorzien en dat zelf wordt geleid door de bijstand van de heilige Geest. De liturgie-vernieuwing die in de afgelopen decennia tot stand is gebracht, heeft laten zien dat het mogelijk is om een regelgeving - die de liturgie haar identiteit en schoonheid garandeert - te verbinden met ruimte voor creativiteit en aanpassing, die haar nader brengen tot de uitdrukkingsvormen die de verschillende streken, situaties en culturen vereisen. Het niet respecteren van de liturgische regelgeving heeft soms geleid tot misbruiken, zelfs ernstige, die een schaduw werpen op de waarheid van het mysterie en ver­warring en spanningen opleveren onder Gods volk. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 52 Dergelijke misbruiken hebben niets van doen met de authentieke geest van het Concilie en moeten door de herders worden gecorrigeerd in een houding van verstandige vastberadenheid.
Conclusie
De promulgering van de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
betekende in het leven van de Kerk een etappe van fundamen­teel belang voor de bevordering en de ontwikkeling van de liturgie. De Kerk die, bezield door de adem van de Geest, haar missie beleeft om "sacrament - dat wil zeggen het teken en het instrument - van de innige vereniging met God en van de een­heid van heel het menselijk geslacht" te zijn 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1, vindt in de litur­gie de hoogste uitdrukkingsvorm van haar mysterievolle wer­kelijkheid.

In de Heer Jezus en in zijn Geest wordt heel het christelijk bestaan een "levende, heilige offergave, die God kan aanvaarden", een authentieke "geestelijke eredienst" (Rom. 12, 1). Het mysterie dat in de liturgie verwezenlijkt wordt, is wer­kelijk groot. In dit mysterie opent zich op aarde een deel van de hemel en stijgt vanuit de gemeenschap van de gelovigen in har­monie met het gezang van het hemelse Jeruzalem het eeuwig loflied op:

"Sanctus, Sanctus, Sanctus,
Dominus Deus Sabaoth.
Pleni sunt caeli et terra gloria tua.
Hosanna in excel­sis!
"
Moge er aan het begin van dit millennium een liturgische spiritualiteit tot ontwikkeling komen, die het bewustzijn brengt dat Christus de eerste "liturg" is die nooit ophoudt in de Kerk en in de wereld te werken door de kracht van het paasmysterie dat voortdurend wordt gevierd, en die de Kerk met zich verbindt tot lof van de Vader, in de eenheid van de heilige Geest.

Met deze wens verleen ik aan allen uit het diepst van mijn hart mijn zegen.

Vanuit het Vaticaan, 4 december van het jaar 2003,
het zes-en-twintigste van mijn pontificaat.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: SPIRITUS ET SPONSA
Bij de veertigste verjaardag van de Constitutie Sacrosanctum Concilium, over de heilige Liturgie
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 december 2003
Copyrights: © 2004, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie
Liturgische Documentatie, dl. 3
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam