• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

28. DE HOOP, KRACHT VAN DE MARTELAREN
Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

Vandaag denken we na over de christelijke hoop als kracht van de martelaren. Wanneer Jezus, in het Evangelie, zijn leerlingen uitzendt, spiegelt Hij hen geen wonderen van gemakkelijk succes voor. Hij waarschuwt hen integendeel heel duidelijk dat de verkondiging van het Rijk van God altijd tegenstand oproept. Hij gebruikt de extreme uitdrukking: “Gij zult een voorwerp van haat zijn – van haat – voor allen omwille van mijn Naam” (Mt. 10, 22). Christenen beminnen, maar worden niet steeds bemind. Van meet af aan stelt Jezus ons vóór deze werkelijkheid: in min of meerdere mate gebeurt de belijdenis van het geloof in een vijandig klimaat.

Christenen zijn dus mannen en vrouwen “tegendraads”. Dat is normaal, want de wereld is getekend door de zonde die zich toont in velerlei vormen van egoïsme en van onrecht. Wie Christus volgt gaat in de tegengestelde richting. Niet in een geest van polemiek, maar uit trouw aan de logica van het Rijk van God. Dat is een logica van de hoop die zich vertaalt in een levensstijl gesteund op de aanwijzingen van Jezus.

En de eerste aanwijzing is de armoede. Wanneer Jezus de zijnen uitzendt, lijkt Hij meer zorg te besteden aan het “uitkleden” dan aan het “aankleden”! Een Christen die niet nederig en arm is, onthecht van rijkdom en macht, en vooral onthecht van zichzelf, gelijkt niet op Jezus. De Christen legt zijn weg in deze wereld af voorzien van het nodige voor de tocht en met een hart vol liefde. De ware nederlaag voor hem of haar is toegeven aan de bekoring van wraak en geweld, en dus kwaad met kwaad te beantwoorden. Jezus zegt ons: “Ik zend u als schapen tussen wolven” (Mt. 10, 16). Dus zonder muilen, zonder klauwen, zonder wapens. De Christen moet eerder voorzichtig zijn, en soms ook slim: dat zijn deugden in de evangelische logica. Geweld nooit. Om het kwaad te overwinnen kan men geen beroep doen op de werkwijzen van het kwaad.

De enige macht van de Christen is het Evangelie. In moeilijke tijden, moet men geloven dat Jezus ons voorgaat, en niet ophoudt zijn leerlingen te begeleiden. Vervolging is niet in tegenspraak met het Evangelie, ze is er een deel van. Als men onze Meester vervolgd heeft, hoe zouden wij dan kunnen hopen dat de strijd ons bespaard zou blijven? Maar midden in de storm, mag de Christen de hoop niet verliezen door te denken dat hij aan zijn lot is overgelaten. Jezus verzekert de zijnen: “Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld” (Mt. 10, 30). Wat er op neerkomt dat geen enkel lijden, zelfs niet het kleinste en meest verborgene, onzichtbaar is voor de ogen van God. God ziet en beschermt ongetwijfeld. Hij zal zijn beloning geven. Inderdaad, midden onder ons is er Iemand die sterker is dan het kwaad, sterker dan de maffia, dan de slinkse complotten, sterker dan zij die winst maken op de rug van de wanhopigen, sterker dan zij die anderen met brutaliteit verpletteren... Iemand die al van altijd de roep hoort van het bloed van Abel die uit de aarde opstijgt.

Christenen moeten dus altijd aan de “andere kant” van de wereld staan, die welke door God gekozen werd: geen vervolgers, maar vervolgden; geen harden, maar zachtmoedigen; geen verkopers van gebakken lucht, maar dienaren van de waarheid; geen bedriegers, maar eerlijke mensen.

Die trouw aan de stijl van Jezus – die een stijl van de hoop is – zal door de eerste Christenen met een prachtige naam worden aangeduid: “martyrium” wat betekent “getuigenis”. In de woordenschat bestonden veel andere mogelijkheden. Men had het heldendom kunnen noemen, of zelfverloochening, of zelfopoffering. De eerste Christenen hebben het genoemd met een naam die de geur heeft van “leerlingschap”. Martelaren leven niet voor zichzelf, ze strijden niet voor hun eigen inzichten. Zij aanvaarden te moeten sterven alleen uit trouw aan het evangelie. Het martelaarschap is ook niet het hoogste ideaal van het christelijk leven, want hoger staat de naastenliefde, dat wil zeggen de liefde tot God en de naaste. De apostel Paulus zegt het schitterend in het hooglied van de liefde: “Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.” (1 Kor. 13, 3). Het wekt bij Christenen afkeer op wanneer zelfmoordterroristen “martelaren” worden genoemd: niets in hun gedrag komt nog maar in de buurt van het gedrag van de kinderen van God.

Soms, wanneer we het verhaal lezen van de vele martelaren van gisteren en vandaag – ze zijn talrijker dan die uit de eerste tijden – verbaast het ons met welke kracht zij de beproeving hebben aanvaard. Die kracht is het teken van de grote hoop die hen bezielde: de zekere hoop dat niets of niemand hen kon vervreemden van de liefde van God die ons geschonken werd in Jezus Christus. Vgl. Rom. 8, 38-39

Moge God ons altijd de kracht geven zijn getuigen te zijn. Hij geve het ons de christelijke hoop te beleven vooral in het verborgen martelaarschap van het goede doen en elke dag onze plichten met liefde vervullen. Dankjewel.

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie het dossier De christelijke hoop

Document

Naam: 28. DE HOOP, KRACHT VAN DE MARTELAREN
Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 28 juni 2017
Copyrights: © 2017, Libreria Editrice Vaticana / Nederlandse Bisschoppenconferentie / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 3 augustus 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam