• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

22. MARIA MAGDALENA APOSTEL VAN DE HOOP (VGL. JOH. 20, 15-18A)
Sint Pietersplein

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

In deze weken bewegen onze overwegingen zich in de invloedssfeer van het Paasmysterie. Vandaag ontmoeten we haar die, volgens de evangelies, als eerste de verrezen Jezus heeft ontmoet: Maria Magdalena. De sabbatrust was net beëindigd. Op de dag van het lijden was er geen tijd geweest om het begrafenisritueel af te werken. Daarom gingen de vrouwen, op die morgen vol droefheid, naar het graf van Jezus met geurende balsems. De eerste die aankomt is zij: Maria van Magdala, een van de vrouwelijke leerlingen die Jezus vanaf Galilea hadden vergezeld in dienst van de beginnende Kerk. In haar parcours naar het graf wordt de trouw weerspiegeld van de talloze vrouwen die zich gedurende jaren over de opritten van de kerkhoven gaan, ter nagedachtenis van iemand die er niet meer is. De meest hechte banden worden niet verbroken, ook niet door de dood: er is iemand die blijft liefhebben ook als is de beminde voor altijd heengegaan.

Het Evangelie Vgl. Joh. 20, 1-2.11-18 beschrijft Magdalena als een vrouw die niet vlug enthousiast wordt. Inderdaad, na haar eerste bezoek aan het graf, keert zij ontgoocheld terug naar de schuilplaats van de leerlingen. Ze meldt dat de steen van de ingang van het graf verplaatst is en haar eerste veronderstelling is de eenvoudigste die men kan formuleren: iemand moet het lichaam van Jezus gestolen hebben. De eerste boodschap die Maria dus brengt is niet die van de Verrijzenis, maar van een diefstal door onbekenden terwijl heel Jeruzalem sliep.

Daarna vertellen de evangelies van een tweede reis van Magdalena naar het graf van Jezus. Zij was een stijfkop! Weggaan en terugkeren... want ze was niet overtuigd! Ditmaal is haar stap traag en zwaarmoedig. Maria lijdt dubbel: vooreerst omwille van de dood van Jezus en vervolgens om de onverklaarbare verdwijning van zijn lichaam.

En terwijl ze naar het graf gebogen staat, met ogen vol tranen, verrast God haar op de meest onverwachte wijze. De evangelist Johannes benadrukt het duren van haar blindheid: ze merkt de aanwezigheid van twee engelen niet op die haar ondervragen, ze wordt zelfs niet achterdochtig als ze een man achter haar rug waarneemt, ze denkt dat het de bewaker van de tuin is. Ze ontdekt de meest ontstellende gebeurtenis van de mensengeschiedenis wanneer ze uiteindelijk bij naam wordt genoemd: “Maria!” (Joh. 20, 16).

Hoe mooi is het te bedenken dat de eerste verschijning van de Verrezene – volgens de Evangelies – op een zo persoonlijke wijze is gebeurd! Er is iemand die ons kent, die ons lijden en onze ontgoocheling ziet, door ons bewogen wordt en ons bij naam roept. Het is een wet die op vele bladzijden van het Evangelie is gebeiteld. Rond Jezus zijn vele mensen die God zoeken; maar de wonderbaarlijkste werkelijkheid is dat, veel eerder, God om ons leven bekommerd is. Hij wil ons oprichten en daarom roept Hij ons bij naam en herkent zo het gezicht van elkeen. Ieder mens is een liefdesverhaal dat God op deze aarde schrijft. Ieder van ons is een liefdesverhaal van God. God roept ieder van ons bij naam: Hij kent ons bij naam, ziet ons, verwacht ons, vergeeft ons, heeft geduld met ons. Is dat waar of niet? Ieder van ons heeft deze ervaring.

En Jezus roept haar: “Maria!”: de omkering van heel haar leven, de ommekeer die het bestaan van elke man en van elke vrouw zal veranderen, begint met een naam die weerklinkt in de tuin van het lege graf. De Evangelies beschrijven de blijdschap van Maria: de verrijzenis van Jezus is geen vreugde die met de druppelteller wordt toegediend, maar een waterval die heel het leven overrompelt. Het christelijk leven is niet doorweven met zachte gelukzaligheid, maar door golven die alles omverwerpen. Trachten ook jullie, vol van ontgoochelingen en mislukkingen die ieder van ons in het hart draagt, op dit ogenblik te denken dat er een God dicht bij ons is, die ons bij naam roept en ons zegt: “Sta op, hou op met wenen, want ik kom je verlossen!” Dat is mooi.

Jezus is niet iemand die zich aan de wereld aanpast, door te aanvaarden dat dood, droefheid, haat, morele vernietiging van mensen blijven duren... Onze God is niet gevoelloos, maar onze God is – vergeef mij het woord – een dromer: Hij droomt de verandering van de wereld en heeft haar verwerkelijkt in het mysterie van de Verrijzenis.

Maria zou haar Heer willen omhelzen, maar Hij is al op de hemelse Vader gericht terwijl zij gezonden wordt om de boodschap aan de broeders te brengen. En zo wordt deze vrouw, die voordat ze Jezus ontmoet had, in de greep van de boze was Vgl. Lc. 8, 2 , apostel van de nieuwe en grootste hoop. Haar voorspraak helpt ons ook deze ervaring te beleven: in het uur van treurnis en in het uur van verlatenheid de verrezen Jezus horen die ons bij naam roept en met een hart vol vreugde gaan verkondigen: “Ik heb de Heer gezien!” (Joh. 20, 18). Ik heb mijn leven veranderd want ik heb de Heer gezien! Ik ben nu anders dan tevoren, ik ben iemand anders. Ik ben veranderd omdat ik de Heer heb gezien. Dat is onze kracht. Dat is onze hoop. Dankjewel.

Zie ook:

Andere catecheses in deze reeks, zie het dossier De christelijke hoop

Document

Naam: 22. MARIA MAGDALENA APOSTEL VAN DE HOOP (VGL. JOH. 20, 15-18A)
Sint Pietersplein
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 17 mei 2017
Copyrights: © 2017, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 17 mei 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam