• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Omtrent de wereld heeft God onze bedoeling: dat de mensen eensgezind bouwen aan de orde van het tijdelijke en haar tot steeds grotere volmaaktheid opvoeren.

Alles wat de tijdelijke orde uitmaakt, nl. de waarde van leven en gezin, de cultuur, de economie, de vakken en beroepen, de politieke instellingen, de internationale betrekkingen en dergelijke, en ook de ontwikkeling en vooruitgang van dit alles, is niet alleen een hulpmiddel voor de mens ter bereiking van zijn laatste doel, maar heeft ook waarde op zichzelf, een waarde, die God zelf in deze goederen heeft gelegd en die ze bezitten in zich en ook als onderdelen van de gehele tijdelijke orde: "God zag al wat Hij had gemaakt en het was zeer goed" (Gen. 1, 31). Deze natuurlijke waarde van de dingen krijgt een bijzonder reliëf door hun gerichtheid op de menselijke persoon tot wiens nut ze zijn geschapen. Tenslotte heeft God alles, het natuurlijke en het bovennatuurlijke, in Christus Jezus tot eenheid willen brengen, "opdat Hij in alles de eerste zou zijn" (Kol. 1, 18). Deze bestemming respecteert niet alleen de autonomie van de tijdelijke orde, haar eigen doelstellingen, wetten, hulpmiddelen en betekenis voor het welzijn van de mensheid, maar vervolmaakt ze zelfs in haar bestaan en in haar eigen voortreffelijkheid en schakelt haar tevens in in de totale roeping van de mens op aarde.

In de loop van de geschiedenis heeft men de tijdelijke dingen op ernstige wijze misbruikt, omdat de mensen tengevolge van de erfzonde vaak vervielen tot talrijke dwalingen omtrent de ware God, de natuur van de mens en omtrent de beginselen van de zedenwet. Hierdoor raakten het levensgedrag en de menselijke instellingen in verval en werd de menselijke persoon zelf niet zelden neergehaald. Ook in onze tijd zijn er velen, die in hun overdreven vertrouwen in de vooruitgang van de natuurwetenschappen en de techniek, komen tot een soort verafgoding van het tijdelijke en eerder de slaaf ervan zijn dan de meester. Op heel de Kerk rust de plicht, de mensen het vermogen bij te brengen om de gehele orde van het tijdelijke juist in te richten en haar door Christus op God te oriënteren. En de bisschoppen moeten duidelijk de beginselen uiteen zetten omtrent het doel van de schepping en omtrent het gebruik maken van de wereld; zij moeten hun de morele en geestelijke steun geven voor de opbouw van de tijdelijke orde in Christus. Wat de leken betreft, zij moeten de opbouw van de opbouw van de tijdelijke orde als hun karakteristieke taak op zich nemen en hierbij, verlicht door het Evangelie, in de geest van de Kerk en met christelijke liefde, een rechtstreekse en concrete activiteit ontplooien. Als burgers moeten zij samenwerken met de andere burgers volgens hun specifieke bekwaamheid en met eigen verantwoordelijkheid. Overal en in alles moeten zij de gerechtigheid van het koninkrijk Gods zoeken. De tijdelijke orde moet zó worden opgebouwd, dat ze beantwoordt aan de hogere beginselen van het christelijke leven met volledig behoud van haar eigen wetten, waarbij men dient te streven naar aanpassing aan de variërende omstandigheden van tijd, plaats en bevolking. Onder de werken van dit apostolaat neemt de sociale actie van de christenen een heel bijzondere plaats in, en het Concilie verlangt, dat deze zich in onze tijd uitstrekt tot heel het gebied van het tijdelijke, ook tot de cultuur. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891), 14 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931), 41-43 Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941), 5

Het apostolaat in het sociale milieu, d.w.z. het streven om de mentaliteit en de zeden, de wetten en de structuren van de gemeenschap, waarin men leeft, te doordringen van een christelijk geest, is bij uitstek de taak en de plicht van de leken, die anderen nooit naar behoren kunnen vervullen. Op dit terrein kunnen de leken het apostolaat uitoefenen onder hun gelijken. Daar vullen zij het getuigenis van hun leven door het getuigenis van hun woord. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931), 141-144 Hier, op het gebied van de arbeid, het beroep, de studie, het buurt-milieu, de vrijetijdsbesteding, het verenigingsleven, zijn zij het meest geschikt om hun broeders te helpen. Deze zending van de Kerk in de wereld vervullen de leken op de eerste plaats door hun leven zó af te stemmen op hun geloof, dat zij daardoor het licht van de wereld worden; door hun volstrekte eerlijkheid in zaken, waardoor zij bij allen de liefde wekken voor het ware en goede om hen zo tenslotte tot Christus en de Kerk te brengen; door een broederlijke liefde, die hen solidair doet zijn met de anderen in hun levensomstandigheden, hun arbeid, hun leed en hun idealen, en waardoor zij allen geleidelijk ontvankelijk maken voor de genadewerking; door het volle besef van hun verantwoordelijkheid bij de opbouw van de maatschappij, waardoor zij hun activiteit in het gezin, op sociaal gebied, in hun beroep met christelijke edelmoedigheid trachten uit te oefenen. Zo doordringt hun gedrag langzamerhand hun leef- en arbeidsmilieu. Dit apostolaat moet zich uitstrekken tot allen, met wie zij daar in kontakt komen en het mag geen enkele gelegenheid laten voorbijgaan om goed te doen in geestelijk en in tijdelijk opzicht. De ware apostelen echter stellen zich hiermee nog niet tevreden, maar zij zijn er op uit om Christus ook met het woord aan hun medemens te verkondigen. Veel mensen immers kunnen het Evangelie slechts vernemen en Christus leren kennen door de leken in hun omgeving.

De hiërarchie behoort het lekenapostolaat te stimuleren, beginselen te formuleren en geestelijke steun te verlenen, de uitoefening van het apostolaat te richten op het algemeen welzijn van de Kerk en de leer en de juiste verhouding te doen eerbiedigen.

De betrekkingen van het lekenapostolaat tot de hiërarchie kunnen verschillend zijn naargelang van de verschillende vormen en objecten van het apostolaat zelf.

Er zijn immers in de Kerk zeer vele apostolische initiatieven, die tot stand komen door een spontane keuze van de leken en verstandig door hen worden geleid. Door deze initiatieven kan de Kerk in bepaalde omstandigheden haar zending beter vervullen, en daarom worden ze niet zelden door de hiërarchie geprezen of aanbevolen. Vgl. Congregatie van het Concilie, Resolutie voor het aartsbisdom Corrientes, Resolutio Corrienten. (13 nov 1920). A.A.S. 13 (1921) 137-140 Geen enkel initiatief echter mag aanspraak maken op de naam "Katholiek" zonder de goedkeuring van het wettig kerkelijk gezag.

Sommige vormen van lekenapostolaat worden door de hiërarchie uitdrukkelijk erkend, en wel op verschillende wijzen.

Bovendien kan het kerkelijk gezag, omwille van het algemeen welzijn van de Kerk, uit de vereniging en apostolische initiatieven, die een rechtstreeks geestelijk doel beogen, er sommige uitkiezen en meer speciaal begunstigen, waardoor het dan een bijzondere verantwoordelijkheid op zich neemt. Zo verbindt de hiërarchie, bij een regeling van het apostolaat volgens de omstandigheden, de een of andere vorm hiervan nauwer met haar eigen apostolische zending, met eerbiediging echter van beider eigen aard en onderscheid en zonder dus aan de leken de zo noodzakelijke vrijheid te ontzeggen om uit eigen beweging iets te ondernemen. Deze daad van de hiërarchie wordt in diverse kerkelijke documenten "mandaat" genoemd.

Tenslotte vertrouwt de hiërarchie aan de leken enkele taken toe, die nauwer verbonden zijn met de werkzaamheden van de priesters, zoals bij het onderricht in de christelijke leer, bij sommige liturgische handelingen, in de zielzorg. Krachtens deze zending zijn de leken in de uitoefening van hun opdracht volledig afhankelijk van de hogere kerkelijke leiding.

Wat betreft de werken en instellingen van de tijdelijke orde, is het de taak van de kerkelijke hiërarchie, de morele beginselen aangaande de tijdelijke zaken te leren en authentiek te verklaren; zij kan ook, na alles goed te hebben overwogen en met behulp van deskundigen, haar oordeel uitspreken over de vraag, of deze werken en instellingen in overeenstemming zijn met de morele beginselen, en beslissen, wat noodzakelijk is voor het behoud en de bevordering van de bovennatuurlijke waarden.

Document

Naam: APOSTOLICAM ACTUOSITATEM
Over het lekenapostolaat
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 18 november 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0820, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam