• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET KERKGEBOUW ALS GETUIGE VAN DE CHRISTELIJKE TRADITIE
Uitgangspunten van beleid voor kerkgebouwen

In het Jaar van het Religieus Erfgoed genieten ze een opvallende belangstelling: kerken, kapellen en kloosters. Landelijke, provinciale en plaatselijke overheid geven in dit themajaar blijk van hun grote betrokkenheid en zowel in kerkelijke als niet-kerkelijke kring vindt een brede discussie plaats over het behoud en onderhoud van kerken en andere religieuze gebouwen. Samen met de direct betrokken kerkbesturen en geloofsgemeenschappen willen de bisschoppen van Nederland aan die discussie deelnemen. Zij kunnen niet anders, want de bisschoppen hebben een bijzondere verantwoordelijkheid voor de toekomst van veel r.-k. kerkgebouwen in Nederland. Een doordacht beleid ten aanzien van het behoud van dit religieuze erfgoed is daarvoor nodig. Tijdens de Bisschoppenvergadering van 9 september {2008} stelden de bisschoppen daarom de hoofdlijnen van hun beleid vast.

De bisschoppen onderstrepen dat het religieus erfgoed materieel én immaterieel is. Het gaat hen eerst en vooral om het immateriële, om de ontvangen en door te geven inspiratie van het geloof, dat we geërfd hebben van onze ouders en voorouders en waarvan de kerkgebouwen tekenen zijn. Nooit gaat het alleen maar om de kerkgebouwen. Deze grondgedachte dient als basis voor de visie van de Nederlandse bisschoppen op behoud en onderhoud van kerkgebouwen. Onder religieus erfgoed in materiële zin verstaan de bisschoppen zowel de onroerende goederen (kerkgebouwen) als de roerende goederen (kazuifels, vaatwerk, schilderijen et cetera).

Uiting van geloof en gemeenschap

Kerken zijn gebouwd als godshuizen. Ze hebben een breedreligieuze functie, ook in hun artistieke, historische en culturele uiting. De kerk is niet zomaar een gebouw. Het is een huis van God, waar mensen samenkomen voor viering en gebed. Mensen zoeken de kerk voor huwelijkssluiting, doop of eerste communie en vormsel. Mensen nemen er afscheid van hun dierbaren, ontvangen er steun en richting voor leven en samenleven in het licht van het Evangelie. En wat de katholieke kerken tekent: het is de plaats waar Christus sacramenteel aanwezig is en de godslamp brandt voor het Allerheiligste. Zo zijn, onderscheiden van protestantse kerken, de katholieke kerken permanent 'gewijde en heilige plaatsen'.

In Nederland zijn eind 2007 ongeveer 1.700 r.-k. kerkgebouwen voor 4,3 miljoen geregistreerde katholieken. Ongeveer 325.000 mensen bezoeken in het weekend een r.-k. kerk: dat zijn 191 personen gemiddeld per kerkgebouw. In de periode 1973-2007 zijn in Nederland 325 r.-k. kerkgebouwen aan de eredienst onttrokken en zijn er 157 nieuwe r.-k. kerkgelegenheden gerealiseerd.

Te veel en te groot

De mening is algemeen dat er momenteel te veel en te grote kerkgebouwen zijn. Afgemeten aan de vraag is het aanbod te groot. Het bepalen van de functionele behoefte aan kerkgebouwen is niet eenvoudig. Wanneer het totaal aantal zitplaatsen wordt gerelateerd aan het aantal mensen dat in het weekend de kerk bezoekt, moet cijfermatig geconstateerd worden dat er inderdaad te veel en te grote kerkgebouwen zijn. Een dergelijke berekening gaat echter voorbij aan het feit dat er gedurende het jaar grote wisselingen zijn in het aantal kerkgangers vanwege hoogtijdagen, uitvaarten, trouw- en jubileadiensten, parochiefeesten et cetera. Bij een behoeftepeiling spelen ook de veranderende samenstelling van de bevolking en de noodzaak tot geografische spreiding van kerkgebouwen een belangrijke rol.

Er zijn vele oorzaken voor het feit dat er heden ten dage te veel en te grote kerkgebouwen zijn. De afnemende en veranderende participatie aan het kerkelijk leven, de toenemende individualisering, de kleinere gezinnen. Demografische ontwikkelingen spelen een rol: verandering in bevolkingssamenstelling, interculturaliteit, verhuizing en mobiliteit van mensen, al deze zaken hebben hun invloed op het gebruik van kerken.

Anderzijds zijn er ook positieve ontwikkelingen. Het aantal mensen dat zich lid van de Kerk noemt, is dat bewuster en actiever dan ooit. De vraag naar spirituele programma's neemt toe, nieuwe vrijwilligers dienen zich aan. En hoewel mensen minder frequent deelnemen aan wekelijkse vieringen, blijven zij betrokken op de Kerk en het kerkelijk leven. Ze doen een beroep op de Kerk op scharniermomenten in het leven, om God te danken en Zijn steun te vragen. Vaak steunen zij de Kerk financieel. Gelukkig, want het behoud van kerkgebouwen is een kostbare zaak.

(Groot) deel van de begroting

Hoe kostbaar? In vrijwel alle landen van Europa komt de overheid op voor de lasten van kerkgebouwen. In Nederland komen ze volledig ten laste van de parochiegemeenschappen. De r.-k. parochies zijn voor hun inkomsten afhankelijk van de vrijwillige bijdragen van de gelovigen. Zij besteden op dit moment gemiddeld bijna 40 procent van hun uitgaven aan gebouwen. Dit is een te groot deel van de kosten in vergelijking met andere noodzakelijke uitgaven: kosten voor pastoraat en evangelisatie, de honorering van de priesters, diakens, pastoraal werk(st)ers, de kosten voor de vieringen, de bijdragen aan dekenaat en bisdom.

Monumenten en aangepaste wetgeving

Door de monumentenstatus van vele kerkgebouwen zijn de kerken als eigenaren te zeer gebonden. Over dit dilemma zou met de overheid indringend gesproken moeten worden. Het grote aantal kerken in Nederland rechtvaardigt het onderzoek naar een aangepaste wetgeving. Deze zou zo moeten worden ingericht dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor de kerken als monumenten draagt en behoudt en dat dit toch niet een inmenging betekent in het eigen beheer van de kerkgebouwen door besturen en eigenaren van deze gebouwen.

Meer dan de helft van de r.-k. kerkgebouwen is monument: 55 procent, dat zijn 935 r.-k. kerken. Het gaat doorgaans om een Rijksmonument en voor het overige om een gemeentelijk of provinciaal monument. Plaatsing van een kerkgebouw op de monumentenlijst kent aan het gebouw een bijzondere status en waarde toe. Maar plaatsing op de monumentenlijst beperkt ook de vrijheid van de eigenaar van het gebouw om ermee te doen wat noodzakelijk of wenselijk is. Daarom is het nodig dat de bisdommen (die machtiging daartoe moeten verlenen) én parochiebesturen kritisch blijven wanneer plaatsing van een kerkgebouw op de monumentenlijst aan de orde komt. Heeft een kerk eenmaal de monumentenstatus, dan is het reëel dat het desbetreffende parochiebestuur niet alléén voor de kosten van onderhoud staat.

De burgerlijke overheid beschikt over mogelijkheden om hier gemeenschapsgelden in te zetten en doet dit ook. Door afnemende subsidiestromen - zowel in omvang als door verlaging van het subsidiepercentage - blijven de beschikbare financiële middelen echter beperkt. Kerken zullen met overheid en samenleving in gesprek moeten gaan over meer financiële steun. De bisschoppen hopen dat de overheid zich blijft inspannen om de eigenaren van de monumentale kerkgebouwen in de extra exploitatielasten tegemoet te komen. Dit is een intentie die de commissie Hirsch Ballin, die zich in opdracht van de regering over deze kwestie gebogen heeft, reeds in 1988 uitsprak. Hoewel de toenmalige regering de conclusies overnam, is helaas geen uitvoering gegeven aan de gedane aanbevelingen, sterker nog: de gerelateerde subsidiepercentages zijn verlaagd van 90% naar 50% nu, naar verdere verlaging in de toekomst.

Collectief 'visueel eigendom'

De bisschoppen zijn ervan overtuigd dat kerken - ook in hun herbestemming - moeten blijven getuigen van de christelijke traditie, van de gemeenschapszin van waaruit en waartoe ze zijn gebouwd, van bouwkunst en cultuurhistorie. Herbestemmingen dienen immers passend en waardig te zijn. De herbestemming van een kerk mag nooit, noch van binnen noch van buiten, ten koste gaan van de originele uitstraling van het gebouw.

Herbestemming of juist niet?

In het licht van bovenstaande is duidelijk dat een aantal kerkgebouwen in de komende jaren aan de eredienst zal worden onttrokken. De bisschoppen staan in het algemeen afwijzend tegenover herbestemming van kerken. Toch vraagt de praktijk daartoe soms hun medewerking en die willen de bisschoppen, overigens op goede gronden, niet onthouden. Het kerkelijk wetboek zegt daarover in canon 1222, par. 2: "Waar andere ernstige redenen het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt, kan de diocesane bisschop, na de priesterraad gehoord te hebben, deze terugbrengen tot een profaan en niet onwaardig gebruik, met toestemming van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden en mits het zielenheil er geen enkele schade door lijdt."

In de wijk, het stadsdeel of in de parochie waar de kerk aan de eredienst wordt onttrokken, leeft vaak het verlangen dat de kerk - ook als deze geen kerkelijke functie meer kan hebben - blijft bestaan. Voor de zichtbaarheid van het katholieke geloof in de samenleving en voor de Nederlandse samenleving als geheel kan het inderdaad van grote waarde zijn wanneer het gebouw als teken van geloof behouden blijft. En door de vaak centrale ligging van een kerkgebouw in een dorp, stad of wijk, valt met het verdwijnen van het kerkgebouw ook vaak een belangrijk visueel en structuur-gevend centrum weg.

Duidelijk is dat niet voor elk kerkgebouw dat niet kan worden afgebroken, een herbestemming kan worden gevonden. Des te meer is het wenselijk om na te denken over oplossingen die in de toekomst omkeerbaar zijn. We weten weliswaar uit welke tijd we komen; we hebben slechts een vermoeden welke tijd we tegemoet gaan. Dat maakt het moeilijk om beslissingen te nemen die 'inspelen op de toekomst'. Daarom willen de bisschoppen oog houden voor omkeerbaarheid, ook wel 'reversibiliteit' genoemd, een visie die aansluit bij het beleid van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten [RACM].

Aanpassing

In plaats van een kerkgebouw af te stoten kan een aantal aanpassingen worden gedaan, waardoor bijvoorbeeld spreekkamers voor de pastorale beroepskrachten, ontmoetings- en vergaderruimten, een parochiekantoor worden gecreëerd. Soms wordt het kerkgebouw heringericht, er komen in aparte ruimten andere functies (bibliotheek, school, ouderensoos), een gedeelte van de kerk blijft dan kerk of kapel. Een andere optie is dat het kerkgebouw in zijn geheel kerk blijft, maar ook voor andere doeleinden wordt gebruikt dan alleen voor liturgische vieringen of direct pastorale activiteiten. De programma's die uitgevoerd worden, moeten dan in het verlengde liggen van de eigenlijke liturgische functie van de kerk ( orgelconcerten, kooravonden, kerstconcert, paasoratorium, inleidingen over religieuze onderwerpen en andere passende culturele activiteiten).

Andere christelijke gemeenschappen

Soms kan een kerk die aan de katholieke eredienst is onttrokken als kerk behouden blijven, doordat andere kerken of geloofsgemeenschappen belangstelling voor het gebouw tonen. Als de andere geloofsgemeenschap die de kerk wil huren of kopen, lid is van de landelijke Raad van Kerken, is tegen huur of koop in beginsel geen bezwaar. Als een christelijk kerkgenootschap dat geen lid is van de Raad van Kerken het kerkgebouw wil overnemen, moet bezien worden of dit op bezwaren stuit in de plaatselijke situatie. Het oordeel van de plaatselijke Raad van Kerken kan hierbij betrokken worden, maar de bisschop zelf zal uiteindelijk moeten beslissen. Een kerk kan niet worden bestemd voor niet-christelijke godsdiensten of levensbeschouwingen.

Profane, niet-kerkelijke functie

Als kerken niet langer hun religieuze functie, geheel of gedeeltelijk, kunnen behouden en niet gekozen kan worden voor sloop van het gebouw, wordt vaak gezocht naar zakelijk verantwoorde, nieuwe, passende, maar vooral waardige herbestemmingen. Herbestemming heeft echter zijn grenzen.

Voorbeelden van herbestemming waarvan de bisschoppen vinden dat ze passen bij een kerkgebouw dat aan de eredienst is onttrokken, zijn in volgorde van voorkeur: vooral een sociale herbestemming (bibliotheek, brede schoolvoorziening, gezondheidscentrum, hospice, opvanghuis), en in beperkte mate een culturele herbestemming (museum, expositie, concerten, koorrepetities ).

Afbraak

Het moge duidelijk zijn: bij gebrek aan een passende herbestemming gaat voor de Nederlandse bisschoppen de voorkeur uit naar afbraak van de kerk. De kerk is gebouwd en ingericht als plaats van eredienst. Daardoor is het een 'heilige plaats'. Bij de sloop van het gebouw moet zorgvuldig bezien worden welke voorwerpen behorend tot het kerkgebouw behouden en herplaatst kunnen worden, als teken van kunst, artisticiteit en gelovige herinnering.

Afbraak van een kerk is definitief. In deze tijd moeten beslissingen genomen worden over onze kerkgebouwen en daarmee wordt een wissel getrokken op de toekomst. Een mogelijkheid is om een kerk die aan de eredienst onttrokken is, 'in eigendom te houden' en zorgvuldig te bezien welke andere waardige bestemming dit gebouw (tijdelijk) kan krijgen. Het tij kan immers keren.

Nederlandse bisschoppenconferentie 26 september 2008

Document

Naam: HET KERKGEBOUW ALS GETUIGE VAN DE CHRISTELIJKE TRADITIE
Uitgangspunten van beleid voor kerkgebouwen
Soort: Nederland
Auteur: Nederlandse Bisschoppenconferentie
Datum: 26 september 2008
Copyrights: © 2016, Beleidssector liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / Nationale Raad voor Liturgie
Liturgische Documentatie, dl. 13, p. 202-208 / rkkerk.nl, 6 (2008), 540-543; alineanummering: redactie
Bewerkt: 18 april 2018

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam